verbindt wie mee wil blijven bewegen


Twee broers en een zus vertellen waarom  zij de overstap maakten naar de vrijeschool, hoe zij die ervaren hebben en hoe zij terugkijken.

Ze zaten alle drie op een Montessori-basisschool in Zutphen, maar maakten na de basisschool de overstap naar de bovenbouw van de Vrije School de Berkel (nu Vrije School Zutphen): Jochem (26), Stijn (22) en hun zus Caro (25).

Deze school had haar aandacht getrokken

Het was Caro die als eerste op de vrijeschool terechtkwam. Aan het einde van groep 7 kreeg zij te horen dat ze groep 8 mocht overslaan. Voor haar en haar ouders betekende dit dat zij in de laatste schoolweken voor de vakantie een middelbare school moesten uitkiezen. Zonder de Cito-eindtoets te hebben gemaakt, bleek dit een hele klus; niet elke school accepteerde een leerling zonder de resultaten van die toets. Haar ouders hadden hun ogen gericht op een bepaalde school, maar Caro had andere plannen. In de wijk waar zij woonde, stond een vrijeschool. Jarenlang was zij hierlangs gewandeld, om boodschappen te doen of haar oma te bezoeken, en deze school had haar aandacht getrokken. Zij zag daar leerlingen die op het grasveld aan het beeldhouwen waren en ook de alternatief uitziende leerlingen spraken haar aan. Ze vertelde aan haar ouders dat ze naar deze school wilde gaan, waarna zij een rondleiding op de school kregen. Caro wilde er daarna niet meer weg.

Tekenen in periodeschriften

De oudste, Jochem, had ten tijde van de overstap van Caro naar de vrijeschool al een jaar reguliere middelbare school achter de rug. Zijn ervaringen op deze school waren niet alleen positief. Hij struikelde onder meer over het strenge puntensysteem dat op de school werd aangehouden, waardoor je wel of niet een bepaald niveau mocht volgen. Daarbij vond hij zijn klas niet de leukste. Toen Jochem na de zomervakantie Caro bezig zag met tekenen in haar periodeschriften, was dit voer genoeg voor de creatieve Jochem om ook een kijkje te gaan nemen op deze vrijeschool. Na één week meegelopen te hebben, is Jochem niet meer teruggekeerd naar zijn oude middelbare school. Wat hem vooral aansprak en waar hij in het begin ook wel enigszins van schrok, was de kritische houding en sterke mening van de leerlingen. Hij zag dat er op de vrijeschool ruimte was voor discussie, terwijl hij het lesgeven op zijn reguliere middelbare school had ervaren als pure kennisoverdracht. Aan die openheid voor discussie en het geven van je mening moest hij wel wennen, omdat hijzelf niet gewend was overal iets van te ‘moeten’ vinden. Hij kreeg in die eerste week van docenten dan ook mee dat hij terughoudend was en dat er meer van hemzelf uit mocht komen.

Verschil in de sociale omgang tussen leerlingen

Voor Stijn, als derde en jongste van de drie, was het op een bepaalde manier ‘logisch’ om zijn broer en zus naar de vrijeschool te volgen. Maar hij had, naast die logische stap en het creatieve dat ook hem aansprak, ook andere ambities en interesses. Hij heeft overwogen om naar een middelbare school met een sportklas te gaan, maar toen die klas toch minder sporturen bleek te omvatten, trokken de extra vakken van de vrijeschool hem ook daarnaartoe. Ook Stijn heeft net als zijn broer en zus de creatieve genen van zijn ouders geërfd en hij keek uit naar vakken als toneel, schilderen en tekenen. Naast de creatieve vakken waren er voor Jochem, Caro en Stijn nog meer positieve kenmerken aan de vrijeschool. Jochem zag verschil in de sociale omgang tussen leerlingen. Waar op zijn reguliere middelbare school je niet ‘buiten het bootje’ wilde vallen, was er op de vrijeschool meer acceptatie van iedereen die anders was. Daarbij was er meer een gevoel van ‘samen’ en waren er niet alleen aparte groepjes en subculturen. Toch merken zij wel op dat er ook op de vrijeschool gepest werd, waar de één dan weer meer van heeft gemerkt dan de ander. De Regge-stroom die de bovenbouw destijds kende, een praktijkgerichte leerweg, viel toch meer buiten de boot. Deze stroom werd door Jochem, Caro en Stijn ervaren als een groep leerlingen waar onderscheid in werd gemaakt, doordat zij aparte docenten hadden en de andere stromen niet mengden met deze leerlingen. Uiteindelijk maakte Stijn ook in die stroom vrienden, maar dit was niet vanzelfsprekend.

Verschillen met de reguliere school

Ook over de docenten hebben ze alle drie positieve punten, maar ook opmerkingen. Jochem ervoer na zijn overstap van school de persoonlijke aandacht. Hij was verbaasd toen de directeur van de school hem bij voor- en achternaam kende. Daarnaast hadden Jochem, Caro en Stijn het idee dat de docenten op de bovenbouw meer losgelaten werden en dat de docenten op een reguliere middelbare volgens Jochem meer vastzaten aan een protocol. Dat ‘loslaten’ resulteerde er wel in dat ze alle drie het idee hadden dat ze veel konden maken bij de docenten, soms iets té veel.

Over de manier van informatie- en kennis-verwerken, zijn ze alle drie zeer positief. Voor alle drie pasten de periodeschriften heel goed, omdat ze daar hun creativiteit in kwijt konden. Door de aantekeningen die ze moesten maken in de lessen en de eigen verwerking daarvan, merkten ze dat ze de stof beter gingen begrijpen. Je moest vervolgens voor de toets je zelfgeschreven teksten leren, waardoor je verantwoordelijk was voor de kwaliteit van je eigen verwerking.

Soms was de structuur en discipline rondom deze periodeschriften niet voor alle klasgenoten even passend. Naar hun mening mochten docenten af en toe meer doorpakken en structuur aanbieden. Jochem, Caro en Stijn hebben allen het motto ‘worden wie je bent’ sterk gevoeld, maar hierbij zetten zij de kanttekening dat leerlingen wellicht soms iets te veel zelf moeten worstelen. Ondanks dat de verantwoordelijkheid (ook) bij leerlingen ligt, hebben zij hier toch soms wat meer hulp bij nodig.

Wat namen ze mee?

Terugkijkend op hun tijd op de vrijeschool, kunnen zij zeer waardevolle kwaliteiten noemen die zij op de bovenbouw ontwikkeld hebben. Zij merkten deze kwaliteiten ook op tijdens hun studie op het MBO en HBO in vergelijking met studenten die niet op de vrijeschool gezeten hadden. Alle drie staan zij stevig in hun schoenen, mede doordat zij op de bovenbouw herhaaldelijk uit hun comfortzone zijn gehaald. Zij weten ook buiten de kaders te denken en andere perspectieven als invalshoek te kiezen, doordat zij met een open blik naar situaties kijken. Ze denken verder en hebben een brede kijk op de wereld. Ook merken zij dat ze mensen niet te snel veroordelen en ook niet te snel onderschatten.

Voor Caro heeft de bovenbouw en het vele presenteren, waaronder de eindpresentatie, haar een concrete en persoonlijke kwaliteit meegegeven. Op het HBO merkte zij dat zij gemakkelijk voor een groep presenteert en daarbij  Stijn, Caro en Jochem Nijhof ook zichzelf is. Dit viel ook één van haar docenten op, die na een presentatie een keer riep: “Jij komt vast van de vrijeschool!” Jochem, Caro en Stijn zien al deze kwaliteiten als een rugzak die ze hebben meegekregen en waar zij nog elke dag de vruchten van plukken. Bijna unaniem willen ze hun eigen kinderen, wanneer zij deze hebben, ook naar een vrijeschool laten gaan, echter willen ze dit ook van hun partner laten afhangen. “Ik mis het, die tijd op de vrijeschool!”, verzucht Caro aan het eind van het interview.

Geschreven door Michaëla Westera

Uit de Herfsteditie Vrije Opvoedkunst. Gratis proefnummer? Mail  en zie verder de site.