verbindt wie mee wil blijven bewegen


Het Paasfeest is een bijzonder feest: in de orthodoxe liturgie het grootste, meest belangrijke jaarfeest. Ooit in onze streken ook een groots gevierd feest met een langdurige en intense voorbereidingstijd: zes weken vasten, waarin de laatste week voor Pasen: de Stille Week. In mijn jeugd was het zelfs zo dat op Goede Vrijdag om 15.00 uur ( de tijd van de Kruisdood van Christus) het leven even stopte: treinen stonden stil, het werk werd neergelegd; het werd even stil in Nederland. Als kind ervoer ik dat moment als overweldigend en zeer indringend. De bij de Goede Vrijdag behorende biecht en Kruisweg maakten al evenzeer een diepe indruk.

In het volgende artikel wordt u meegenomen om de weg naar het Paasfeest te gaan. De Grote Kosmische Weg en de “dagelijkse” weg van de Goede of Stille Week: de dagen van Palmzondag tot en met Paaszondag.

De datum van het Paasfeest is kosmisch gebonden. Het Paasfeest is gerelateerd aan de maancyclus. Het enige jaarfeest dat daarmee “schuift” over de jaarkalender. Carnaval (40 dagen voor Pasen), Pinksteren (50 dagen na Pasen) schuiven met het Paasfeest mee. De andere jaarfeesten zijn gerelateerd aan de zon: de zon bepaalt dat een jaar 365 duurt ( een omwenteling van de aarde om de zon) en daarmee onze tijdsberekening van de jaren, maanden, weken en dagen.

Hoe de Paasdatum wordt berekend

Het Paasfeest wordt gevierd op de eerste zondag ná de eerste volle maan nadat de zon het lentepunt heeft gepasseerd ( 21 maart)

1. nadat de zon door het lentepunt is gegaan: de evenaar is gepasseerd,
2. daarna de eerste volle maan
3. en de zondag daarna:
4. vieren we Pasen

1. De zon passeert de evenaar 21 Maart, wij zeggen: de lente begint…

De zon komt die dag precies in het oosten op! Bij ons op het noordelijk halfrond begint dan een “nieuwjaar”: de dagen worden weer langer dan de nachten. Wij, mensen, tellen onze leeftijd in dit ritme: in jaren. Als je vertelt hoe oud je bent, bedoel je de leeftijd van je stoffelijk lichaam. Ook onze historie rekenen we in jaren: 2014 na christus.

Hier vindt u de eerste schakel van de berekening van Pasen: het fysieke feit dat er het “nieuwe” jaar op een bepaald ogenblik begint, namelijk 21 maart, bij de doorgang van de zon door het lentepunt, is een kwestie die zich afspeelt tussen zon en aarde. Ik zou dit even een fysiek feit willen noemen: je kunt het tellen zoals ook het aantal jaren van ons stoffelijk lichaam.

2. Daarna de eerste volle maan

De volgende schakel voor de berekening van de paasdatum is de stand van de maan. Deze heeft een heel eigen cyclus, die niet naar zonnejaren wordt gerekend, maar naar volle manen. Een maancyclus duurt ruim 28 dagen. In de volksmond, in de huiselijke praktijk van ons leven, in vele andere gebieden van ons bestaan is dit ritme bekend. Slaapwandelaars worden “maanziek” genoemd; gedurende een bepaalde periode van haar leven is de vrouw met betrekking tot haar vruchtbaarheid aan dit ritme onderhevig. Het ritme van de maan regeert eb en vloed, beïnvloedt de landbouw (de kwaliteit van groei en gewas wordt o.a. bepaald door de stand van de maan ten tijde van het zaaien). Kortom: de maan heeft een diepe invloed op ons biologisch bestaan.

We zouden de maancyclus een biologisch ritme kunnen noemen. In de fysieke mens gaat een biologische mens schuil, een samenhangend complex van levensprocessen, die niet in een jaarritme verlopen, maar in een maan(d)ritme. Het ritme van ons zogenaamde levens- of “etherlichaam” is 28 dagen.

3. en de zondag daarna

Voor de derde schakel in de paasberekening moeten we naar de week kijken. Het is immers de regel, dat de week waarin de paas-volle-maan valt, eerst voorbij moet zijn: de eerste zondag ná volle maan. Het geldt ook hier, net als bij de twee voorgaande ritmen, dat zij eerst vervuld of “vol” moeten zijn: het nieuwe voorjaar moet zijn aangebroken, de maan moet vol zijn geweest, de week moet met al zijn zeven dagen voorbij zijn.

Is “een week” ook een objectief ritme? Ons gehele openbare en persoonlijke leven verloopt in grote trekken in het week-ritme. Bij een dieper onderzoek blijkt, dat het weekritme met de ziel van de mens samenhangt. Er is een samenhang tussen de kwaliteit van de weekdagen en de zeven planeten.

Het oerfenomeen van de zielenkwaliteit van elke weekdag treedt in de Goede Week sterker dan anders naar voren. Na elkaar hebben Maan (maandag), Mars (dinsdag) , Mercurius (woensdag), Jupiter( donderdag), Venus (vrijdag), Saturnus (zaterdag) en de zon (zondag) hun voorjaars-feestdag. Zo bezien is de Goede Week een belangrijke weg van de oude naar de nieuwe zon:

Palmzondag (oude) Zon

De Intocht in Jeruzalem. Het lijkt alsof er een roes ontstaat bij de aanwezigen. Ze grijpen terug naar de oude “heidense” lentefeesten. De palm was het symbool voor de zon: Mensen zwaaiden met palmtakken. Het lijkt alsof Christus nu werkelijk door de mens(heid) wordt opgenomen. Niets is minder waar: diezelfde mensen die hem nu toejuichen, zullen later schreeuwen: “Kruisig hem”.

Palmzondag is de dag van de uiterlijk zon: de “oude zon’. Pasen is de dag van de nieuwe zon: de zon die niet meer ondergaat. Christus komt binnen in het oude Jeruzalem, maar draagt in zich het nieuwe Jeruzalem. Zo brengt hij het nieuwe in het oude binnen, om in het diepst van het oude het nieuwe licht te kunnen ontsteken. We moeten niet blijven steken bij het vieren van de lente, bij de vreugde om het “nieuwe leven”, dan blijven we steken in het oude. Dat enthousiasme vlamt op en dooft weer, gaat niet verder als “hosanna”, het moet echter tot voorbij het kruisigen reiken, dan krijgen nieuwe impulsen initiatiefkracht. Om daar te komen doorlopen we de dagen van de week met hun planetenkwaliteiten.

Maandag (maan): groei en kiemkracht maar ook valse schijn

Vals schijnsel: Bij een plaats waar het oude schouwen werd beoefend staat een vijgenboom die geen vijgen droeg. Jezus vervloekt deze boom. Daarmee wijst hij de schijn van het oude extatische schouwen af. (verbonden met de maan). De weg is te gaan in vol bewustzijn. Dat wat in de wereld oud geworden is, zonder zijn oorspronkelijke kracht en echtheid te bewaren, wat maanachtig verstard is en slechts pretendeert eigen licht te bezitten, zoals de maan doet met haar geleende licht, wordt op maandag van de Goede Week de deur gewezen: buiten onder de mensen wordt de religieuze decadentie en corruptie gegeseld in de scène van de tempelreiniging: Wat de mens een nieuwe toekomst geven kan, moet iets radicaal nieuws zijn!

Dinsdag (Mars): strijd/daadkracht

De hele dag lang onderhoudt Jezus zich met zijn aanvallers, die deze weerspannige in de val willen lokken. Als zwaardslagen zijn zijn gelijkenissen over de tegenstanders, zoals die van de slechte wijngaardeniers en de koninklijke bruiloft. Vandaag moeten de marskrachten zich voegen naar de kracht van het woord van Christus. ‘s Avonds op de Olijfberg gaat door het woord van de Christus de Apocalyps open voor de discipelen: door stormen en zware beproevingen moet de mensheid in de toekomst haar weg gaan. Vijandschap vindt zijn wortels in zwakte en angst. Een eerste kiem van moed ontstaat, wanneer de mens leert alles te laten en te offeren, omdat hij beseft dat hij niets bezit, maar alles hem gegeven is. En: jezelf bevechten, dat is de zwaarste strijd!

Woensdag ( Mercurius): bemiddeling, uiterlijk rumoer gaat over in verstilling

Woensdag toont ons de tweesprong waarop de mercuriale kracht van de beweeglijkheid van de ziel komen moet, wanneer de mens toegroeit naar het vurige gebied dat de Christus omgeeft: óf zij ontaard tot de onrust die van Judas een verrader maakt, óf zij wordt omgezet in de kracht van devotie, zoals Maria Magdalena dat heeft kunnen doen met de zalving die beschreven staat in het evangelie van Johannes.. verstilling, meditatie,vergeving, wikken en wegen)

Donderdag (Jupiter): wijsheid

Witte donderdag straalt met de Jupiterachtige glans van een nieuwe wijsheid. De nabijheid van de geest in het sacrament van het Heilig Avondmaal is tegelijkertijd een bron van licht: de afscheidswoorden zoals die weergegeven zijn in het Johannes-evangelie. Wat Christus en de apostelen vierden, was het Pesachfeest: de uittocht uit Egypte wordt voorbereid.

Christus nodigt allen uit tot deelname aan zijn offer: het sacrament van het Heilig Avondmaal is een verinnerlijking van het offer. Niet meer de bloedige offers van “vroeger’, die waren slechts materieel. Het geestelijke doordringt nu het fysieke. Nieuwe wijsheid: door zelfwerkzaamheid ontstaat de mogelijk tot hernieuwd contact met de geesteswereld.

Vrijdag (Venus): Liefde

De christelijke Venusdag is de Goede Vrijdag: de openbaring van de wereldomvattende liefde. Alles wat van de geseling tot en met de kruisiging moet worden doorgemaakt, bewijst slechts dat de liefde alles verdraagt en daardoor alles overwint– zelfs de macht van de dood. Niet de angst voor de dood overvalt Christus, de dood zelf valt hem aan. De dood wil hem te slim af zijn. De laatste van de zeven kruiswoorden:”Het is volbracht” betekent niet dat het lijden is doorstaan. Het betekent dat nu de volledige zege over de macht van de dood is verworven. Dan wordt zijn lichaam in het graf gelegd. De aarde ontvangt het lichaam en het bloed van Christus. Het is een verheven communie. De dood heeft geen macht over hem. Zijn geest doortrekt het aardse, materiële bestaan. Door dit offer worden krachten ontwikkeld waardoor de mens in staat is door innerlijke offers ( ontwikkeling) vrij te worden en vanuit die vrijheid de aarde om te vormen. Allesomvattende liefde verdraagt alles.

Christian Morgenstern:

Ich habe den MENSCHEN gesehn in seiner tiefsten Gestalt,
Ich kenne die Welt bis auf den Grundgehalt.
Ich weiss dass Liebe, Liebe ihr tiefster Sinn,
Un dass ich da, um immer mehr zu lieben bin.
Ich breite die Arme aus, wie ER getan,
Ich möchte die ganze Welt, wie ER, umfahn.

Zaterdag (Saturnus): tijd, innerlijk actief/uiterlijk onbewogen

Het rotsgraf staat voor alles wat in de mens verhardt, materie is geworden. De overwinning op de dood moet zich ook tot in de materie voltrekken. Het is de dag van de zogenaamde Neerdaling ter Helle.

In de Germaanse mythologie is Hella de dochter van de tegenkrachten. Zij verzamelt alles wat niet meer deel kan hebben aan de ontwikkeling. Soms zou je denken alle beproevingen voor niets te hebben doorstaan: ten grave gedragen. Er was echter in de nacht van Stille zaterdag op Paasochtend een aardbeving, die de steen deed wegrollen. Wij mogen hopen dat er ook een bewegen is, die de steen voor ons graf doet wegrollen: de vrucht van het offer!

Paaszondag (zon); de nieuwe zon.

Opstanding: de Christus is niet in het verleden, niet in de toekomst, maar in het nu. Christus omvat de macrokosmos en de microkosmos. Feest van het leven dat geen ondergang kent.

4. We vieren Pasen

Na het fysieke, etherische en astrale element is er nog een vierde element voor Pasen nodig. Het feest wordt namelijk uitsluitend op zondag gevierd. Wat is dat voor een ritme? Elke dag begint niet alleen met een zonsopgang, maar ook met ons ontwaken.

Welk deel van ons mensenwezen heeft de dag als ritme? Het Ik, de onverwisselbare persoonlijkheid, die een eigen naam draagt en zichzelf met “Ik” aanduidt. De opgave van dat “Ik” is tweeërlei — aan de ene kant is het nodig om de zielenkrachten ermee te beheersen (of als een kleine koning in dat koninkrijkje van de ziel te regeren), aan de andere kant de krachten die dat “Ik” heeft, niet alleen aan de eigen levens-onderneming (het ego) te wijden, maar er ook zelfoverwinningen mee te behalen en ze van tijd tot tijd aan een goed werelddoel weg te schenken. Het beste wordt een “Ik” als het zich helemaal aan iets anders wijdt dan zichzelf (je voor een ideaal inzetten). Het voorbeeld van deze hogere ik-kracht is Christus. Hij wordt het Ik van de gehele mensheid genoemd.

Nu hebben we echter een achtergrond voor de berekening van Pasen gevonden, in overeenstemming met vier verschillende ritmen waaraan wij mensen aandeel hebben: *in fysiek opzicht met het jaar – dat moet in het voorjaar nieuw begonnen zijn; * in biologisch (of “etherisch”) opzicht met de maan(d) — er moet een volle maan verschenen zijn; *in psychisch (of “astraal”) opzicht met de week-er moet een oude week voleindigd zijn; *in individueel opzicht moet er een zondag zijn aangebroken, als impuls voor ons “Ik”. Dat is de paasregel, die het feest van de opstanding bepaalt.

Opstanding waarvan? Van de mens, en wel van de gehele, vierledige mens naar lichaam, leven, ziel en geest. Is dat alles? Het is heel veel, maar het is niet alles. Want de opstanding geldt ook voor de natuur, de levens-hernieuwing is ook werkzaam in planten- en dierenrijk, en in de aarde. Pasen geldt voor de hele aarde, en ook over de hele aarde; voor de elementen die onze planeet stof, leven, adem en warmte geven; voor alle landen, gebergten, oceanen.