Bruin de beer
Het jonge kind houdt van verhalen. Niet alleen omdat het nog denkt in beelden, maar vooral ook omdat ze het gemoed aanspreken. Door die beleving kan het wezen van het kind zich verbinden met het beeld dat het verhaal biedt. Daardoor ook kan het kind zich moreel gesteund voelen, zonder dat het moraliserend wordt.
Vanochtend werd ik wakker met het volgende verhaal. Het lijkt bij uitstek geschikt voor een neerslachtig kind, hoewel ook de volwassene nog een graantje mee kan pikken.
Bruin de beer
Er leefde eens een beer die Bruin heette. Die naam had hij gekregen van zijn moeder omdat hij zo’n mooie bruine vacht had. Zoals jullie misschien weten; beren leven altijd alleen. Daar houden ze van. Tenminste, de meeste, want Bruin vond het nadat hij zijn moeder had verlaten helemaal niet leuk om alleen te zijn. Hij voelde zich eenzaam en werd ongelukkig. Diep ongelukkig. En hoewel beren altijd een beetje krom lopen, liep Bruin extra krom van eenzaamheid en staarde alleen maar naar de grond.
De zon, die dat al een tijdje had aangezien, kreeg medelijden met Bruin. Ze sprak hem aan en zei dat ze zelf ook altijd alleen was, maar omdat ze elke dag over de wereld kon schijnen, vond ze dat niet erg. Ze kon immers alles en iedereen zien? Alleen ‘s nachts, wanneer ze achter de horizon verdween en het donker werd, lukte dat niet. Dan moest ze een slaapplaats zoeken. Ze bood aan om die voortaan te vinden in Bruins hart, zodat hij dan niet zo alleen zou zijn.
Voor het eerst in zijn leven keek Bruin op en nam het aanbod dankbaar aan. Vanaf die tijd sliep de zon elke nacht in het hart van Bruin. Vanaf die tijd ook voelde Bruin zich niet meer eenzaam en kon hij overdag stralend de wereld inkijken door het licht dat de zon hem elke nacht weer schonk.
Het jonge kind houdt van verhalen. Niet alleen omdat het nog denkt in beelden, maar vooral ook omdat ze het gemoed aanspreken. Door die beleving kan het wezen van het kind zich verbinden met het beeld dat het verhaal biedt. Daardoor ook kan het kind zich moreel gesteund voelen, zonder dat het moraliserend wordt.
Vanochtend werd ik wakker met het volgende verhaal. Het lijkt bij uitstek geschikt voor een neerslachtig kind, hoewel ook de volwassene nog een graantje mee kan pikken.
Bruin de beer
Er leefde eens een beer die Bruin heette. Die naam had hij gekregen van zijn moeder omdat hij zo’n mooie bruine vacht had. Zoals jullie misschien weten; beren leven altijd alleen. Daar houden ze van. Tenminste, de meeste, want Bruin vond het nadat hij zijn moeder had verlaten helemaal niet leuk om alleen te zijn. Hij voelde zich eenzaam en werd ongelukkig. Diep ongelukkig. En hoewel beren altijd een beetje krom lopen, liep Bruin extra krom van eenzaamheid en staarde alleen maar naar de grond.
De zon, die dat al een tijdje had aangezien, kreeg medelijden met Bruin. Ze sprak hem aan en zei dat ze zelf ook altijd alleen was, maar omdat ze elke dag over de wereld kon schijnen, vond ze dat niet erg. Ze kon immers alles en iedereen zien? Alleen ‘s nachts, wanneer ze achter de horizon verdween en het donker werd, lukte dat niet. Dan moest ze een slaapplaats zoeken. Ze bood aan om die voortaan te vinden in Bruins hart, zodat hij dan niet zo alleen zou zijn.
Voor het eerst in zijn leven keek Bruin op en nam het aanbod dankbaar aan. Vanaf die tijd sliep de zon elke nacht in het hart van Bruin. Vanaf die tijd ook voelde Bruin zich niet meer eenzaam en kon hij overdag stralend de wereld inkijken door het licht dat de zon hem elke nacht weer schonk.
