Utrecht heeft een lerarencoöperatie als organisatievorm
In de coöperatie is het bestuur onderdeel van de lerarencoöperatie
Tags: Lerarenbrieven / Utrecht
In VN-jaar voor de coöperatie van 2012 is bekend geworden dat wereldwijd meer mensen werken bij coöperaties dan voor multinationals.
De meeste coöperaties treffen we natuurlijk aan in de land- en tuinbouwsector maar ook in de voedselproductie zoals Campina, Friesland Foods, AVEBE etc. In de industrie zijn er ook een aantal zoals de Baskische werknemerscoöperatie Mondragon bewijst met maar liefst 83.000 werknemers die zich ook ondernemer voelen. Daarnaast zijn er ook coöperaties in de financiële sector zoals de Rabobank. Los daarvan ontstaan er de afgelopen jaren ook opvallend veel nieuwe coöperaties zoals energie-coöperaties die samen zonne- of windenergie opwekken. Op andere plaatsen waar lokale winkels dreigen te verdwijnen worden buurt(coöperatie-)winkels opgezet. Ook in de thuiszorg is met de opkomst van de nieuwe lokale buurtzorgcoöperaties voorzien in een grote behoefte.
Tot mijn grote verbazing echter ontdekte ik ook het bestaan van coöperaties in het onderwijs. Er is één vrijeschool die gekozen heeft voor de vorm van een lerarencoöperatie en dat is de Vrije School Utrecht.
In het oude centrum van Utrecht achter de Domtoren ligt aan een rustig plantsoen de basisschool. De school is vrij onopvallend gehuisvest in een oud rijzig gebouw. Pas als je voor de ingang staat zie je een klein bordje met de naamsaanduiding.
Driegeledingsimpuls
In de Utrechtse vrijeschool voor primair onderwijs zitten zo’n 270 leerlingen, verdeeld over vijf kleuterklassen en zes basisschoolklassen. Binnen de school was er een kleine groep van personeelsleden, waaronder bestuurder Harrie Stokkel, die beseften dat een lerarencoöperatie de beste manier was om lerarenzelfbestuur praktisch vorm te geven. Harrie vertelde dat hij al geïnteresseerd was in de sociale driegeleding (de sociale impuls van de antroposofie) sinds hij zo’n jaar of 20 was. Pas later leerde hij de antroposofie kennen. Jaren geleden was er op dezelfde school ook een jaarvergadering gehouden van de werkgemeenschap voor sociale driegeleding, waar wij toevallig beiden ook aanwezig waren.
Utrecht was jaren het centrale verzamelpunt van de studiebijeenkomsten onder leiding van Mouringh Boeke en dat ging meestal over Filosofie der Vrijheid en de Kernpunten van het sociale vraagstuk. Hetzelfde geldt voor bijeenkomsten van de eerste driegeledingsopleiding, die ook in Utrecht plaats vonden. Utrecht zou je daarom een soort epicentrum van de sociale driegeledingsimpuls kunnen noemen. Het is daarom bijzonder dat juist hier gekozen is voor de lerarencoöperatie.
De school heeft de VBS om advies en ondersteuning gevraagd en na een reeks van vergaderingen en voorlichtingen is begin 2006 besloten om de rechtsvorm te wijzigen van een stichting in een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.). De maatschapsvorm die in het verleden in vrije scholen ook heeft bestaan om het pedagogisch ondernemerschap concreet te maken is ook overwogen maar toch afgevallen. De financiële verantwoordelijkheid dragen is (nog?) een stap te ver.

Speelkwartier op het schoolplein aan het Hiëronymusplantsoen
De keuze voor een coöperatie had enige gevolgen voor de organisatie en de besluitvormingsstructuur. De kern en het hoogste besluitvormingsorgaan is de algemene ledenvergadering (ALV) waar alleen personeelsleden met een vaste aanstelling (dienstverband) deel van kunnen uitmaken. Je kunt ook pas een vaste aanstelling krijgen als personeelslid als je schriftelijk akkoord gaat met de doelstelling van de coöperatie. Als je lid wil worden moet je dat kenbaar maken en moet de lerarencoöperatie daarover beslissen met een drie/vierde meerderheid. Zo kunnen zij ook besluiten leden te royeren. Verder hebben zij de bevoegdheid om ook het coöperatiebestuur te kiezen en te benoemen, maar eventueel ook te ontslaan. Het bestuur krijgt daarmee het daadwerkelijke mandaat of vertrouwen van de leerkrachten, maar kan het dus ook verliezen. Je bent dus niet bestuurder voor het leven. Jaarlijks stelt de ALV ook het schoolbeleid en de begroting vast. In vrije scholen met een stichtingsvorm bestaat er ook een beleidsvergadering waarin leerkrachten met een vaste aanstelling zitting hebben die het schoolbeleid bepalen, maar dan moet het bestuur (veelal ouders of voormalige ouders) daar ook mee akkoord gaan. De uiteindelijke bevoegdheid ligt wettelijk gezien echter bij het bestuur.
Raad van Toezicht en MR
Wie nu denkt dat dit een onwerkbare situatie oplevert omdat “iedereen over alles beslist”, vergist zich. In de school is een uitgebreide taakverdeling opgesteld waarin duidelijk staat vermeld wie over wat besluit, dan wel adviseert. Over de hoofdzaken zoals opheffing of fusering van de school, het schoolbeleid, het directiestatuut, de organisatiestructuur, de toezichtsstructuur beslist de ALV. Daarnaast heeft het bestuur van de coöperatie dat ook de dagelijkse leiding heeft nog genoeg schoolzaken waarover zij beslist, zoals leerlingenplanning, arbobeleid, schoolvoorzieningen, schoolvakanties, leerlingenreglement etc. Ouders kunnen invloed uitoefenen via de medezeggenschapsraad (MR) met wettelijke advies- en instemmingsbevoegdheden. Anders dan bij reguliere stichtingsscholen zitten hier geen personeelsleden of leerkrachten in. In een coöperatie heb je met de MR van ouders ook geen aparte ouderraad meer nodig.
De Raad van Toezicht heeft volgens de statuten in deze coöperatievorm alleen een ondersteunings- of adviesfunctie. Zij hebben hier niet de bevoegdheid om in te grijpen in het bestuur of beleid. Hoe zit dat dan met het wettelijke bestuur kun je je dan afvragen. Is er wel een schoolleiding of dagelijks bestuur? In de coöperatie is het bestuur onderdeel van de lerarencoöperatie en dus geen losstaand juridisch orgaan zoals bij schoolstichtingen wel het geval is en waar ouders of onderwijsdeskundigen zitting in kunnen nemen met wettelijke bevoegdheden. Dit kan op vrijescholen wel eens aanleiding zijn voor conflictsituaties. In de organisatie is er wel een schoolleider als leidinggevende en eindverantwoordelijke. Het dagelijks bestuur van de lerarencoöperatie bestaat momenteel uit een voorzitter die tevens schoolleider is en een secretaris/penningmeester die tevens medewerker beheer, financiën en administratie is. De algemene vergadering zou echter ook een ander of extra personeelslid kunnen benoemen als bestuurder.
Republikeins of democratisch?
In de zeven jaar dat de vrije schoolcoöperatie nu bestaat, zijn er geen wijzigingen geweest in de statuten; die schijnen dus goed te werken. Wel zijn er in het huishoudelijk reglement aanpassingen geweest, zoals een procedure rondom de vervanging van de schoolleiding.

Functioneert deze school dan naar volledige tevredenheid? Daarvoor zou je natuurlijk een personeelstevredenheidonderzoek moeten uitvoeren of ouders moeten bevragen. Om een goede indruk te krijgen heb ik een uitvoerig gesprek gevoerd met bestuurder en medewerker beheer Harrie Stokkel. Hij vertelde zijn ervaringen tot dusver. Hij merkte op dat het natuurlijk wel van belang is dat veel leerkrachten ook inzien dat hun taak niet alleen het lesgeven en de zorg voor de klas omvat, maar zich ook verantwoordelijk voelen voor de hele school (-organisatie). Als teveel personeelsleden niet deelnemen aan de ALV, dan heeft deze structuur geen bestaansrecht. Daarnaast is het ook van belang dat de meeste personeelsleden ook kennis hebben van financiële en organisatorische zaken en bijgeschoold worden via VBS of vakbonden. Het bestuur vindt het van belang dat ALV-leden op de hoogte zijn van bestuurlijke ontwikkelingen.
Als aan deze randvoorwaarden is voldaan kan de lerarencoöperatie een prima manier zijn om leerkrachten en ondersteunend personeel te binden aan het schoolbelang en het ideaal van vrijheid van onderwijs een concrete vorm te geven.
Harrie vertelde ook dat het belang en nut van de ALV inmiddels wel gebleken is. Toen het bestuur met een voorstel kwam voor het invoeren van een nieuw systeem van functiedifferentiatie, is dat verworpen. Men was bang voor misplaatste onderlinge concurrentie. Hetzelfde gebeurde toen er een voorstel kwam om een vorm van bonus- en gratificatiebeleid in het voeren, wat als mogelijkheid in de CAO stond. Ook hier heeft de ALV het voorstel weggestemd. De vrijeschool Utrecht is met deze organisatievorm een pioniersschool gebleken.
