verbindt wie mee wil blijven bewegen


Initiatieven en kritische vragen

Het maakt de berg niet uit langs welke kant je hem beklimt. (Japans gezegde)

Ieder kind, iedere leerling is anders. Elk kind wandelt op zijn eigen wijze naar de top. De een loopt fluitend de berg op, de ander wil zo snel mogelijk zijn doel behalen, weer een ander staat stil bij elk mooi bloementje langs de weg. Het is belangrijk dat leerlingen ontdekken welke weg bij hen past en dat wij hen een goede basis meegeven, zodat ze vol vertrouwen op pad kunnen. Met een brede ontwikkeling, waarin ze vanuit een open houding onderzoeken wat ze tegenkomen en zich laten verwonderen, omdat dit de creativiteit stimuleert.

Bagage

Van klas 7 tot en met 12 werken wij eraan leerlingen genuanceerd te leren oordelen, als bagage voor het verdere leven. Dit doen wij door veel aandacht te besteden aan het scholen van de waarneming, zoals tijdens het periodeonderwijs in de bètavakken. Bij de experimenten in de klas nemen leerlingen eerst zo zorgvuldig mogelijk waar, tekenen ze de opstelling van de proef na en beschrijven ze feitelijk wat ze zien.

Als ze ‘s avonds thuis hun aantekeningen uitwerken komen de waarnemingen opnieuw voorbij. De volgende dag bespreekt de leraar opnieuw die waarnemingen om uiteindelijk tot een conclusie te komen. Door tijd te nemen tussen waarneming en conclusie leren leerlingen zorgvuldig en genuanceerd oordelen. Daarnaast leren ze van klasgenoten dat niet iedereen hetzelfde waarneemt en denkt. Dit principe is bij alle vakken toepasbaar. Ook in werkvormen is een leerlijn te zien die past bij de leeftijdsfase: in de 9e klas wordt echt gedebatteerd, in de hogere klassen wordt meer de dialoog en socratische gesprekswijze toegepast.

Omdat internet een antwoord lijkt te hebben op elke vraag, is het belangrijk leerlingen te leren bewust tijd in te bouwen voor een eigen analyse met eigen vragen: Waar gaat dit eigenlijk over? Welke bron wordt hier gebruikt? Wat zeggen de feiten? Kun je hier ook vanuit een ander perspectief naar kijken? Dit maakt van de leerlingen zelfstandige en vrije denkers.

Is daarmee een vrijeschoolleerling anders dan een leerling op een reguliere school? Ik geloof dat onze leerlingen in wezen niet verschillen van leerlingen op andere middelbare scholen. Er is wél verschil in wat wij leerlingen aan bagage meegeven. Zoals we werken aan het genuanceerd oordeelsvermogen, zo ontwikkelen we ook de kunstzinnige en sociale vaardigheden van de leerlingen, zodat ze later in het leven in vrijheid eigen keuzes kunnen maken, zich kunnen verplaatsen in een ander en vanuit verschillende standpunten naar een situatie kunnen kijken.

De leerlingen die op de vrijeschool hebben gezeten vallen regelmatig op in het vervolgonderwijs, doordat ze meer initiatieven nemen, kritische vragen durven te stellen en intrinsiek gemotiveerd zijn. Het komt regelmatig voor dat een leraar van het ROC of een hogeschool met een eigen kind op onze open dag komt, omdat een leerling van het KGC het daar zo goed doet of enthousiast over de school heeft verteld.

Herkenning

Als vrijeschoolleerlingen elkaar tegen komen ergens op de wereld, is er steeds sprake van een grote mate van herkenning. De rituelen, zoals het zeggen van de ochtendspreuk, het zingen in het koor en het vieren van de jaarfeesten roepen gemeenschappelijke herinneringen op die ze met elkaar kunnen delen. Er wordt op alle vrijescholen veel gezongen en veelal dezelfde liederen.

Toen KGC-bestuurder Frans Ebskamp aan leerlingen vroeg of er in de school veel gedaan wordt met gepersonaliseerd leren, zeiden ze: “Ja, heel veel. Het gaat er hier heel erg over wie je bent als persoon. Daar is veel aandacht voor.” Precies het goede antwoord, denk ik dan!
Onderschrift foto: Beeld van Peter Keizer

Geschreven door Wanda Kasbergen

Wanda Kasbergen is rector van het Karel de Grote College

Bron: Branding herfst 2016