verbindt wie mee wil blijven bewegen


De mantel van de Madonna

Over sterren, over zonne, zachtjes gaat Maria’s voet.

Tijdens de advent, de vier weken voor Kerstmis, bereiden we ons voor op het ontvangen van het licht dat in de nacht van 24 december onze harten wil binnenstromen.

Maar de advent zelf kent ook een aanloop. Met het feest van Sint-Maarten namelijk deden we vanuit het strijdgewoel waar Michaël ons in stortte voor het eerst een stap terug. We brachten een offer, we legden iets van ons uiterlijk af. Met dat offer schiepen we ruimte in ons innerlijk en plaatsten daar vervolgens voorzichtig een lichtje in.

Dat is onze eerste voorbereiding op het kerstfeest. Maar het aangebrachte lichtje in ons vervliegt weer snel, want onze omhulling, onze mantel, is nog niet volledig. Tijdens de advent zelf vergroten we stap voor stap de innerlijke ruimte in onszelf. Bepaalde rituelen helpen ons daarbij, zoals het ontsteken van kaarsen in de adventskrans, het maken van transparanten voor het raam, wellicht een adventskalender of het zingen van adventsliedjes.
We proberen onszelf leeg te maken om in ons binnenste een kom te creëren waarin de kerstboodschap ontvangen kan worden. Het moet daar stil zijn, doordrongen van rust en weidsheid. Elk straaltje zuiverheid dat wil binnendringen, moet welkom worden geheten.
Deze stemming komt tot uiting in het volgende adventsliedje:

Stil nu, stil nu, maak nu geen gerucht.
Stil nu, stil nu, ’t ruist al door de lucht.
’t Wonder komt heel zachtjes aan.
’t Kerstkind wil naar binnen gaan.
Stil nu, stil nu, maak nu geen gerucht.

Deze stemming vast te houden, te koesteren, vraagt om een fijnmazige omhulling opdat die teerheid niet door de drukke, rumoerige, harde buitenwereld wordt weggedrukt.
En druk is het, die laatste weken voor Kerstmis. Er wordt ons nauwelijks tijd gegund stil te staan. We rennen en vliegen, er moet van alles worden gedaan. Kerstinkopen, het optuigen van de kerstboom, kaarten en uitnodigingen versturen, jaarbalansen opmaken, enzovoort.
Hoe moeilijk is het om juist in deze drukke tijd aan dit subtiele proces van het scheppen van ontvankelijkheid bescherming te geven? Wellicht is dat het meest essentiële van Kerstmis: het leren omsluiten van wat als een kiem van liefde in ons geboren wil worden.

Om erachter te komen hoe hiermee om te gaan, kunnen we een zwangere vrouw als voorbeeld nemen. Tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren omhult de moeder haar kind met haar hart, met haar liefdesstromen van zorg en aandacht. Zij weeft als het ware een ragfijn kleed om het kind heen, waarbinnen het kind zich beschermd en veilig voelt. De mantel van de Madonna wordt dit etherische kleed genoemd, naar de treffende schilderijen die Raphael van de Madonna met het kind heeft gemaakt.
Dit is geen bedenksel, het is een reëel aanwezige omhulling, herkenbaar voor een ieder die hier voelsprieten voor heeft. Iedereen die met kleine kinderen te maken heeft kan dit misschien aanvoelen.
Deze mantel van de Madonna kunnen we om ons heen vlechten. Of we nu man of vrouw zijn, jong of oud, wel of geen kinderen hebben, tijdens de advent zijn we allemaal in verwachting. Met de rust en bezonkenheid die een zwangere vrouw zo kenmerken. Met een overgave aan hetgeen geboren wil worden. De hemel wil geboren worden, de sterren willen in ons weerklinken. Het is onze oorsprong die we met Kerstmis kunnen ontvangen, kunnen herkennen. Onze eerste levenskiem, vrij van schuld en zonde. Dát is wat ons zo aanspreekt, wat ons direct in ons hart raakt: dat we in feite het volmaakt reine kind in onszelf geboren laten worden.
Vandaar onze betrokkenheid met Maria, de moeder van Jezus. We herkennen ons in haar, in dat gevoel van het neerdalen van het hemelse licht in ons aardse gemoed.
Treffend, zowel qua sfeer als inhoud, is in dit verband het volgende adventsliedje:

Over sterren, over zonne,
zachtjes gaat Maria’s voet.
Louter goud en lichte vreugde
brengt zij aan haar kindje zoet.
Als Maria blijde wandelt,
hoog door ’t godd’lijk licht omstraald,
weeft zij’t kleed uit sterrenzegen,
waar Gods kind in nederdaalt.

Dit kleed uit sterrenzegen, dat is de mantel van de Madonna. Wanneer we dit kleed van zorg en liefde om ons heen dragen, rond ons ontvangend hart, dan deert ons weinig nog. De buitenwereld kan ons opjagen, aan ons morrelen wat ze wil, ons eigen kindekijn ligt veilig en beschermd in onze zelf gecreëerde kribbe. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, zeker in de drukke dagen van december. Het gaat dan ook om de herkenning hoe de drukte van buiten, van het alledaagse gedoe, gefilterd door onze mantel ons binnenste kan binnensijpelen. Hoe de buitenwereld in onze mantel kan transformeren tot weldadige vlokken die zacht neerstrijken in ons open gemoed. Als sneeuwvlokken, wit en stralend als de sterren zelf.

‘I’m dreaming of a white Christmas’, zong Bing Crosby lang geleden zijn wereldhit. Inderdaad, daar dromen wij van, daar verlangen wij naar: dat datgene wat uit de hemel geboren wil worden door onze gezamenlijke mantel een aardse bedding krijgt met de reinheid en zachtheid van sneeuw. Dat ons diepste gemoed een afspiegeling is van de lichtheid van de sterren.
Wanneer het tijdens de kerstdagen daadwerkelijk sneeuwt, herkennen we het. Onze hoop wordt spontaan en collectief wakker. We barsten los, juichen haast van blijdschap en verbondenheid. Want we voelen: het zal eens vervuld worden, vrede op aarde, voor alle mensen van goede wil.

Geschreven door Fred Tak

Uit: Jaarfeesten; achtergronden en betekenis in onze tijd, uitgeverij
Christofoor, september 2017


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

Alle achtergronden 

Meer activiteiten

Volledige agenda