Sociaal-emotionele ontwikkeling
Het één is niet beter dan het ander.
Tags: Amsterdam / Geert Groote School
In de kranten lezen we de laatste tijd over pesten, kinderen die anders lijken te zijn dan een niet nader omschreven en/of bekende norm en ‘buiten de boot vallen’ in de klas of op de schoolgemeenschap. Ook lezen we in de kranten dat de vraag klinkt: moeten scholen niet iets gaan doen voor al die kinderen van wie de ouders gaan scheiden of al gescheiden zijn?
Hebben kinderen in deze tijd meer persoonlijke aandacht nodig voor hun ‘binnenwereld’, voor het groeien en rijpen van je emotionele leven? Is de buitenwereld dusdanig veranderd van en voor de kinderen dat zij, om zich veilig en verbonden te voelen met deze buitenwereld, extra aandacht en ondersteuning nodig hebben?
Het antwoord op deze vraag lijkt ‘ja te zijn. We worden steeds individualistischer als mens, we schrijven meer en meer onze eigen unieke biografie en dat gaat gepaard met vragen, zoeken, tasten hoe dit te doen. Het leven is er voor kinderen niet eenvoudiger op geworden. Ging je vroeger als kind vanuit school naar huis waar je moeder met de thee klaar zat, nu gaan veel kinderen naar de Buitenschoolse opvang of een andere vorm van oppas en opvang. Het één is niet beter dan het ander. Er zijn waarschijnlijk vroeger moeders geweest ‘die met de thee klaar zaten’, terwijl zij, achteraf bezien, graag op een andere manier zichzelf ook hadden willen ontwikkelen.
Kinderen horen en weten nu andere dingen over het leven dan 20,30,40 jaar geleden. Toen in 1953 de watersnoodramp in Zeeland, Brabant en Zuid Holland had plaats gevonden, duurde het dagen voordat dit in heel Nederland bekend was. Anno 2013 kan een kleuter van 4 weten dat er vanmorgen vroeg een aardbeving heeft plaatsgevonden ergens heel ver weg. Er zijn meer prikkels gekomen vanuit de buitenwereld door tv, computer, verkeer, manipulatie van voeding enz.
Daarnaast zoeken we allen in het leven naar ‘hoe het leven te leven’. De richtlijnen en waarheden van de kerk, de bovenmeester en de buurvrouw van vroeger zijn weggevallen. Een ieder wordt in deze tijd gevraagd zelf op zoek te gaan. Dat zoeken staat in de kinderschoenen en met vallen en opstaan gaan we als mensheid deze weg. Op kinderen kan dit zoeken een weerslag hebben: bespreek je als opvoeder ‘alles’ met je kind? Is je kind een gelijkwaardige onderhandelaar over wat er gegeten wordt die dag? Hanteer je regels die ook op school gelden, bijvoorbeeld: klikken mag niet? Maar wat is dan eerlijk zijn en hoe leer je je kind dit? Zeg je makkelijk ‘Nee’ als opvoeder?
Door bijvoorbeeld studie en onderzoek naar de hersenontwikkeling, weten we steeds meer over de ontwikkeling van de mens: een peuter maakt o.a. op grond van de hersenontwikkeling andere keuzes dan een 18-jarige. We weten nu dat het proces van keuzes maken, grenzen weten en kennen, empathie ontwikkelen, weten wie je bent en wat je kunt, niet gelijktijdig ontwikkeld worden en om aandacht in de opvoeding vragen.
Wat houdt de sociale emotionele ontwikkeling in?
Om als mens in het leven te staan, is het nodig dat je weet wie jij bent, hoe anderen jou zien en ervaren en hoe je als mens ‘jouw jij’ en de ander samen laat komen. Voor jonge kinderen is de nabootsing en het voorbeeld hierin van wezenlijk belang. Hoe ga je als opvoeder zelf met grenzen om? Met respect en integriteit? Met boos worden, geduld bewaren, met de spullen die je ( niet) hebt?
Van belang is dat je als kind een realistisch zelfbeeld opbouwt. Het zelfbeeld mede wordt gevormd door het beeld dat jij van jezelf opbouwt met betrekking tot het sociale, het emotionele, het cognitieve, het materiële en het fysieke.
Sociale zelfbeeld
Het sociale zelfbeeld houdt o.a. in: Wat vinden andere van mij? Mijn ouders, mijn juf, mijn vriendjes? Heb ik vriendjes? Als ik ruzie heb met een vriendje is hij dan nog een vriend? Iemand die er anders uit ziet, kan dat ook een vriend of aardig iemand zijn? Ben ik graag met anderen samen? De ik graag iets voor een ander? Waar heb ik behoefte aan? Ben ik een leider of een volger? Geef ik makkelijk iets toe? Emotionele zelfbeeld Ik voel me verdrietig, hebben anderen dit ook? Ben ik nog een leuk vriendje als ik boos of verdrietig ben? Hoe komt het dat mijn vriendje zo vaak boos is? Moet ik hem dan altijd troosten? Ben ik rustig, zenuwachtig? Zeker of onzeker? Laat ik me meeslepen door de emoties van anderen, een boek of film? Waar ben ik bang voor?
Cognitieve zelfbeeld
Waar ben ik goed in? Mag ik fouten maken bij een som, durf ik mijn vinger op te steken als ik die makkelijke som toch niet snap? Ik dacht dat ik alles kon en nu kan ik iets niet, is dat niet stom? Kan ik me concentreren? Maak ik vaak fouten? Waar ben ik goed in? Welke vakken op school vind ik het leukst? Makkelijkst? Materiële zelfbeeld Wij wonen op een flat en mijn vriendjes in een huis met een tuin en zwembad, waarom is dat? Ben ik dan minder belangrijk? Zijn wij arm en zij rijk? Waarom gaan wij altijd op wintersport en mijn vriendinnetje nooit? Mijn moeder wordt boos omdat ik altijd alles kwijt raak. Ik geef altijd mijn knikkers weg aan een kindje dat verloren heeft, moet dat of mag dat?
Fysieke zelfbeeld
Ik weet dat ik goed kan zwemmen maar dat ik veters strikken nog steeds lastig vind, Ik ben langer( ‘groterder’) dan mijn vriendje en toch is hij ouder, Ik ben vaak verkouden en heb dan een snotterneus, dat vindt mijn juf vies, ik moet dus altijd zakdoeken mee naar school. Ik moet een beugel omdat mijn tanden schots en scheef staan. Wat vind ik mooi aan mijzelf, wat niet? Ik heb veel slaap nodig en kan dus maar één avond per weekeind stappen met vrienden of kan daarom niet/minder aan de slaapfeestjes op school mee doen.
Dit is een gedeelte van een artikel van Loïs Eigenraam, dat eerder is geplaats in VOK, het blad van de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst en werd gekozen voor de weekbrief aan de ouders van de Geert Groote School.
