Hete Hangijzers – Leg dat maar eens uit, ja
Je zal maar leerkracht zijn van een vijfde of zesde klas – en aan de ‘mondige ouders van vandaag’ moeten uitleggen dat hun kind bij een zelfde prestatie op een Cito-volgtoets ineens een lager vaardigheidsniveau heeft. Bij het schrijven van deze regels alleen al krijg ik het er warm van.
Helemaal als dat betekent dat de betreffende zoon of dochter met die score geen havoadvies meer krijgt, maar nu ingeschat wordt op vmbo-tl. ‘Nee meneer, Femke heeft haar toetsen net zo goed gemaakt als anders, maar de normen zijn nu hoger dan vorig schooljaar.’ Ziet u de stoom al uit de oren van de Femke’s vader komen?
Na de kerstvakantie is het op veel scholen weer ‘toetstijd’ – vooral voor de zesdeklassers een spannende periode. De scores op de Cito-volgtoetsen van de afgelopen drie jaar bepalen immers in hoge mate het vervolgniveau. Probleem nu is, dat Cito de normen van de toetsen begrijpend lezen, rekenen-wiskunde en spelling heeft herzien. Dat was volgens de toetsorganisatie nodig, omdat de kinderen vandaag gemiddeld beter presteren op de toetsen dan tien jaar geleden. De Cito-toets meet de prestatie van Femke ten opzichte van het gemiddelde kind. Tja, en dan scoor je met een vaardigheidsscore van 17 net voor de zomervakantie een B – en na de kerstvakantie een C. Ineens is ze van bovengemiddeld naar onder het gemiddelde gezakt. Begrijpt u het nog?
Onderwijskundige ondernemer Menno van Hasselt, die zich in de onderwijswereld inzet voor ‘opbrengstgericht leren’, voelde zich in ieder geval geroepen het nog eens heel helder uit te leggen in zijn publicatie ‘Omgaan met de nieuwe Cito-normen’. Even googelen en je hebt hem zo gevonden. Cito zal er blij mee zijn geweest (of was dit in opdracht van Cito?). Peter Verberne, leraar aan basisschool De Bundertjes in Helmond laat hem in een online conversatie weten dat zelf niet te zijn: ‘Het goede werk van scholen – de prestaties gaan omhoog – wordt eigenlijk afgestraft.’ Ja, eigen schuld, dikke bult, reageert Van Hasselt: ‘De normen hadden niet aangepast hoeven te worden als de gemiddelde leerling niet beter was geworden.’ Zijn devies: taal- en rekenonderwijs intensiveren, harder werken en nog beter presteren. Alleen op die manier kom je als kind, als klas en als school boven de gemiddelde prestatie uit. Ja, zo houden scholen elkaar fijn in de greep. Allemaal flink trainen voor hoge Cito-scores, je wilt aan het eind het schooljaar toch wel weer kunnen pronken met een flink percentage doorstromers naar havo/vwo en bovengemiddelde scores op de verplichte Cito-eindtoets, niet? Kunnen we volgend jaar de normen weer verhogen! En dat is precies wat Cito gaat doen.
Toen mijn vrijeschool in Zeist op aandringen van de inspectie het Cito-volgsysteem invoerde, was ik daar blij mee. De leerkracht en ik kregen een instrument in handen waarmee we de vorderingen van mijn dochters bij taal en rekenen konden volgen. Daar was het ook voor bedoeld, toch, dat Cito-volg-systeem? Misschien wil iemand me het nog eens uitleggen…
Je zal maar leerkracht zijn van een vijfde of zesde klas – en aan de ‘mondige ouders van vandaag’ moeten uitleggen dat hun kind bij een zelfde prestatie op een Cito-volgtoets ineens een lager vaardigheidsniveau heeft. Bij het schrijven van deze regels alleen al krijg ik het er warm van.
Helemaal als dat betekent dat de betreffende zoon of dochter met die score geen havoadvies meer krijgt, maar nu ingeschat wordt op vmbo-tl. ‘Nee meneer, Femke heeft haar toetsen net zo goed gemaakt als anders, maar de normen zijn nu hoger dan vorig schooljaar.’ Ziet u de stoom al uit de oren van de Femke’s vader komen?
Na de kerstvakantie is het op veel scholen weer ‘toetstijd’ – vooral voor de zesdeklassers een spannende periode. De scores op de Cito-volgtoetsen van de afgelopen drie jaar bepalen immers in hoge mate het vervolgniveau. Probleem nu is, dat Cito de normen van de toetsen begrijpend lezen, rekenen-wiskunde en spelling heeft herzien. Dat was volgens de toetsorganisatie nodig, omdat de kinderen vandaag gemiddeld beter presteren op de toetsen dan tien jaar geleden. De Cito-toets meet de prestatie van Femke ten opzichte van het gemiddelde kind. Tja, en dan scoor je met een vaardigheidsscore van 17 net voor de zomervakantie een B – en na de kerstvakantie een C. Ineens is ze van bovengemiddeld naar onder het gemiddelde gezakt. Begrijpt u het nog?
Onderwijskundige ondernemer Menno van Hasselt, die zich in de onderwijswereld inzet voor ‘opbrengstgericht leren’, voelde zich in ieder geval geroepen het nog eens heel helder uit te leggen in zijn publicatie ‘Omgaan met de nieuwe Cito-normen’. Even googelen en je hebt hem zo gevonden. Cito zal er blij mee zijn geweest (of was dit in opdracht van Cito?). Peter Verberne, leraar aan basisschool De Bundertjes in Helmond laat hem in een online conversatie weten dat zelf niet te zijn: ‘Het goede werk van scholen – de prestaties gaan omhoog – wordt eigenlijk afgestraft.’ Ja, eigen schuld, dikke bult, reageert Van Hasselt: ‘De normen hadden niet aangepast hoeven te worden als de gemiddelde leerling niet beter was geworden.’ Zijn devies: taal- en rekenonderwijs intensiveren, harder werken en nog beter presteren. Alleen op die manier kom je als kind, als klas en als school boven de gemiddelde prestatie uit. Ja, zo houden scholen elkaar fijn in de greep. Allemaal flink trainen voor hoge Cito-scores, je wilt aan het eind het schooljaar toch wel weer kunnen pronken met een flink percentage doorstromers naar havo/vwo en bovengemiddelde scores op de verplichte Cito-eindtoets, niet? Kunnen we volgend jaar de normen weer verhogen! En dat is precies wat Cito gaat doen.
Toen mijn vrijeschool in Zeist op aandringen van de inspectie het Cito-volgsysteem invoerde, was ik daar blij mee. De leerkracht en ik kregen een instrument in handen waarmee we de vorderingen van mijn dochters bij taal en rekenen konden volgen. Daar was het ook voor bedoeld, toch, dat Cito-volg-systeem? Misschien wil iemand me het nog eens uitleggen…
