verbindt wie mee wil blijven bewegen


De periode van het jaar waarin wij nu zijn is voornamelijk in de natuur er één van een neergaande lijn; de sappen in de bomen trekken naar binnen en de bladeren sterven af.

Ook wij keren ons naar binnen (letterlijk in onze huizen en figuurlijk in ons innerlijk), naar de stilte toe. Tegelijkertijd is onze innerlijke beweging een opgaande lijn; van binnen worden wij lichter. Dit is het antwoord op de afstervende natuurkrachten: wij ontsteken het licht in onszelf. De lichtfeesten in de komende periode helpen ons daarbij. Het eerste lichtfeest Sint Maarten is het eerste feest van de mantelheiligen (Sint Maarten, Sint Nicolaas, De drie Koningen en Maria).

Het is ook een donkere periode. De dagen worden korter en de nachten langer. Maar tijdens de kerstdagen, van 24 december tot 6 januari, staat de tijd even stil. De dag- en nachtlengte nemen even niet toe of af. Alsof alles stil staat rond het wonder van Christus geboorte. Daarna worden de dagen weer langer en de nachten korter. Bij de komende feesten, waarvan de eerste 40 dagen voor Kerstmis begint (St. Maarten, Advent en St. Nicolaas ) komen de volgende punten steeds terug: het oude wordt vervangen door het nieuwe en er is/komen stilte en licht. Daarna zijn er weer lichtfeesten (Driekoningen en Maria Lichtmis) om het 40 dagen na Kerstmis af te sluiten. Er wordt dus een boog gemaakt van 80 dagen met Kerstmis als hoogtepunt.

1 november

Bij de Germanen begon op 1 november een nieuwe periode. Het was de overgang van de herfst naar de winter. Het sterven en de dood leveren contact op met de wereld van de Gestorvenen of onderwereld. De nacht ervoor kwamen alle kwade geesten en donkere dingen naar boven. Met veel lawaai en afschrikwekkende pompoenhoofden werden ze weggejaagd: Halloween. In onze streken vier(d)en we geen Halloween, maar ook bij ons is er dat contact met de gestorvenen. Op 1 en 2 november vieren we Allerheiligen en Allerzielen. Vanaf de Middeleeuwen werd niet alleen het jaar rond 1 november afgesloten met een oogstfeest, maar ook de pacht en het loon werden betaald en de jaarcontracten werden wel of niet verlengd.

Sint Maarten

De Gedenkdag van Sint Maarten op 11 november, die al vanaf de vijfde eeuw werd gevierd, bleef eeuwenlang een belangrijk oogstfeest. Dit Christelijk feest nam de plaats in van het Germaanse oogstfeest van 1 november. Vroeger was Sint Maarten het begin van de advent. Dat is op een gegeven moment verschoven naar 1 december.
Het verhaal gaat dat een bedelaar ridder Maarten smeekt hem iets te geven. Tegen zijn gewoonte in – Maarten was enigszins een losbol – geeft hij de helft van zijn mantel. ’s Nachts verschijnt God in een droom om hem te bedanken. Vervolgens verandert het leven van Maarten. Hij stapt uit het Romeinse leger, wordt christen, doet goede werken en wordt tenslotte in 371 bisschop.

st mBij het Sint Maartenfeest zien we drie thema’s.

Het schenken en ontvangen

Het gaat erom dat we waarachtig zijn en iets van ons overschot (mantel) schenken. Om iets te geven, moeten we iets hebben. Zorg dus dat er iets te geven is. Door de vraag van de bedelaar kan Maarten verder met zijn leven. Stel als ontvanger de ander een vraag, zodat hij/zij kan veranderen. Wees een schenker en sta toe om een ontvanger te zijn. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Ook omdat we net als Maarten niet alles moet geven, maar nog iets voor onszelf moet overhouden.

Het mogen ontmoeten van God

 Door iets aan iemand te geven spreken we hartenkrachten aan. Daarnaast worden we waargenomen door God. Hij is er dan bij en wij kunnen Hem ontmoeten. Dat gebeurt in ons hart.

Keuze voor een omslagpunt

We kunnen ons leven veranderen, het anders doen. Die keuze hebben we, meerdere keren per jaar. Aanhaken op zo’n veranderingsmoment maakt het makkelijker. Maarten heeft net als Joris een zwaard, maar zijn zwaard is anders. Hij gebruikt zijn zwaard om de gave klaar te maken, zodat hij iets weg kan geven. Maarten laat ons zien dat we iets kunnen doen met het lichtje (of het goddelijke) binnen in ons.

Het feest en de periode rond Sint Maarten op school

Hoe vieren we Sint Maarten?

Er worden die dag knollen uitgehold. De knolgewassen en wortelen worden voor de vorst uit de aarde gehaald. Zij horen bij het donker (en horen er meer bij dan de pompoenen). Door ze uit te hollen kunnen we er een lichtje in laten schijnen; wij maken licht in het donker.

Op 11 november gaan de kleuters en lagere klassen ’s avonds in het donker naar buiten met hun lantaarntje. Ze gaan met hun klas door het parkje, bij hutjes van oudere kinderen en langs de huizen voor gaven en zingen er liedjes bij. Juf verzamelt het lekkers als appels, mandarijnen en noten in een mand. Bij binnenkomst in de klas is er vaak warme chocolademelk en wordt het lekkers uit de mand uitgedeeld. Een gedeelte wordt bewaard voor in de klas.

In de natuur zien we de herfstbladeren, paddenstoelen en de sterren zijn aan de hemel langer zichtbaar. Naar buiten gaan is voor kinderen nu een feest. Veel klassen maken dan ook een herfstwandeling met juf, maar ouders vaak ook.

Deze periode is er één waar (in de klas, maar misschien ook thuis) veel geknutseld wordt: transparanten, glazen potten beplakken (met waxinelichtjes), bladerknutsels, kaarsen trekken en sterren vouwen. Verder wordt er veel gezongen en horen ze verhalen van Sint Maarten, het knolletje en Vrouw Holle.

Voor volwassenen is het een goede periode om op te ruimen, schoon te maken en lekker te koken. Ruimte maken voor advent en kerst. Appeltaarten, stoofpotten en pompoensoep, het smaakt in de herfst allemaal net even lekkerder. Als afsluiting mijn recept van pompoensoep, die hoe kan het ook anders, bij ons altijd gegeten wordt op 11 november.

Marion Vreugdenhil
(leerkracht & natuurgeneeskundige)

Pompoensoep

1 oranje pompoen (klein)
1 blikje tomaten of pond verse tomaten
1 grote ui
1 blikje maïskorrels
2 a 3 eetlepels (olijf)olie
1 eetlepel Keltisch zeezout
Laurierblad, rozemarijn, kurkuma en peper
1 bekertje Crème fraîche of speltquisine
Fruit de ui (evt. met knoflook) in de olie. Voeg daarna de pompoen in stukjes en circa 2 liter water toe. Doe de kruiden, het zeezout en de tomaten erbij en breng aan de kook. Zeef of pureer het na ongeveer een kwartier als de pompoen zacht is. Of als je geen grote zeef hebt, gebruik een staafmixer (dan wel de pompoen schillen en ontpitten). Voeg als laatste de maïskorrels (de speltquisine) en de peper (en peterselie) toe. Op het bord of in de kom een klodder crème fraîche toevoegen. Lekker met Turks brood of warm zelf gebakken volkorenspeltbrood. Eet smakelijk!

Hier het boekje dat Vrijeschool Widar in Groningen verspreidde in 2016

Geschreven door Marion Vreugdenhil

Marion Vreugdenhil is leerkracht & natuurgeneeskundige


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

Alle achtergronden 

Meer activiteiten

    Volledige agenda