verbindt wie mee wil blijven bewegen


Kerstballen

Terwijl in de Nederlandse huiskamers de kerstbomen zijn opgetuigd – soms is eronder een plekje vrijgehouden voor een stalletje met een jezusbeeldje erin – laat de Branding [het kwartaalblad voor ouders in Nijmegen- redactie] de kerstballen onaangeroerd. Zijn ze te ordinair, te werelds, te plat, te aards misschien? Ik heb geen idee. Ik kan mijn hoofd nu niet over kerstballen breken, want ik breek mijn hoofd al over het ‘levenslichaam’ (ook wel: etherlichaam, vormkrachtlichaam, lichtlichaam, gezondheidslichaam) en dat vraagt alles van mij.

Ik loop al sinds 2002 rond op de vrijeschool, als ouder. Toch is het begrip levenslichaam lange tijd niet tot mij doorgedrongen. En dat terwijl ik jarenlang mijn kinderen naar de Meander bracht, door de gangen van de school liep, met ouders sprak over schoolse zaken, ouderavonden bezocht en zelfs zo nu en dan een lezing meepikte. Misschien bevond het woord zich wel eens binnen handbereik – within spitting distance, zoals ze in Engeland zeggen, vind ik veel lekkerder klinken; maar goed, je roeit nu eenmaal met de woorden die je taal rijk is – maar het slaagde er niet in om een plekje onder mijn hersenpan te veroveren. Het helpt natuurlijk niet dat ik geen hardcore antroposofieprotagonist ben, ik ben meer het freeridertype. De leuke en herkenbare zaken pik ik mee, de moeilijke, ongrijpbare zaken … ach ja, er zijn vast ouders die er behoefte aan hebben, maar daar zou ik me later misschien nog een keer over buigen.

Totdat de redactie van de Branding besloot om vier edities van onze schoolkrant te wijden aan de vier lagen van de mens, door de ogen van de antroposofie. Van het fysieke lichaam (afgelopen herfstnummer), het levenslichaam (dit nummer), de ziel (lentenummer 2016) en het ik (zomernummer 2016), is het levenslichaam voor mij het meest ongrijpbare. Misschien omdat de Nederlandse taal die andere drie lagen grijpbaar maakt: het fysieke lichaam, de ziel, het ik, daar heb ik wel eens van gehoord, heb ik over gelezen. (Wat niet wegneemt dat dat fysieke lichaam in de theorie van de antroposofie toch heel anders uitpakt dan in de praktijk van alledag.) Maar dan, het levenslichaam … nooit van gehoord. Ook na lezing van de bijdragen van leerkrachten, ouders en directeuren kan ik mijn nietvrijeschoolse familieleden niet in twee zinnen uitleggen wat het levenslichaam is. En trouwens ook niet met twintig of tweehonderd zinnen.

Ja, het levenslichaam heeft te maken met ademen, legt Wanda Kasbergen uit. Zo moet een rooster ademen, zodat geconcentreerd werken, kunstzinnig werken, even lachen, lesstof uitwisselen elkaar op natuurlijke wijze afwisselen. Ja, dat snap ik. Van Frans Schobbe (‘Boetserende kracht houdt fysieke lichaam in stand’) begrijp ik dat een etherlichaam niks te maken heeft met ether en niks met lichaam. Dus ja, je staat maar zo op het verkeerde been. Het etherlichaam draait, aldus Frans Schobbe, om boetseerkrachten en bij boetseren ga je ritmisch te werk. De school maakt een jaarrooster met het ritme van afwisselende periodes en jaarfeesten, met weekroosters met wisselende vaken en een dagrooster met ritmische afwisseling van inspanning en ontspanning. Ja, dat snap ik. En van Jean-Pierre van Groeningen (‘Over het etherlichaam en de tuinman’) begrijp ik dat het feit dat je hart klopt en je bloed stroomt, samenhangt met de werking van het etherlichaam. Dat wordt pas rond het zevende lichaamsjaar geboren, schrijft hij. ‘Dit etherlichaam maakt het mogelijk dat de mens een innerlijk voorstellingsvermogen schept; met de krachten van het etherlichaam vormt het kind gedachten, vormen en beelden.’ Daarmee snap ik nog niet wat een etherlichaam is, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Ik zie dat mijn zoontje van zeven opeens bang is voor verhalen en films die hem eerder niet langer boeiden dan het moment waarop hij ze zag of hoorden. Zijn gedachten gaan ermee aan de haal. Dat zal het etherlichaam zijn, denk ik nu.

Enfin, het etherlichaam is overal en nergens, zoveel is duidelijk voor mij. Het is niet altijd nodig om alles te snappen, al is het alleen maar omdat je dan geen tijd overhoudt om kerstballen op te hangen.

Geschreven door Harry Perrée

Harry Perrée is hoofdredacteur van de Branding, kwartaalblad voor ouders van de twee scholen in Nijmegen

Bron

Afbeelding: handbeschilderde kerstbal van Bonney Bee uit Barendrecht