verbindt wie mee wil blijven bewegen


Sint Jan is het laatste feest van het schooljaar. Het is een blij feest, met bloemenkransen, zang en dans, met een Sint-Jansvuur en volop vrolijkheid. Om ons heen zien we de natuur uitbundig groen zijn in de bladeren van struiken en bomen, we zien de talrijke bloemen, de eerste vruchten die gaan komen. In het gras zien we een verscheidenheid aan pollen, aren en pluimen. Insecten zoemen in de lucht, vogels fluiten hoog aan de blauwe hemel. De natuur biedt ons overvloed. Wij voelen ons meegenomen in deze bonte, warme wereld. We lijken zorgeloos te zijn en genieten van de zon. Wij willen naar buiten, de vakantie lokt.

Maar is dat het? Is dat het hele Sint-Jansfeest? Met z’n allen de buitenlucht opzoeken en samen plezier maken rondom een vuur? Of is er ergens een diepte aanwezig, een onderstroom die we niet direct herkennen?

We kunnen kijken naar wat in het algemeen de jaarfeesten kenmerkt. Het ritme van de natuur, van de aarde, zou je in eerste instantie zeggen. Een ritme waarin we zelf meebewegen.
Zo ervaren we in de herfst en de winter een weg naar binnen. Letterlijk door ons steeds meer in ons huis terug te trekken, figuurlijk door ons met meer concentratie op onze taken toe te leggen. Overeenkomstig bewegen we in de lente en zomer meer naar buiten. Tegelijk met het groeien en bloeien van planten en struiken zoeken we meer de buitenlucht op, denken aan vakantie en ontspanning en verliezen onze doelen misschien wat uit het oog.

Contrapunten van de natuur

De jaarfeesten nu vormen door het jaar heen een soort ankerpunt waarin het ritme van de natuur even scherp naar voren komt. Ze maken ons wakker voor wat er op dat moment vanuit de natuur op ons toestroomt. Maar er is meer aan de hand. Bij het bewust vieren van de jaarfeesten kunnen we in onszelf iets beleven wat recht tegenover de uiterlijke natuur staat.

Zo laat het Michaëlsfeest ons inzien hoe we tijdens de afbraak in de uiterlijke natuur juist dan innerlijke motieven of idealen kunnen ontwikkelen. Het kerstfeest brengt ons te midden van de diepste duisternis het geschenk van het grote innerlijke licht en het paasfeest, dat het begin van de lente (het nieuwe leven) markeert, laat ons stilstaan bij de kruisiging en de dood van Christus.

Kennelijk is er steeds sprake van een tegenbeweging. Deze tegenbeweging is steeds innerlijk van aard, en precies tegengesteld aan het uiterlijke natuurbeleven. Dat is opmerkelijk. Er ontstaat zo een extra spanningsboog. Het lijkt erop dat we onszelf innerlijk het sterkst beleven wanneer we met een uiterlijke tegenpool geconfronteerd worden.

Hoe zit dat bij het Sint-Jansfeest?

Het is midzomer, de zon staat op haar hoogtepunt aan de hemel. We geven ons over aan zonlicht en warmte, aan strand en water, aan bossen en buitenlucht. We ervaren de ontspanning, het éven niet zo nodig hoeven. Een bepaalde loomheid maakt zich van ons meester. Zeker wanneer de temperaturen boven de dertig graden komen, worden we enigszins dof in ons bewustzijn.

Sint-Jansdag (24 juni) is geboortedag van Johannes de Doper. Johannes de Doper trok al vroeg als kluizenaar de woestijn in, waar hij zich voedde met sprinkhanen, bessen en wilde honing. Hij was het die Jezus tot Christus doopte in de Jordaan. Hij was het die met zijn grote gestalte zoveel licht en warmte in zich droeg, die zichzelf in dienst stelde van diezelfde Christus. In zijn eigen woorden : ‘Hij moet groeien, ik moet afnemen’.

Sint-Jansdag is de tegenpool van de kerstnacht. Het uiterlijke licht en de uiterlijke zonnewarmte staan hier tegenover de geboorte van een nieuw innerlijk licht in de diepste duisternis. Johannes maakt zijn eigen persoon ondergeschikt aan dit nieuwe licht dat komen gaat. Alsof hij wil zeggen: laat het licht van mijn en onze uiterlijke zon afnemen, probeer de Christusimpuls (de innerlijke zon) te laten groeien.

Zo is het Sint-Jansfeest bij uitstek het feest van de tegenpolen. De natuur treedt maximaal naar buiten. Het is verleidelijk voor ons om daarin mee te gaan. Niet alleen door ons aan de zon over te geven (op het strand bijvoorbeeld), maar ook door ons sterker te richten op ons aardse ik (onze uiterlijke zon). Om onszelf niet teveel te verliezen – in zelfgenoegzaamheid, in oppervlakkigheid – is het essentieel juist in de Sint-Janstijd ons bewust te worden van ons eigen ‘innerlijke licht’.
Dat probeert Johannes de Doper ons aan te reiken. ‘Hij moet groeien, ik moet afnemen’.

Zoals dat ook in de natuur gebeurt: vanaf Kerstmis worden de dagen weer langer, schijnt de zon geleidelijk meer; vanaf Sint-Jansdag worden de dagen juist korter, schijnt de zon dus minder.

De periode rond het Sint-Jansfeest vormt de tijd van ommekeer. Zowel voor ons persoonlijk als in de natuur. Het zijn niet onze persoonlijke successen in de uiterlijke wereld die ons verder brengen. Die doen er in feite niet toe. Uiteindelijk valt dat weg, neemt dat af, precies zoals het aantal uren uiterlijk licht afneemt. Sint-Jan roept ons op ons naar binnen te keren, om het vuur en het zonlicht in onszelf te ervaren.

Dat is, te midden van alle vrolijkheid en uitbundigheid de onderstroom in het Sint-Jansfeest. De boodschap om het in deze tijd van het je overgeven aan de buitenlucht, van erop uit trekken, vakantie vieren, om dan het innerlijke leven een kans geven zich te ontwikkelen.

Word je te midden van de zomerse ontspanning bewust van de tegenpool in jezelf. Vorm de uiterlijke zonneschijn, die ons loom en dof maakt, om tot een wakkere innerlijke warmte en liefde voor het leven. Ontdek dat het wezenlijke slechts zichtbaar is in het hart.

Zo maak je een bloemenkrans

Nog meer foto’s

Groningen bovenbouw

De Regenboog Eindhoven: ehv

 

 

Zie ook: Hoog laait het vuur

Hoog laait het vuur

Geschreven door Fred Tak

Fred Tak is auteur van Van herfst tot zomer, met de jaarfeesten door het schooljaar. Uitgeverij Christofoor, 2000


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

Alle achtergronden 

Meer activiteiten

    Volledige agenda