Geur komt zomaar binnenwaaien, de smaak niet. Het is zo simpel en toch zo zinvol
Met smaak gaat het niet om lekker of niet, maar om te proeven of iets gezond of ongezond is. De smaak krijgt hierbij hulp van een ander zintuig: de levenszin. Deze leert je proeven hoeveel je moet eten.
Tags: Johannesschool / Tiel
Ieder mens staat in voortdurende wisselwerking met de wereld om hem heen. Albert Soesman laat in De twaalf zintuigen, leraren van de mensheid zien dat de manier waarop we in contact komen met onze omgeving, veel mysterieuzer is dan we ons realiseren. Wat voel je bijvoorbeeld als je een steen aanraakt? Die steen… of je eigen huid?
Als je interesse hebt in de antroposofie vanuit een heel andere invalshoek, dan biedt dit studieboek een verrukkelijke en toegankelijke ingang. Soesman beschrijft hierin de zintuigenleer van Rudolf Steiner. Naast de vijf bekende zintuigen heeft Rudolf Steiner nog zeven andere zintuigen beschreven die een onderlinge compositie vormen. Het boek zelf vormt een verslag van een serie lezingen hierover die Albert Soesman heeft gehouden voor een divers publiek in de jaren zeventig en tachtig. Hij deed dit naast zijn werk als antroposofisch huisarts in Den Haag.
Het aardige is dat al lezende je eigen voorstellingszin geprikkeld wordt: alsof je de lezing bijwoont en het verhaal hoort, kortom een levendige inbeelding van publiek ervaart. Wie is die mens in relatie tot de wereld om hem heen? Hoe vindt deze ontmoeting plaats? Met nieuwe blik en met meer bewustzijn ben ik gaan kijken naar de werking van mijn palet aan zintuigen. Vooral de nieuwe zintuigen zijn daarin interessant. Ze vormen allen een ontmoeting met de buitenwereld.
Ook morele krachten werken door in onze zintuigen. Ik citeer Soesman:
‘Bij het reukorgaan is dit bijvoorbeeld sterk ontwikkeld: of iets ruikt goed, of niet. Iets ertussenin bestaat eigenlijk niet. De neus staat ook altijd open. Een mond niet, die kunnen we dicht doen. Als we iets ‘willen’ proeven, moet er een deur open. Een mond is veel meer privé; de smaak speelt zich af in de binnenkamer. De visie op het verval van de smaak als zintuig is ook interessant. We neigen tegenwoordig om de smaak in slechts twee categorieën te duiden: lekker en niet lekker. Terwijl het juist met smaak te doen is om te proeven of iets gezond of ongezond is.
De smaak krijgt hierbij hulp van een ander zintuig: de levenszin. Deze leert je proeven hoeveel je moet eten. Daarmee begint tegelijk het afbakenen. Je weet precies welke hap je nog nodig hebt en welke je niet meer nodig hebt. Hoeveel vocht kan ik bij mijn eten gebruiken? Naast kwaliteit speelt hoeveelheid een rol.
Het is belangrijk om de intieme ontmoeting tussen mens en spijs te laten plaatsvinden.’
Met dit soort zinnen vermaak ik me graag in het boek. Ze wekken mijn nieuwsgierigheid en prikkelen nieuwe gedachten op de werking van het brede zintuig-gereedschap. Toeval of viel het me toe? Dit boek kwam ook ter sprake in de thema-lezing over voedsel door Ria Ypma op de Johannesschool met als titel ‘De smaak te pakken krijgen’.
Alle twaalf zintuigen in compositie:
1. De tastzin en de levenszin
2. De zelfbewegingszin en de evenwichtszin
3. De reuk en de smaak
4. De gezichtszin en de temperatuurzin
5. Het gehoor
6. De spraakzin, de voorstellingszin en ik-zin
Bijzonder is verder dat verschillende zintuigen onderling verbonden kunnen worden, soms lijken samen te smelten. Neem bijvoorbeeld eens de volgende uitdrukkingen: zoete woorden, rauwe taal, ongezouten waarheid of giftige opmerkingen. Welke twee zintuigen ontmoeten elkaar hierin, zowel in woorden als ook in locatie?
