verbindt wie mee wil blijven bewegen


De taal van het kerstspel – introductie voor nieuwe ouders, o.a. in Doetinchem

In de diepste ellende en duisternis wordt het ‘licht' geboren

Voor nieuwe ouders is het fijn om vooraf iets te weten over de vrijeschoolse traditie van het Kerstspel dat binnenkort door leraren en ouders opgevoerd zal worden. Niet over de inhoud van het spel, want iedereen in onze cultuur zal het verhaal van de geboorte van het Kindje in grote lijnen wel kennen. Als je voor het eerst dit Kerstspel ziet, wordt je meegenomen in de mooie beelden van het verhaal. Maar zal het taalgebruik toch vreemd op je overkomen. Het is een merkwaardig, voor ons niet te duiden dialect.

Waar komen de Kerstspelen vandaan?

Het Kerstspel is onderdeel van een drieluik, waar ook het Paradijspel en het Driekoningenspel bij hoort. Het Paradijsspel toont de verjaging van Adam en Eva uit het Paradijs en het Driekoningen spel toont de jacht van koning Herodes op het kindje als zijn mogelijke troonsopvolger. Deze beide spelen zijn een beeld van de strijd van de mens tussen goed en kwaad, naast de Engel heeft de Duivel hierin een grote rol. Met ons kleine team in Doetinchem lukt het ons alleen het Kerstspel op te voeren, maar het loont zeker de moeite eens in Zutphen (of elders op een vrijeschool) de andere spelen te bezoeken.

De kerstspelen zijn afkomstig uit Hongarije, uit een dorp dat vroeger Oberufer heette. Oberufer werd in die tijd door Duitsers bevolkt en zij hebben de spelen meegebracht toen zij in de 16e eeuw naar dit oostelijk deel van Midden Europa trokken. Een vriend van Rudolf Steiner, taalgeleerde Karl Julius Schröer, maakte een studie van de Duitse folklore in de Oostenrijks-Hongaarse streken. Hij ontdekte dat de Duitse boeren in de kersttijd oude kerstspelen opvoerden. Schröer heeft de teksten opgeschreven en de omstandigheden in een boekje gepubliceerd. Rudolf Steiner heeft de eerste kerstspelen in de vrijescholen geregisseerd, opgevoerd door leerkrachten.

Deze kerstspelen zijn dus een voortzetting van het culturele erfgoed van de manier waarop al sinds eeuwen ‘lekenspelen’ in Europa zijn opgevoerd. Vaak op het dorpsplein of in het portaal van de kerk, door boeren voor boeren zou je kunnen zeggen. Het taalgebruik is dus een vorm van oud-Duits dat door de emigranten in Hongarije gesproken werd. Er is in de jaren ’20 al een Nederlandse vertaling gemaakt, maar sinds een tiental jaren is er een nieuwe taalversie geschreven, wij gebruiken deze versie. Hij past bij het warme en kleurrijke spel, waar humor en menselijkheid de spanning regelmatig breekt. Er wordt veel gezongen in het kerstspel en vaak maakt de hele spelersgroep dan een omgang door de zaal. Voor de kinderen even een uitadem moment en afwisseling van de blik naar het toneel. Elk jaar starten wij na de herfstvakantie met het inoefenen. Het samenspelen werkt altijd sterk verbindend en geeft een mooie innerlijke verdieping en voorbereiding op de achtergrond van het Kerstfeest. De opvoering van het spel zien wij als een geschenk aan de kinderen en ouders van school. Een mooie traditie die we graag in stand houden.

Zie ook hier.

Aanvulling via Vrijeschool Vredehof Rotterdam

Uit de landstreek bij het Bodenmeer (huidige grens Duitsland/Zwitserland) waar de Rijn doorheen stroomt, vertrekken in de 16e en begin 17e eeuw groepen boeren richting het oosten. Zij strijken uiteindelijk neer in een gebied ten zuiden van Pressburg (Bratislava) wat nu de grensstreek is van Tsjechië, Oostenrijk en Hongarije. Eigenlijk is het gebied een eilandje, want het wordt aan de ene zijde begrensd door de Donau en aan de andere zijde door een aantal kleinere riviertjes. Op dit kleine, van de omgeving afgesloten stuk grond ligt het dorpje Oberufer. In en rond dat dorp bouwen de Duitstalige immigranten een bestaan op. De oorspronkelijke taal en cultuur van deze boeren blijven, door de geïsoleerde ligging van hun woongebied, eeuwenlang bewaard.
Voor de taalkundige Karl Julius Schröer was dat rond 1850 zo interessant dat hij er een studie van maakte. Hij ontdekte dat de boeren al eeuwen lang ook hun eigen kerstspelen opvoerden in de kersttijd. Spelen die, sinds hun immigratie in de 16e eeuw, wat taal en vorm betreft bijna ongewijzigd waren gebleven. Enkele liedteksten stamden zelfs van vóór die tijd, uit de 13e en 14e eeuw. In andere dorpen en streken in Midden-Europa werden dergelijke spelen ook opgevoerd, maar deze waren in de loop van de eeuwen beïnvloed door de veranderende tijdsgeest. Ze waren immers niet in zo’n geïsoleerd gebied bewaard gebleven.
Karl Julius Schröer heeft de teksten uit Oberufer verzameld en op schrift gesteld. Tot die tijd werden de teksten door de spelers zelf telkens overgeschreven en uit het hoofd geleerd.

Het kerstspel is door Sanne Bruinier vertaald in het Nederlands. Zij heeft echter niet gekozen voor een exacte Middelnederlandse vertaling, maar gezocht naar oude dialectische uitdrukkingen uit verschillende taalperiodes die de ‘boeren-gemoedsstemming van de kerstspelen zo goed mogelijk benaderen. Zo worden wij door woord en beeld aangesproken in ons gemoed en kunnen wij door het zien van het kerstspel geestelijk gevoed worden.

De beelden die het Kerstspel laat zien zijn zogenaamde oerbeelden die elk mens zal herkennen, ongeacht zijn religieuze achtergrond: In de diepste ellende en duisternis wordt het ‘licht’ geboren.

Illustratie: Vrije School Almelo