verbindt wie mee wil blijven bewegen


Interview met Frans Lutters

Hoe kunnen nieuwe vrijeschooldocenten voldoende toegerust worden voor hun taak?

De afgelopen vijf jaar steeg het aantal vrijeschoolleerlingen met 25 %. Een jarenlange, trendmatige groei, waarvan ik in eerdere artikelen in Vrije Opvoedkunst al verslag deed. Een dergelijke groei betekent ook eenzelfde groei van het aantal leerkrachten, zowel in onder-als bovenbouwen. Een tweetal factoren maakt, dat het aantal leerkrachten in de praktijk veel hoger uitpakt dan de genoemde 25%. Denk hierbij aan het toenemend aantal deeltijdbanen in het basisonderwijs en de huidige vergrijzing van het lerarenkorps in dezelfde basisscholen. Verder is er een groei in het aantal nieuwe vrijeschoolinitiatieven, zodat hier en daar het aantal leerkrachten op scholen eerder tussen de 50 en 100 % kan uitkomen. Deze groei wordt maar ten dele gevuld met jonge mensen van de opleiding in Leiden, zij-instromers en herintreders komen op dit moment in de scholen. Hoe kunnen vrijescholen ervoor zorgen dat al deze nieuwe mensen inhoudelijk voldoende toegerust zijn voor de eisen die aan goed vrijeschoolonderwijs gesteld mogen worden? En dat allemaal in een tijd waarin regelmatig de noodklok wordt geluid over de te grote belasting van mensen die werken in het onderwijs. De zorg voor de kwaliteit van het vrijeschoolonderwijs en de mensen die zich hiervoor inzetten, staat centraal bij een meetup van leerkrachten die op 24 mei word georganiseerd door de Vereniging van vrijescholen.

Frans Lutters, leraar aan de Stichtse Vrije School in Zeist, is een van de organisatoren van de meetup en met hem heb ik een gesprek over deze onderwerpen.

“De vrijeschool beweging bevond zich de afgelopen vijftien jaar in een pijnlijk proces”, zegt Frans. “Sommige vrijescholen kregen het predicaat ‘zwak presterend’ opgeplakt van de inspectie voor het onderwijs en kwamen hierdoor in de gevarenzone. Met veel inspanningen, ook vanuit de Bond voor vrijescholen, is hierin veel verbeterd. Tegenwoordig wordt de vrijeschool meegenomen in een onderwijskeuze bij ouders en leerlingen. De vrijeschool wordt herkend als een alternatief voor het reguliere onderwijs, met een breed aanbod aan hoogwaardig onderwijs. Vrijescholen presenteren zich vaker en duidelijker en in het onderwijsveld wordt dit opgemerkt als een verrijking van het totale onderwijsaanbod. Men is blij met de vrijeschool, waarin ruimte is voor algemene vorming en er gewerkt wordt vanuit waarden en met oog voor de autonome leerling. Het vrijeschoolonderwijs geeft op deze manier aan dat er wel degelijk ruimte bestaat voor een andere, misschien wat minder rigide, kijk op het onderwijs. (o.a. minder prestatiegericht).

Mijn eigen ervaring tijdens open dagen op onze school in Zeist is, dat onze leerkrachten goed in staat zijn hun enthousiasme voor het onderwijs over te brengen op bezoekende ouders met hun kinderen. Ouders en leerlingen maken tegenwoordig afgewogen keuzes voor het soort onderwijs. Zij ervaren steeds minder de vrijeschool als ‘anders’ en ‘exclusief’ en zien de kwaliteiten van ons onderwijs en het klimaat dat wij met elkaar hier op school hebben. Zij ervaren onze manier van werken, met minder boeken en methodes en aandacht voor de jaarfeesten, niet als een drempel maar als een kwaliteit. Door onze twee/drie jarige brugklasperiode, kiezen we zorgvuldiger het studieniveau en ook later is het nog mogelijk om door te stromen naar een ander niveau. Onze school is met 600 leerlingen niet heel groot. Wij hebben een stabiel lerarencollege van ruim 50 mensen. Een hoog percentage van onze leerlingen komt van een vrijeschool onderbouw. Het is een redelijk stabiele situatie, waarvan ik mij realiseer dat dat elders in Nederland er heel anders voor staat. Daar worden de scholen geconfronteerd met veel nieuwe leerkrachten.

Ik ben heel blij met de post-HBO opleiding in Leiden die komend schooljaar gaat starten. Door de explosieve groei van de vrijescholen is er grote behoefte aan scholing van nieuwe vrijeschoolleerkrachten. Voor de scholen is het verzorgen van stabiliteit en een echte ‘vrijeschoolgeest’ van levensbelang. Het vereist bijvoorbeeld de nodige creativiteit om in het gewone onderwijsprogramma toch een rooster te maken waarin het periodeonderwijs tot zijn recht kan komen. Voor de helemaal nieuwe scholen is vertrouwen cruciaal. Alles is immers nieuw voor leraren en ouders.

Wij werken momenteel in een klimaat, waarbij de nadruk steeds meer ligt op het niveau van kennis en leerprestaties. Dit komt dan tot uiting in de grote waarde die de ouders hechten aan ‘het niveau’. Het Darwinistische wereldbeeld van ‘the survival of the fittest’, met als streven: ‘het hoogst haalbare is ook het beste’, ook als dit ten koste van de gezondheid of iets anders gaat.

Ik beschouw het als een opdracht van de vrijeschool om een ander mensbeeld in de cultuur te brengen, om de eenzijdig Darwinistische visie op de mens te helen. De vrijeschool representeert een omgeving en wil ruimte scheppen, waarbinnen kinderen kunnen ‘worden wie ze zijn’. Wij kijken naar hen met doorlopend de vraag in onze gedachten: “Wie ben jij en wat zoek jij”. Wij proberen daarop een antwoord te vinden. Daar ligt wel een opgave en het gekke is, dat red je dus niet met een verbandkistje. Als je op deze manier in het werk staat, stelt dat vragen aan jezelf, het raakt aan het werkelijke motief waarom je vrijeschoolleerkracht wil zijn”, aldus Frans.

Rondom het beroep van leerkracht leeft vaak de gedachte dat de carrièremogelijkheden beperkt zouden zijn. Gekoppeld aan het mensbeeld van waaruit de vrijeschoolleerkracht zijn werk doet en de vragen die dit omgekeerd aan de leerkracht stelt, spreekt Frans over een uiterlijke en een innerlijke carrière. Als de ontwikkeling van de leerkracht niet op beide terreinen plaatsvindt, ontstaat het gevaar van verschraling en erger nog, van uitputting en opbranden. Zeker, een beginnende leerkracht is vaak erg kwetsbaar. Het is nog zoeken naar de juiste weg. “Doe ik het wel goed, kan ik mijn collega’s hulp vragen, zoveel regels en alles documenteren en verantwoorden. En hoe oordelen ouders en leerlingen over mij?” Een zij-instromer heeft misschien voordeel aan eerdere onderwijservaring, maar het proces om een echte vrijeschoolleerkracht te worden duurt vaak jaren.

Dit alles neemt niet weg dat het steeds ook een zorg binnen de scholen is om ruimte te bieden aan ontwikkeling en doorgroei van leerkrachten, meer in de uiterlijke zin dus. Een basisschoolleerkracht met interesse in bijvoorbeeld Engels, kan worden aangemoedigd om een studie Engels te beginnen. De overheid stimuleert dergelijke ontwikkelingen; scholen krijgen er extra geld voor. Het opnieuw gaan studeren, geeft vaak ruimte voor nieuwe inzichten, het werkt stimulerend op de eigen beroepspraktijk en is vruchtbaar voor het lerarenteam. Als op een school te lang op dezelfde wijze wordt gewerkt, kan een heel naar binnengericht klimaat ontstaan. Schoolleiders zouden er als de kippen bij moeten zijn om leerkrachten te stimuleren zich door studie verder te ontwikkelen, nu de overheid daartoe nog de financiële hulp biedt. Een leerkracht die zijn bevoegdheden vergroot, kan overstappen van basisschool naar bovenbouw en eventueel ook les gaan geven in het HBO-onderwijs. Zo kan het onderwijs aan kinderen en jongeren van heel verschillende leeftijden toch een beroepscarrière bieden in de uiterlijke zin. Er is in deze zin in het verleden wel eens geëxperimenteerd met eens in de zeven jaar een ‘vrij jaar’ voor leerkrachten. Denemarken kent een wettelijk geregeld ‘sabbatical jaar’ eens in de vijf jaar; de leerkracht krijgt een iets lager salaris, maar behoudt het recht op terugkeer op zijn school. Het toenemend aantal leraren met burn-out klachten als gevolg van te zware werkdruk is heel zorgelijk. Mogelijk dat er eens kan worden nagedacht over een manier om op onafhankelijke wijze in de scholen te kijken naar het welzijn van de leerkrachten en hun kinderen. Een kijk die naast en onafhankelijk van de schoolleiding werkt, als een gewetensfunctie voor gezondheid en vitaliteit van de school. In de scholenkoepels zijn wellicht mensen te vinden die oog hebben voor wat ik eerder de uiterlijke en de innerlijke ontwikkeling van de leerkrachten heb genoemd. Ik ben er namelijk van overtuigd, dat mensen die de vrijeschool zoeken om er te gaan werken, ook op zoek zijn naar een innerlijke scholing. Misschien zo op het eerste oog niet zo bewust, maar je doet de zaak ernstig tekort als je in je vrijeschool alleen maar mensen zoekt om de vacatures mee op te vullen.

Geschreven door Paul Kooijman

Gepubliceerd in Vrije Opvoedkunst, zomer-editie 2017 (Sint Jan)


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

Alle achtergronden 

Meer activiteiten

    Volledige agenda