verbindt wie mee wil blijven bewegen


Het Kerstspel uit Oberufer

De 'kompanijen' van dit jaar hopen “van ganser harte” dat de toeschouwers het gevoel zullen hebben naar een actueel spel gekeken te hebben.

Uit de landstreek bij het Bodenmeer (huidige grens Duitsland/Zwitserland) waar de Rijn doorheen stroomt, vertrekken in de 16e en begin 17e eeuw groepen boeren richting het oosten. Zij strijken uiteindelijk neer in een gebied ten zuiden van Pressburg (Bratislava), wat nu de grensstreek is van Tsjechië, Oostenrijk en Hongarije. Eigenlijk is het gebied een eilandje, want het wordt aan de ene zijde begrensd door de Donau en aan de andere zijde door een aantal kleinere riviertjes. Op dit kleine, van de omgeving afgesloten stuk grond, ligt het dorp Oberufer. In en rond dat dorp bouwen de Duitstalige immigranten een bestaan op. De oorspronkelijke taal en cultuur van deze boeren blijven, door de geïsoleerde ligging van hun woongebied, eeuwenlang bewaard.

Voor de taalkundige Karl Julius Schröer was dat rond 1850 zo interessant dat hij er een studie van maakte. Hij ontdekte dat de boeren al eeuwen lang ook hun eigen kerstspelen opvoerden in de kersttijd. Spelen die, sinds hun immigratie in de 16e eeuw, wat taal en vorm betreft bijna ongewijzigd waren gebleven. Enkele liedteksten stamden zelfs van vóór die tijd, uit de 13e en 14e eeuw. In andere dorpen en streken in Midden- Europa werden dergelijke spelen ook opgevoerd, maar deze waren in de loop van de eeuwen beïnvloed door de veranderende tijdgeest. Ze waren immers niet in zo’n geïsoleerd gebied bewaard gebleven.

Karl Julius Schröer heeft de teksten uit Oberufer verzameld en op schrift gesteld. Tot die tijd werden de teksten door de spelers zelf telkens overgeschreven en uit het hoofd geleerd. De teksten en de muziek van het kerstspel werden, evenals de kleding en de attributen van de spelers, bewaard door de ‘Meester’ van de spelen. Deze ‘regisseur’ had niets met de schoolmeester (tevens notaris) van doen, want die moest namelijk niets van de spelen hebben.

Na de oogsttijd zocht de ‘Meester’ geschikte mannen en jongens uit het dorp bij elkaar om de ‘kompanij’ (het spelersgezelschap) te vormen en vingen meteen de repetities aan. Alle rollen, inclusief die van de Maagd Maria, werden door mannen gespeeld. De spelers werden gedurende de repetitietijd en de tijd voor de opvoering, door de ‘Meester’ verplicht een eerzaam leven te leiden. Dat betekende dat ze geen schelmliederen zongen, geen alcohol dronken en niet de meisjes het hof maakten. Voor de uitverkoren boeren die mee mochten spelen was de deelname aan het kerstspel een grote eer.

Rond deze oude spelen leefde een sfeer van eenvoudige vroomheid, toewijding en plechtigheid. Een aardig detail is dat zowel protestanten als katholieken mee speelden en naar de spelen kwamen kijken. Een onderscheid in geloof werd niet gemaakt.

De spelen werden opgevoerd in de periode van de eerste Advent tot aan Driekoningen, elke zondag en alle feestdagen. Niet alleen in het eigen dorp werd gespeeld, maar ook werden naburige dorpen bezocht om daar te spelen.

Rudolf Steiner, de grondlegger van de Vrije Scholen, studeerde in de tachtiger jaren van de 19e eeuw aan de Technische Hogeschool in Wenen. Daar leerde hij Karl Julius Schröer kennen die er professor in de literatuurwetenschap was. Zo kwam Steiner in contact met het inmiddels op schrift gestelde ‘Kerstspel uit Oberufer’. Schröer las en droeg Steiner voor uit het kerstspel. Hij gebruikte daarbij de gebaren en mimiek die daar volgens zijn herinnering bij hoorden.

Steiner werd zo gegrepen door het kerstspel dat hij het nieuw leven inblies. Hij bewerkte het enigszins. De verschillende delen waaruit het spel bestond, en die achter elkaar werden gespeeld, het Paradijsspel, het Geboortespel, het Herdersspel, het Driekoningenspel en het Vastenavondspel, haalde hij uit elkaar. Hij stelde ze als afzonderlijke delen op schrift om zo ook te worden opgevoerd. Ook in de tekst werd hier en daar voorzichtig een kleine aanpassing gedaan.

Steiner heeft het kerstspel uit Oberufer ook verschillende malen zelf geregisseerd en daarbij ook de regieaanwijzingen vastgelegd. Zo kwam het kerstspel uit Oberufer op de vrijescholen terecht. En zo wordt nu wereldwijd elk jaar op alle vrijescholen zowel het Geboorte- en Herdersspel, als het Kerstspel opgevoerd voor de kinderen en de ouders. Vaak wordt ook nog los het Paradijsspel en het Driekoningenspel gespeeld.

Het kerstspel is door Sanne Bruinier vertaald in het Nederlands. Ze heeft echter niet gekozen voor een exacte Middelnederlandse vertaling, maar gezocht naar oude dialectische uitdrukkingen uit verschillende taalperiodes die de ‘boerengemoedsstemming’ van de kerstspelen zo goed mogelijk benaderen. Zo worden wij door woord en beeld aangesproken in ons gevoel en kunnen wij door het zien van het kerstspel ‘gevoed’ worden.

De achtergronden van enkele rollen

Jozef en Maria leefden in een Esseense nederzetting, zij waren door priesters bij elkaar gezocht. Maria was erg jong, een jong meisje eigenlijk pas. Jozef was al flink op leeftijd. De Essenen gebruikten geen geld en geen wapens. In het voorjaar schouwt Maria een engelenwezen en het is “of haar hart zich verdubbelt.” Ze is rustig en vol oprechte verwachting.

Dan komt de boodschap dat iedereen naar zijn plaats van zijn geboorte moet om zich te laten registeren en er moet nog betaald worden ook…Jozef is vol zorgen, maar Maria spreekt hem moed in. Ze besluiten om de os te verkopen, waarop “ze al hope ende heul” gebouwd hadden. Gaandeweg wordt de tocht Maria te zwaar. Jozef praat haar het laatste stuk door. Nu is Jozef het meest hoopvol. Dan komen ze in de stad…

Er zijn in het spel drie waarden. De eerste waard is dik, zwaar, plomp, kortom onbeweeglijk. Hij komt ook niet voor hen op. Hij is te “vol”. De tweede poging een herberg te vinden levert een waard op van het azijntype: hard, koud en op gewin uit, snel inschattend dat het twee zwervers zijn. De derde waard is nieuwsgierig, komt op het geluid af en belooft onderdak in haar logement, iets wat ze later weer afzwakt…de schijnheilige dus. Uiteindelijk wordt het Kerstkind geboren op een armzalige plaats op de wereld: een vervallen, krakkemikkige stal.

De herders waren in de tijd de armsten: ze hoedden het vee van anderen. Ze leefden in verlatenheid en schaarste onder de blote hemel, “voor en na bij de schapen..” Gevoel en denken zijn één. Gallus is de wakkerste, eigenlijk observeert hij als een mens van de moderne tijd, hij weet alles met naam en toenaam.” Witok is getrouwd: …”mijn wief en lief mij niet gaan veur ik m’n schoenen hadde genaaid en belapt…”. Hij zit onder de plak, maar dat heeft ook voordelen, want hij brengt eten mee…Hij is wat ouder en de wijste. Hij is de “psycholoog”. Stiechel is de jongste. Hij wil concreet weten waar, wat en wanneer. Hij gaat, onmiddellijk op weg om het kind te zoeken, nog voordat hij heeft nagedacht over iets om aan het kind te schenken. Gallus roept hem terug.

Als laatste komt Crispijn op. Hij ontving geen engelenboodschap, net als de mens van onze tijd…Hij heeft wel een gerucht vernomen. Hij ging op onderzoek uit. Is hij te laat? De laatsten zullen de eersten zijn! Op de vraag: “Hoe ver is het wel (tot het kind)?”, krijgt hij het (grappige?) antwoord: “Tot ge er bént…!” Een waar diepzinnig antwoord. Hij schenkt het kind een “slip van zijn pelsvacht”, iets van zijn zelfverworven omhulling, zoals de mens van deze tijd met zelfverworven kwaliteiten een ontwikkelingsweg gaat, al is die nog zo bescheiden

Zelfreflectie

Na afloop van het spel vroeg men zich vroeger af: was ik een waard of was ik een herder? Hiermee komen we aan een belangrijke sleutel voor het beleven en waarderen van het Kerstspel: Was ik dit jaar weer “te vol”, had ik geen plaats in de herberg van mijn hart om dat te doen ontwikkelen. Of was ik meer als de herders, die uit hun hart en met groot open vertrouwen konden waarnemen Hem, die zou verlossen. Verlossen van de volgeproptheid met “vreemde dingen”, de angsten, het egoïsme, verlossen van de hardheid van afstomping van het gevoel, door allerlei zaken van “schijnheiligheid”. Toch komt Crispijn nog op tijd, want hij wil de weg gaan en is in ontwikkeling! Juist in een schamele stal, een eenvoudig geworden hart, is nog plaats voor een groeiend licht!


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

  • Vrijheid

    De prins uit het sprookje heeft een koninklijke opvoeding gehad. Zijn krachten worden gestaald in moeilijke opdrachten waar hij telkens weer een keuze heeft. Een koninklijke opvoeding is een opvoeding tot vrijheid.


  • Het Paradijsspel, het verhaal van Adam en Eva, een samenvatting

    In het Paradijsspel wordt een tipje van de sluier opgelicht om deze licht-duisternis polariteit in zijn oorsprong te verklaren.


  • Over de geschiedenis van de kerstspelen

    Voor de boeren­bevolking was dit een grootse gebeurtenis waar naar werd uitgekeken. Het was ook een eer om mee te mogen spelen.


  • Rekenspecialisten op de kaart

    Gek dat een getal het antwoord is op een kwintiljoen vragen


Alle achtergronden 

Meer nieuws

  • 21 december 2015

    BD-imkercursus op Wonnebald


  • 21 december 2015

    De Vrije School Den Haag mocht bijdragen aan de nationale Prinsjesdagviering 2015


  • 21 december 2015

    Officiële opening van de vrijeschool-afdeling in Delft



Nieuwsarchief