verbindt wie mee wil blijven bewegen


Tips voor leraren (en ouders) van Rudolf Steiner voor opvoeding van de wil

De centrale sleutel van de wilsopvoeding ligt in de zelfopvoeding van de leraar (of van de ouder)

Motivatie tot handelen is belangrijker dan overdragen van vaststaande waarden. Er gingen dan ook veel bijdragen en werkgroepen over ‘de wil’, op de wereld-vrijeschoollerarenconferentie 2016 in Dornach. Daarom was ik extra blij toen ik in de mooie boekhandel van het Goetheanum een boek over de tips die Rudolf Steiner gaf voor de opvoeding van de wil vond. Ik las het in het Duits, maar het is inmiddels vertaald.

De schrijver heeft al twee boeken over de wil geschreven en hij doet zich dan ook tekort met de ondertitel: herausgegeben und eingeleitet von Valentin Wember. Wember vertelt uit zijn ruime pedagogische ervaring en verbindt de inhoud van Steiner met de moderne pedagogische theorieën en terminologie. Zo las ik bij hem een wetenschappelijke term voor de ‘wil’  die ik niet kende: ‘volitie’, zoveel als met zelfsturing, zelfverplichting, zelfregulatie de kloof overbruggen tussen weten dat je iets moet doen, en het dan ook daadwerkelijk doen. We kennen het allemaal: niet handelen zoals je eigenlijk wil handelen. Hoe versterken we die ‘volitie’ bij onze leerlingen (of als ouder: onze kinderen)?

Samenvatting

Ik vat enkele elementen samen, met het gevaar dat het veel ‘stellender’ overkomt dan Wember het geschreven heeft en Steiner het bedoeld heeft.

Het gaat bij een ‘zwakke volitie’ om de kloof tussen weten wat nodig is en dit ook omzetten in handelen. De reguliere wetenschap heeft om ‘volitie’ te verbeteren vijf deelvaardigheden onderscheiden:

1.  focussen

2.  eigen stemming sturen (van negatief naar positief)

3.  zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen

4.  vooruit plannen en probleemoplossend vermogen

5.  zelfdiscipline

De centrale sleutel van de wilsopvoeding ligt in de zelfopvoeding van de leraar (of van de ouder). Dat kunnen we ons niet genoeg ter harte nemen. Of het nu gaat om de zinvolle gebaren van de peuter- en kleuter-opvoeders, de kunstzinnigheid en verhalen van de schoolkind-opvoeders of de authenticiteit, humor en zelfrelativering van de puber-opvoeders, ze werken allemaal via de nabootsing vormend op het kind.

Het wezen van de wil, sympathie, meegevoel, wordt mooi getroffen in het sprookje van Vrouw Holle. De ‘goede’ dochter haalt uit medelijden de broodjes uit de oven, etc.

‘Wilszwakke’ kinderen moeten we met extra sympathie tegemoet treden. Ze hebben tijdelijk hun wil verbonden met hun begeerten. In aanleg is ieders wil verbonden met de wereld en niet met eigen begeertes, dus die oorspronkelijke kracht moeten we in vertrouwen en vanuit een sterk Ik weer wakker roepen.

Het eerder genoemde focussen vraagt om inspirerende ideeën, gedachten, idealen. Die kunnen wij als opvoeders ‘aanleveren’ en voorleven.

‘Beweging voedt het hoofd op’. Dat kennen we: bewegingsklassen, de dag beginnen met bewegingselementen, ook lopen of fietsen naar school brengt een goede ondergrond aan. Een praktische tip van Wember voor de auto-ouders is een verzamelpunt op enige afstand van de school afspreken waar de kinderen worden overgelaten aan in te stellen ‘wandelpeten’ voor het laatste stuk naar school.

Herhaling, bewuste herhaling is één van de meest belangrijke aanwijzingen van Rudolf Steiner voor de wilsopvoeding. Dat geldt voor jezelf, denk bijv. aan mediteren en terugblikken. Dat geldt ook voor de kinderen bij een ritmische dag-, week- en jaarindeling, bij taakjes en  oefenmomenten, en ook de herhalingen in de leerstof vallen daaronder. Maar alles zonder dat het stompzinnig of alleen maar routine wordt, het moet levenskunst blijven. Dan voedt herhaling de wil, als tegenwicht tegen sensatiezucht en passief vermaakt willen worden.

Zo bekend als het is dat na de tandenwisseling het ‘denken’ vrij komt en het echte leren kan beginnen, zo weinig bekend is het dat de ‘wil’ pas na het volwassen worden vrij komt. Voor die tijd is de wil in ‘kiemvorm’ aanwezig. Je voedt deze kiem met muziek (vooral ritme en maat) en door de leerstof vertellend te behandelen. Geen filmpjes, maar vertelde beelden. Zoals de kleinsten de gebaren nabootsen zonder dat we daar moeite voor hoeven te doen, zo herscheppen de schoolkinderen de verhalen in hun ziel.

Het laatste hoofdstuk van de inleiding gaat over discipline. In het ideale geval kiest een kind vrijwillig wat goed is voor hem/haar, en is er geheel geen opgelegde discipline nodig, zegt Steiner, maar de praktijk is weerbarstig. Vaak is iemand tijdelijk ‘opgeslokt’ door de een of andere begeerte, en kan maar weinig vrijheid aan. Met humor en herkenbare voorbeelden past Wember de aanwijzingen van Steiner toe op  onze tijd.

Daarna komen de 60 aanwijzingen uit de titel, ook weer thematisch geordend. Voor wie de pedagogische voordrachten kent een feest der herkenning, maar nu verdiept door context. De achterflap doet een laatste wils-oproep aan ons:

Steiner wilde principieel geen pedagogische recepten. Hij wilde zelfstandige leraren, die uit een diep inzicht in de menselijke natuur en het individuele kind alle lesvormen en –inhouden zelf ontwikkelen. Zijn eigen aanwijzingen beschouwde Steiner als basis voor zelfstandigheid en een eigen pedagogisch kunstenaarschap en bron voor een levenslang leren.

 

PS Op 19 november is de Nederlandse vertaling verschenen op het zesde symposium Gezondmakend onderwijs op het Geert Groote College in Amsterdam onder titel ‘Wilsopvoeding’. In de volgende Lerarenbrief komt er een verslag.

Geschreven door Roelof Jan Veltkamp

Roelof Jan Veltkamp werkt op de Vrije School Den Haag en coördineert de Lerarenbrieven

Gepubliceerd in de Lerarenbrieven Advent-Epifanie 2017

Neem als (oud-) vrijeschoolleraar een abonnement op de Lerarenbrieven voor € 25,- via de redactie