verbindt wie mee wil blijven bewegen


Rond 21 december, als de zon het sterrenbeeld van de steenbok binnengaat, valt de winterzonnewende. Daarmee begint volgens de kalender de winter. De zon heeft haar diepste punt bereikt en de dagen worden langzaam maar zeker weer korter. De aarde heeft alle levenskrachten weer teruggetrokken en ziet er uiterlijk levenloos en kaal uit. Als het vriest, geeft de anders zo zachte grond onder onze voeten niet meer mee. De wereld houdt als het ware haar adem in. Zo ook kan de mens zijn adem inhouden door zich te bezinnen, na te denken over zichzelf. Buiten is het donker en koud. Er wordt gezelligheid en licht in huis gehaald. Met kerstmis wordt in een ingetogen
sfeer de verlosser ontvangen in de gestalte van een kind. Het licht in de mens kan geboren worden.

Koning Winter is duidelijk aan de regering. De lucht is helder en fris. Sneeuwvlokken dwarrelen als kristallen sterretjes omlaag. Van half december tot begin maart kan hij zijn gang gaan. Hij laat het vriezen en sneeuwen zoveel hij wil en de kinderen genieten van alle speelmogelijkheden die de winter met zich meebrengt. De dunne ijs-vliesjes die op de plassen liggen; het maakt een heerlijk krakend geluid als je erop gaat staan. Ze genieten van de sneeuw en rijden sleetje, schaatsen, maken sneeuwpoppen en gooien
sneeuwballen. Kortom: winterpret en bezinning.

In de klas vieren we, vier zondagen voor kerstmis (in de klas vier maandagen), advent. De tijd van verwachting. Dat is een lange tijd, zodat we ook heel langzaam aan deze tijd kunnen werken, elke week steken we één kaarsje van de adventsschaal aan. Totdat alle vier de kaarsen branden en kunnen groeien tot het grote licht van het kerstfeest.

Elke ochtend zal de klas verlicht worden door kaarslicht in glazen potjes. Op de seizoentafel daalt de engel Gabriël elke dag een treetje van de hemelladder naar beneden om ons het Kerstkind te brengen. Allemaal maken we ons eigen kerststalletje met Maria en Jozef, het osje en het ezeltje en het kindje Jezus. Hier werken we van 1e advent tot kerstmis aan. Elke dag een beetje verder. Vanaf de 2e advent spelen we het kerstspelletje. In de laatste voor de kerstvakantie zullen we dit spelletje aan u laten zien.

Na de kerstvakantie spelen we 2 weken het drie koningen spelletje. De 3 wijzen uit het Oosten, Melchior, Balthasar en Caspar, hebben ook gehoord van de geboorte van het koningskind en gaan Hem bezoeken met hun gaven Goud, Wierook en Mirre… We maken de verrekijkers van de koningen waarmee zij naar de ster kijken, we maken van bijenwas de koningen en hun kamelen in de woestijn en de oudste kinderen vouwen een ster van vloeipapier die we op het raam plakken.

Het is nu hartje winter, tijd voor het ochtendspel van “Olles skitocht”! Olle heeft van zijn vader en moeder nieuwe ski’s gekregen en beleeft tijdens zijn eerste skitocht allerlei avonturen. O.a. een ontmoeting met koning Winter in zijn paleis. We maken sneeuwpoppen van wol, sneeuwtransparantjes en de oudste kinderen maken hun eigen vogelhuisje.

Dan is het 2 februari, Maria Lichtmis. Het feest van het steeds sterker wordende daglicht, het feest ter herinnering aan het reinigingsoffer dat Maria in de tempel opdroeg, veertig dagen na de geboorte van Jezus. In een schaal met water branden we, in drijvende notendopjes, de stompjes kaars op die we nog over hebben van het kerstfeest. Hiermee sluiten we de vele lichtfeesten van de afgelopen herfst en winter af.