verbindt wie mee wil blijven bewegen


We hebben net het driekoningenfeest met de koningskleuren blauw, rood en groen achter de rug en de tijd glijdt door naar het heldere blauw van Maria Lichtmis op 2 februari.

Waarom hier aandacht voor Maria Lichtmis? Juist als u niet Rooms-Katholiek bent.

Met kinderen de feesten van het jaar beleven is als het zien van de regenboog; de ene kleur is nog niet vervaagd of de volgende verschijnt. En zonder kinderen (of de kinderlijke blik) ervaren we de regenboog vaak niet eens, omdat we niet verder kijken dan de regen of het grijs van lucht en grond. Ceremonies die diep in het verleden van de mensheid wortelen, bloeien op in het dagelijks leven van het gezin en de klas. Ze kunnen naast het feestelijke karakter, in vele woelige tijden een bron van genezing, bewustwording en spirituele groei zijn. Ze hoeven geen kerkelijk karakter of pragmatiek te hebben, want met een open blik zien we de regenboog beter. De geopenbaarde kracht, wijsheid en bedding in het (dagelijks) leven, danken we aan Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie.

In de Rooms Katholieke traditie is Maria Lichtmis een afsluiting van de heilige kersttijd, 40 dagen na Kerstmis. Het feest is in eerste instantie een herdenking van de Opdracht van Christus in de tempel. Het centrale thema voor de Rooms Katholieke kerk is de openbaring van Christus als ‘het Licht dat voor alle volkeren straalt’.

Helaas zijn we deze bijzondere boodschap een beetje vergeten. Maria, de moeder van Jezus, is de draagster van dit goddelijke licht op aarde. Maria Lichtmis is daardoor ook een vrouwenfeest geworden. Waarbij we niet moeten vergeten dat in de Germaanse godsdienst (en Romeinse) meer plaats was voor het vrouwelijke dan in de vroege Christelijke kerk. Vrouwen wilden dat aspect niet loslaten en hebben het vertaald naar Maria.

Op 2 februari vindt aan het begin van de kerkdienst, die dus speciaal voor vrouwen is, een processie met gezegende kaarsen plaats. Alle moeders worden dan in de kerk herdacht en Maria staat als de moeder der moeders hiervoor symbool. Aan de ene kant hebben we in de kerk Maria als draagster van het goddelijke licht, en aan de andere kant is het zes weken na Kerstmis, oftewel na Maria’s bevalling van het kindje Jezus. In navolging werd de traditie dat een vrouw zes weken na haar bevalling naar de kerk ging met een opdracht voor Maria. We moeten hierbij bedenken dat vrouwen vroeger niet bij de doop van hun kinderen konden zijn: baby’s werden daags na de geboorte gedoopt en dan lag de moeder nog in het kraambed. Met het speciale bezoek van de moeder aan de kerk en Maria werd het rond gemaakt. Daarmee was ook de kraamtijd definitief afgesloten.

Blauw

In de natuur verandert in de zes weken na kerst de kleur van de hemel. De zon krijgt meer kracht en daardoor wordt de hemelkleur februariblauw; de symbolische kleur van de mantel van Maria. Het is een heldere hemel, zowel overdag als ’s nachts de moeite van het bekijken waard. Die helderheid komt doordat er o.a. nog geen pollen en zaden in de lucht hangen. Die helderheid in de lucht kan aan ons mensen een helderheid van geest geven. Die helderheid van geest is belangrijk, omdat we deze periode bezig zijn met plannen maken; er wordt gezaaid voor de toekomst. Antroposofisch gezien is Maria een combinatie van Moederaarde en Maria de moeder van Jezus. Zij is zelf gereinigd en doorlicht en daardoor het beeld voor ons bezielde lichaam als drager van geesteskrachten, die wij de wereld willen schenken. Zo komen onze plannen in helderheid en goddelijke licht samen in ons hart, willen en uiteindelijk ons handelen.

In de gangen van vrijescholen worden de witte gordijntjes weer opgehangen; de donkere dagen van advent zijn voorbij en dus verdwijnen ook de blauwe gordijnen. Ook kaarsen zijn niet meer nodig om licht te geven; de dagen worden steeds langer. In de klassen worden met Maria Lichtmis kaarsstompjes aangestoken. Deze zijn de hele winterperiode speciaal voor dit doel bewaard. Restjes kaarsvet worden gesmolten en in lege walnootschillen geschonken. Deze piepkleine kaarsbootjes worden in een waterbak te drijven gelegd. Op de vrijescholen is het de viering van het laatste lichtfeest. Na dit feest gaan we ons langzaam opmaken voor de volgende kleur: het lentefeest Palmpasen.

Thuis

Wat kunnen we thuis met kinderen in deze periode doen? De seizoentafel is wit met wat helder blauw. Er liggen stenen op en sneeuwattributen zoals een Koning Winter en Olle op zijn ski’s. Langzaam kan er een hoekje gemaakt worden met Vrouwtje Dooi, de wortelkindertjes en wat meer bruin. Dit hoekje neemt steeds iets meer ruimte in beslag totdat het sneeuwklokje als eerste en daarna de ander lentebolletjes er in maart tenslotte bij mogen.

Aan activiteiten kan er nog steeds geknutseld worden. De kaarsjes van walnootdopjes kunnen thuis gemaakt worden, maar zandkaarsjes maken is ook leuk. Gebruik voor allebei de kaarsjes een oude pan om de restjes kaarsvet (of de bijenwas) au bain marie op te warmen. Giet voorzichtig wat van het vloeibare vet in een kuiltje in het zand. Houd de lont vast, zodat die niet erin zakt. Als het vet gestold is kun je de zandkaars uit het zand halen en zien waarom het een zandkaars heet; hij heeft een korst van zand. Het is ook leuk om met kinderen pindakettingen te rijgen of vetbollen te maken. Doe voor de vetbollen zaadjes in een cupcakepapiertje en giet er voorzichtig gesmolten roomboter in. Op laten stijven en klaar!

Tenslotte nog een aantal leestips: voor kleuters is De wortelkindertjes, van Freddie Langerer en het verhaaltje van het Sneeuwklokje (uit Leven met het Jaar van Kutnik) erg mooi. Voor de grote kinderen blijven sprookjes van Grimm leuk en nog weer wat oudere kinderen kunnen smullen van de boeken van John Flanagen die zich afspelen in Skandia of gruwelen van Narnia’s Sneeuwheks in de boeken van Lewis.

Geschreven door Marion Vreugdenhil

Marion Vreugdenhil is juffie op vrijeschool Widar in Delft & natuurgeneeskundig therapeut