Waarde(n)vol onderwijs voor en nu en voor de toekomst – lectorale rede Azizo Mayo
Over onderwijs maken wij ons als samenleving veel zorgen. Wat is goed onderwijs?
‘Een onderwijsbeeld geeft weer hoe wij over onderwijs denken, wat wij waardevol onderwijs vinden’. Daarmee begint het eerste hoofdstuk van de samenvatting van de lectorale rede van Mayo, die ze op 18 november uitsprak. Onderwijs krijgt vorm op het moment dat wij onze ‘kennis, ervaringen en overtuigingen over het waarom, het wat, het hoe en het waartoe van onderwijs onder woorden brengen’. Als mensen dit specifiek en expliciet onder woorden brengen, dan wordt zichtbaar en/of leesbaar wat wij willen bereiken met onderwijs. Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de samenleving. Doelen kunnen verwezenlijkt worden als wij beschrijven welke inhoud, middelen en processen wij in het onderwijs inzetten. Ook het onderzoeken wat onze wensen zijn, hoe wij er over denken en welke ervaringen wij eerder hebben opgedaan, staan in relatie tot elkaar. Onderwijs vraagt om continue te onderzoeken en reflecteren en evalueren.
Onderwijsbeelden
We bouwen als mens beelden op over hetgeen voor ons van waarde is. Deze beelden vormen ons zelfbeeld, mensbeeld onderwijsbeeld en wereldbeeld. Onze beelden zijn het ijkpunt van waaruit wij het leven (be)leven. Ook onderwijsbeelden worden gevormd. Niet alleen door individuen, maar door scholen, de schoolbeweging en samenleving. Beelden kunnen verschillen en zijn subjectief. Wat voor de één goed onderwijs is, hoeft dit voor een ander niet te zijn.
Mayo spreekt uit dat het beschrijven van de waarde van het vrijeschoolonderwijs die zij aan het onderzoeken is, mede bepaald wordt door haar ervaringen met de vrijeschool als kind, als ouder van kinderen op een vrijeschool en als professional. Haar onderzoek zal beschreven worden vanuit het perspectief van deze tijd en uitgedrukt worden in de taal van deze tijd. Zij hoopt dat hiermee een goed beeld wordt geschetst van het specifieke van de vrijeschool én er een verbinding plaatsvindt met een ‘meer algemeen denken over waarden en waarde van onderwijs’.
De komende jaren zal Mayo met mensen uit het vrijeschoolwerkveld nader onderzoek doen naar ‘het wat en hoe’ van het vrijeschoolonderwijs. In de rede van 18 november 2015 is zij ingegaan op het waartoe en waarom van vrijeschoolonderwijs.

De waarde van ons onderwijs
De meeste kinderen in Nederland gaan naar school. Hiermee is onderwijs geworden tot dé ervaring die wij als samenleving kinderen en jonge mensen bieden om zich voor te bereiden op het volwassen leven in de maatschappij, later.
Over onderwijs maken wij ons als samenleving veel zorgen. Wat is goed onderwijs?
Wij kennen in Nederland vrijheid van onderwijs. Deze vrijheid is niet vrijblijvend. De overheid heeft een helder onderwijsbeleid dat zij uitdraagt. De overheid zet hier wetten, regels en de onderwijsinspectie toe in om de waarde van het onderwijs te borgen. Onderwijs dat afwijkt van het onderwijsbeeld van de overheid, moet aantonen of aan het algemene gangbare onderwijsbeeld voldaan wordt. Het eigen onderwijsbeeld is ondergeschikt aan het dominante onderwijsbeeld van de samenleving. De kwaliteit van onderwijs wordt aantoonbaar op grond van aantoonbare instrumentale waarde. Dit is de waarde dat iets heeft voor een groep of een persoon. De Onderwijsraad (2013) verwoordt dit zo: ‘de mate waarin het onderwijs in staat is leerlingen te begeleiden bij het verwerven van specifieke kennis, vaardigheden en attitudes, waarmee zij zich als (jong) volwassenen kwalificeren voor deelname aan het economische domein van de samenleving’. Wij kunnen hier denken aan het belang van leren verwoorden, schrijven en lezen voor het latere beroepsleven.
Om dit te garanderen zijn toetsen ingesteld, omdat men meent dat toetsen objectief de onderwijsopbrengsten meten. Goede scholen zouden scholen zijn met goede toetsresultaten. Echter, er klinken steeds meer tegengeluiden. Ook klinkt de vraag: ’hoe zorgen wij er voor dat ons onderwijs ook goed onderwijs is voor de leerlingen en voor onze toekomstige samenleving?’. ‘Sluiten de manieren van werken voldoende aan op de manieren waarop in de toekomstige arbeidsmarkt gewerkt wordt?’, immers, de samenleving verandert. Beroepen verdwijnen en er ontstaan nieuwe.
Er gaan stemmen op om de menselijke factor een duidelijke plaats in het onderwijs te geven: ‘creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, helder communiceren, samenwerken, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulatie’. Deze vaardigheden leiden tot een grotere kans op schoolsucces voor kinderen, met name voor kinderen die ‘onderaan de sociaal-economische ladder staan’.
Het waartoe van ons onderwijs
Wat is goed onderwijs? Mayo: ‘ leerlingen helpen zich zo te ontwikkelen, dat zij als volwassenen hun plaats in de samenleving kunnen vinden’. Onderwijs is een oefenplaats.
De vraag die oprijst is: ‘wat zijn onze motieven en idealen voor een volwassen leven in de samenleving?’. In Nederland richt zich dit met name op het economische domein. Voor Nederland zou de vraag beantwoord kunnen worden met: ’om leerlingen zo te scholen dat zij als volwassenen de economische positie van de samenleving kunnen versterken’. Leren economisch zelfstandig te worden dus.
Naast het economische domein zijn er nog andere domeinen, zoals de culturele en sociale domeinen. ‘Een duurzame samenleving voorziet in de behoeften van onze huidige generaties, zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen’. Mensen zorgen dan én voor zichzelf én voor elkaar.
De functies van ons onderwijs
In Nederland wordt steeds vaker het werk van Gert Biesta aangehaald om een bredere kijk op onderwijs in beeld te brengen. Biesta beschrijft drie domeinen die onderling met elkaar samenhangen en die naar zijn idee essentieel zijn in het onderwijs. (Zie het schema hierboven).
Kwalificatie gaat over de zorg die het onderwijs draagt om leerlingen kennis, vaardigheden en attitudes zich eigen te maken, zodat zij kunnen functioneren in de samenleving.
Socialisatie gaat over het doel dat het onderwijs heeft om leerlingen zichzelf specifieke normen en waarden, gedragingen en attitudes eigen te maken, die uitdragen wat er in de samenleving verwacht wordt. Hierbij hoort ook dat de leerlingen een beeld van zichzelf opbouwen, aan identiteitsvorming werken.
Subjectwording richt zich op het opwekken van intrinsieke verlangen van de leerling om op een volwassen wijze in het leven te staan.

In het midden overlappen de drie cirkels elkaar. Biesta noemt dit raakvlak ‘volwassenwording’. Volwassenen laten zich leiden door de afweging:
Is wat ik wens, wenselijk voor mij en mijn leven met de ander en het andere?
Mayo haalt een Amerikaans onderzoek aan waar wordt aangegeven dat de mens drie psychologische basiswaarden kent: mensen willen voelen en ervaren dat zij competenties hebben om hun weg te vinden in de interne en externe wereld. Mensen moeten kunnen voelen en ervaren dat zij verbonden zijn met andere mensen en met groepen mensen. Mensen moeten het gevoel hebben autonoom te zijn en zichzelf te kunnen sturen ten aanzien van hun eigen leven en gedrag.

Biesta combineert beide overzichten tot een geheel:
- Kwalificatie hangt samen met bekwaamheid.
- Socialisatie met sociale verbondenheid.
- Subjectwording met autonomie.
Waarom vrijeschoolonderwijs?
Mayo verwoordt dat Rudolf Steiner aangaf dat er in de mens twee fundamentele, tegenstrijdige krachten werkzaam zijn: de ene kracht brengt de mens naar steeds sterkere individualisatie en kan de mens brengen tot egoïsme. De andere kracht is zich verliezen in de wereld en neigt naar altruïsme. In het midden is de behoefte aan rechtvaardigheid. Volgens Steiner zou de samenleving zo ingericht moeten zijn, dat de behoeften tot individualisme, altruïsme en rechtvaardigheid elkaar in balans houden. In het realiseren van deze balans is de sociale driegeleding te herkennen: vrijheid, gelijkheid en solidariteit (broederschap). Vrijheid in het geestelijke en culturele. Gelijkheid van mensen in het rechtsleven en staatsleven. In het economische leven de solidariteit.
Autonomie in verbondenheid
De titel van de lectorale rede is ‘Autonomie in verbondenheid’. Autonomie komt van het Griekse woord autonomia, autos is zelf, nomos is wet, autonomo is eigen wetten opleggend.
In het vrijeschoolonderwijs is het ‘in verbondenheid met de wereld waarin jij leeft’ van essentiële waarde. Mayo komt tot de conclusie dat het vrijeschoolonderwijs tot doel heeft aan de ontwikkeling van leerlingen bij te dragen, opdat zij in de wereld kunnen zijn als:
- Volwassenen die zodanig autonoom zijn dat zij op basis van authenticiteit, oordeelkundigheid en innerlijke vrijheid kunnen denken, voelen en handelen.
- Volwassenen die zich in alles wat zij doen, denken en voelen verbonden weten met de wereld om hen heen.
- Volwassenen die, vanuit de wil, bereid zijn om dit denken, voelen en handelen zó vorm te geven, dat zij hiermee recht doen aan zichzelf, aan anderen en aan de wereld.
De functies van het vrijeschoolonderwijs
Mayo geeft aan dat in het onderwijs aan jonge kinderen het accent ligt op de socialisatiefunctie. In de eerste zeven levensjaren moet het kind zich veilig kunnen hechten. Zij leven vanuit hun wil. Nabootsing is een sleutelwoord.
In de fase van 7-14 jaar wordt volgens Mayo de basis gelegd voor het vormen van de wil, om vanuit oordeelkundigheid vorm te geven hoe je in de wereld (be)staat.
In de derde fase, 14-21 jaar wordt de basis gelegd van de wil om vanuit innerlijke vrijheid vorm te geven hoe je in de wereld staat.
De maatschappelijke positie van het vrijeschoolonderwijs
In 2000 werden de vrijescholen opgenomen in het reguliere onderwijsbestel waarbij de vrijescholen de kerndoelen onderschreven. Dit heeft soms vergaande veranderingen met zich meegebracht onder andere op het gebied van vormgeving van het onderwijs.
De Vereniging van vrijescholen omschrijft de identiteit van het vrijeschoolonderwijs als volgt:
De vrijeschool heeft als uitgangspunt: onderwijzen is ook opvoeden. Onderwijs gaat verder dan alleen goed leren lezen of rekenen. Onderwijs staat ook in dienst van de persoonlijkheidsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. De vrijeschool wil in het leven van een kind van betekenis zijn. Ieder kind heeft van zichzelf bepaalde talenten. De vrijeschool wil dat het kind deze kan ontdekken en ontwikkelen. Dat vraagt om onderwijs dat verbreedt en de ontwikkeling van een vrije persoonlijkheid aanmoedigt in cognitiviteit, inventiviteit, originaliteit en creativiteit. Een aanpak gebaseerd op het mensbeeld uit de antroposofie en visie op de mens, bestaande uit lichaam, ziel en geest.
Vrijeschoolonderwijs vraagt om situaties waarin leraren en leerlingen het beste dat ze in huis hebben laten zien, zich door elkaar laten uitdagen en elkaar inspireren. Zodat kinderen uitgroeien tot mensen die zelf betekenis en richting aan hun leven geven. Die hun plek weten te vinden in de huidige, snel veranderende samenleving.
De potentiële waarde van onderwijsbeelden
Mayo verwoordt het belang dat ook leraren en leidinggevenden een gevoel van verbondenheid, autonomie en competentie moeten kunnen ervaren. Door de onderwijsbeelden van een ieder bij elkaar te leggen, wordt de onderlinge betrokkenheid groter. Het gesprek met elkaar aangaan met als uitgangsvraag ‘hoe zorgen wij ervoor dat ons onderwijs goed onderwijs is?’, zou een vertrekpunt kunnen zijn. Dit vraagt ruimte en vertrouwen, de uitkomst is onzeker.
Het onderzoek naar waarden en waarde van het vrijeschoolonderwijs
In 2014 is het lectoraat Waarde(n) van vrijeschoolonderwijs, van start gegaan bij Hogeschool Leiden. De opdracht van het lectoraat is zo geformuleerd:
- Het onderzoeken, zichtbaar maken/expliciteren en verifiëren van waarde(n) van vrijeschoolonderwijs.
- Onderzoek en innovatie van-onderdelen van- de vrijeschoolpraktijk(en) en het vertalen van nieuwe praktijken naar de competenties van vrijeschoolleraren; ook het toegankelijk maken van goede praktijken voor leraren van reguliere scholen.
Er is een kenniskring gevormd van leerkrachten en andere deskundigen uit de directe praktijk van het vrijeschoolonderwijs, die gezamenlijk bovenstaande vragen onderzoeken.
Autonomie in verbondenheid is de titel van de rede. ‘Wat is wenselijk voor dit kind, op dit moment en in deze situatie?’, is een vraag die aan het eind van de publicatie van de rede klinkt…
