Kunstzinnig onderwijs in drie aspecten
Hoe maak je je les een ontwikkelproces dat je met elkaar aangaat, dat lukt ons lang niet altijd.
Tags: nascholing / SVS / Zeist
Een verwarrend begrip: kunstzinnig onderwijs. In de meeste gevallen zal men er onder verstaan het geven van kunstonderwijs, maar in een vrijeschool heeft de combinatie van kunst en onderwijs meer ladingen.
Natuurlijk wordt het vrijeschoolonderwijs geassocieerd met veel kunstzinnige activiteiten. Dat is ook meestal het onderscheidende dat als eerste genoemd wordt als iemand vraagt wat vrijeschoolonderwijs nu eigenlijk is.
Dat is ook wel terecht, want we doen ook veel aan kunstonderwijs. Niet alleen in de vele extra kunstvakken die we gedurende de hele schooltijd geven aan alle leerlingen, ongeacht uiteindelijk examenniveau of vakkenkeuze. Dat is een enorme variëteit aan vakken die de leerlingen de mogelijkheid bieden andere kwaliteiten te ontwikkelen dan alleen de cognitieve vermogens. Meestal worden daaronder ook de ambachtelijke vakken verstaan, die vooral in de lagere klassen gegeven worden. Dat zijn strikt genomen geen kunstvakken, maar zij bereiden ook wel voor op het kunstzinnige werk.
Bijzonderder is, dat we in de vrijeschool het kunstzinnige ook gebruiken om in de niet-kunstvakken de lesstof op een andere manier te verwerken. Dat leidt tot een beter en persoonlijker begrip van de lesstof, omdat je je deze op een authentieke manier eigen maakt. Dat dit goed werkt, merken we dagelijks in de periodelessen. In de vaklessen is deze kunstzinnige verwerking vooral in de hogere klassen sterk onder (tijds)druk komen te staan door de toenemende invloed van de exameneisen in het onderwijs.
Een derde aspect van het kunstzinnige onderwijs op de vrije school is het vormgeven van het onderwijs zelf. Vanaf de start van eerste Waldorfschool in 1919 is telkens de nadruk gelegd op het kunstzinnig vormgeven van alle lessen. Elke les moet eigenlijk een kunstwerk zijn, vormgegeven in een creatief proces. Dan wordt de leerling ook meegenomen in dit creatieve proces en kan de lesstof echt leven voor de leerlingen. In het afgelopen schooljaar was dit belangrijke uitgangspunt van het onderwijs het thema van diverse studiedagen en pedagogische vergaderingen op de Stichtse. Hoe maak je je les tot een creatief proces en laat je de leerlingen daar ook deel van uitmaken. Dat vraagt heel veel van de leraar in de voorbereiding en vraagt een voortdurend bewustzijn tijdens de les, dat het niet gaat om “kale” kennisoverdracht, maar om een ontwikkelproces dat je met elkaar aangaat. Dat lukt ons lang niet altijd. Het blijft de uitdaging om hier aan te blijven werken als leraren, gemeenschappelijk en individueel.
Er is in de samenleving een sterk toenemende roep om creativiteit, authenticiteit en originaliteit. Er wordt dan natuurlijk ook meteen naar het onderwijs gekeken: “Doe dat er ook maar even bij.” Het moge duidelijk zijn, dat dit niet in een extra lesje te vangen is. Als je wilt dat leerlingen zich in creativiteit ontwikkelen, zal je ze in creativiteit moeten onderdompelen. Dat is de uitdaging waar we voor staan. We werken eraan, maar we zijn nog lang niet klaar.
