
Hoog laait het vuur
Tijdens de midzomerzonnewende zijn de krachten van de zon en het vuur van de aarde op hun hoogtepunt. En het vuur in jezelf?
Tags: jaarfeesten
Iedereen heeft wel iets met vuur. Brandende kaarsen, knisperend haardvuur, het geeft gezelligheid. Bij vreugdevuren, de naam zegt het al, valt er iets te vieren. We genieten van de aanblik van de grillig opdwarrelende vlammen. Zelfs naar een uitslaande brand op bijvoorbeeld een boerderij kunnen we uren kijken. Het verschijnsel vuur intrigeert ons, het raakt ons. We kunnen dat lijfelijk ervaren.
Vier elementen
In vroegere tijden dacht men de wereld opgebouwd uit de vier natuurelementen vuur, aarde, lucht en water. De Griekse filosoof Heraclites beschouwde vuur zelfs als het oerbeginsel (archè) waaruit al het andere was voortgekomen. Vuur zorgt ervoor dat alles voortdurend verandert. Hout verbrandt tot as, die vervolgens weer als voedingsstof dient voor nieuwe bomen en planten. Er is sprake van een wederkeer, wel steeds in een nieuwere vorm. Dit gebeurt volgens Heraclites niet alleen in de materiële wereld maar ook bij mensen, in de politiek en bij instellingen.
Van deze vier natuurelementen uit de oudheid is alleen het vuur door de mens veroverd. De andere drie natuurelementen waren een vanzelfsprekendheid. Dat is opmerkelijk. Eerst was het vuur er niet, althans niet in gecontroleerde vorm. In de Griekse mythologie was het Prometheus die het vuur naar de mensen bracht. Hetgeen hij overigens moest bekopen, omdat het tegen de wil van de goden was, met de straf van Zeus: gekluisterd aan de bergketen Kaukasus pikte een adelaar elke dag zijn lever weg, die dan ’s nachts weer aangroeide.
De ontdekking van het vuur heeft de mensheid flink op weg geholpen in zijn ontwikkeling. Het bood hem warmte, bescherming tegen roofdieren en ook niet onbelangrijk, voedsel kon voortaan beter bereid en dus ook beter verteerd worden. Je kunt zelfs concluderen, het gebruik maken van vuur heeft de basis gelegd voor de huidige beschaving.
Vier wezensdelen
Het wezen van de mens kun je ook uit vier delen beschouwen. Er is het fysieke lichaam, er is de levenskracht die het lichaam bij elkaar houdt, er is de astraliteit met al onze gevoelens en gedachten, en er is het ik-bewustzijn. Alleen het eerste, ons fysieke lichaam, is zichtbaar. De andere drie delen kunnen we wel ervaren, maar niet zien of op een wetenschappelijke manier aantonen. Vandaar dat deze zienswijze door de wetenschap nog niet geaccepteerd wordt.
Ons ik-bewustzijn wordt geassocieerd met het natuurelement vuur, de andere delen met respectievelijk aarde (fysiek lichaam), water (levenskracht) en lucht (gevoelens en gedachten).
Onze moderne tijd vraagt om een toenemend bewustzijn omtrent ons eigenlijke wezen. We verstedelijken steeds meer. We raken steeds meer van de natuur en daardoor van onze eigen natuur verwijderd. In alle complexiteit die het leven biedt zouden we de grip op onszelf en onze motieven kwijt kunnen raken.
Dit bewustzijn kunnen we versterken door vernieuwd het ritme van de natuur te beleven. Zoals op het hoogtepunt van de zomer. Het zonlicht is dan volop aanwezig. De dagen duren lang, de nachten zijn kort. Het vuur van de zon voel je tot in je huid. Dat doet iets met ons, vooral met degenen die normaliter te weinig zon in hun leven ervaren. Het verlicht en verkwikt ons. Het geeft warmte.
Tweeledig karakter
Maar, let op, vuur heeft een tweeledig karakter. Het kan verwarmen, reinigen, voor gezelligheid zorgen, enthousiasmeren, je kunt in vuur en vlam staan. Het staat symbool voor de geest. Denk aan het feest van Pinksteren waar vurige vlammen op de apostelen neerdaalden. Of denk aan hoe in het Oude Testamant verhaald wordt van het brandende braambos van waaruit Jahweh sprak.
Er zijn Paasvuren, een traditie die voornamelijk in het oosten van het land populair is. Deze vuren symboliseren de overwinning van de geest over de materie. Ook tijdens Oud en Nieuw worden wel vuren aangestoken. Ook dan wordt er iets overwonnen, namelijk het oude jaar.
Maar vuur kan ook vernietigend zijn, in bosbranden en oorlogen bijvoorbeeld. Een enkele weggegooide sigarettenpeuk op de hei of in een bos kan al een verwoestende uitwerking hebben. Brandstichting is een ander voorbeeld van hoe de mens destructief met vuur kan omgaan.
In ons ik-bewustzijn ervaren we ook vuur. Dit uit zich in hartstocht of enthousiasme voor iets of iemand. Het kan ons volledig in bezit nemen. We voelen ons bezield, van idealen of gedachten. We zijn er voor een kort moment één mee, we gaan er voor. Dit kan gepaard gaan met een ongelooflijke kracht. Dit heeft de nodige revoluties ontketend, de geschiedenis van de mensheid staat er bol van.
Maar pas op, ons ik-bewustzijn is niet één afgerond geheel. We bestaan in feite uit meerdere ikken. Vandaar ook dat we met onszelf in gesprek kunnen zijn. De ene ik overlegt dan met de andere ik. Niet dat we daarmee gespleten persoonlijkheden zijn, er is sprake van een zekere gelaagdheid. Er is bijvoorbeeld een hogere ik en een lagere ik. Ons ik-bewustzijn is ook niet geconcentreerd op één bepaalde plek in het lichaam. Het verbindt de drie andere wezensdelen, doordringt ze en kan zich in principe nestelen waar het wil.
Dat lagere ik, het vuur dat daarmee gepaard gaat, herkennen we gemakkelijk in onszelf. We kunnen branden van verlangen maar ook ontsteken in woede. Een ideaal kan verworden tot een verstarde gedachtengang waardoor er geen plaats is voor andersdenkenden. Dood en verderf kunnen het gevolg zijn. Ook hier weer, voorbeelden te over in de geschiedenisboeken.
Het erkennen van deze tweeledigheid van het vuur, en dus ook van ons eigen ik, dat is het begin van de bewustwording van dit stukje van onszelf. De uitdrukking hij speelt met vuur brengt dat mooi tot uitdrukking. Met vuur moet je serieus omgaan, niet speels. Voor je het weet gaat de boel in vlammen op en heb je niets meer.
Je kunt ervaren op welke plek in je lichaam dit vuur zich manifesteert. Wanneer je je sterk concentreert en al je gedachten uitschakelt, ervaar je in je lichaam een aantal energiecentra. In de oosterse filosofie noemt men die energiecentra chakra’s. De levenskracht van de mens stroomt hoofdzakelijk door deze chakra’s heen, binnen in je lichaam zelf maar ook naar buiten toe. Is er een chakra geblokkeerd, dan ervaart de mens problemen op het gebied van dit chakra: het voelt als een beperking. De mens heeft zeven hoofdchakra’s, te beginnen bij je stuitje en eindigend bij je fontanel boven op je hoofd.
Het vuur in jezelf kun je beleven in je derde chakra, ongeveer op de plek waar je navel zit. Dit chakra noemt men wel de zonnevlecht of de plexus solaris. Versterking van dit chakra vergroot ons zelfbewuste vuur, ons gevoel van eigenwaarde. Te veel nadruk hierop kan echter leiden tot behoefte aan macht en status, tot een egoïstische levenshouding. Het is goed hiervan doordrongen te zijn.
Wanneer wij in de vlammen van het vuur kijken, kunnen we de aanwezigheid van deze derde chakra ervaren. Deze wordt dan min of meer gevoed. Kijken naar vuur versterkt ons eigen vuur, onze wil en innerlijke rust. Dat is de eigenlijke reden dat wij het als bijzonder ervaren om in het vuur te kijken, we voelen ons innerlijk sterker worden. We laven ons aan de vlammen.
Maar, zoals gezegd, vuur heeft ook een destructieve kant. Geestelijk kun je deze in jezelf onder controle houden door jezelf steeds een spiegel voor te houden. Ontrafel je motieven, je gedrag, telkens opnieuw en elke dag weer. Treed in contact met je hogere ik, die weet meer dan je denkt. Doe dit bijvoorbeeld vanuit een helikopterview. Zie jezelf, kijk door je eigen vlammen heen.
Fysiek kun je dit doen door simpelweg over een zelfgemaakt vuur te springen. Je houdt het vuur dan letterlijk onder je. Tegelijkertijd voel je de gloed van de vlammen optrekken tot in de buikstreek van je lichaam. Het is een bijzondere ervaring, iedereen aan te raden. Dit over het vuur springen tilt je op, lijkt het. Je bent het de baas. Alsof je vervuld bent van een nieuw soort gloed van innerlijkheid. Dit draagt nog dagen lang door in al je bezigheden.
De midzomer is hier een uitermate geschikte periode voor. Er is het vuur van de zon, het vuur van de aarde, het vuur in jezelf. Tijdens de midzomerzonnewende zijn deze krachten op hun hoogtepunt.
Specifieker, het Sint-Jansfeest op 24 juni is er de uitgelezen dag voor, gezien de symboliek van Johannes de Doper die zijn eigen vuur in dienst stelde van de bewustwording van “het licht in onszelf”. Het een past zo in het ander.
Hoog laait het vuur, zingen de mensen die dit tot een jaarlijks terugkerend ritueel hebben gemaakt. Waarop men vervolgens in twee- of drietallen, of in zijn eentje, over de hoge vlammen springt, dit tot hilariteit en feestvreugde van de omstanders.
In de Scandinavische landen is deze traditie al millennia oud, maar in een vernieuwde vorm verovert ze ook in Nederland middels de vrijescholen steeds meer terrein. Dat dit mag voortgaan. Het vuur zij geprezen.
Zie ook Sintjansfeest, het feest van de tegenpolen
Sint-Jansfeest – het feest van de tegenpolen
