verbindt wie mee wil blijven bewegen


Mareland in Leiden kreeg in januari van de Vereniging van vrijescholen het Werkdocument Vrijeschoolonderwijs in Nederland binnen. Zo schrijft de schoolleider in de ouderbrief. Het document is in de ledenvergadering van 9 december vastgesteld, maar nog niet op de website te vinden. We zijn het eens met de toelichting die aan de ouders gegeven wordt:

Met het oog op de open dagen die overal in het land in deze tijd worden georganiseerd vind ik deze beschrijving een mooie manier om (nieuwe) ouders over ons onderwijs, de visie en de methode, te informeren. Daarom deze integrale tekst, toch maar zes pagina’s lang, deze keer in de Korte Mare. Het werkdocument wil een compacte beschrijving geven van de kernwaarden en de uitgangspunten van het moderne vrijeschoolonderwijs. Veel elementen in de beschrijving kun je ook in onze school vinden, al dit stuk is niet bedoeld als een checklist. Misschien is dit een leuk stuk voor zondagochtend bij de koffie?

Inleiding

Er is geen blauwdruk voor vrijescholen. Vanuit de antroposofische impuls heeft het vrijschoolonderwijs zich ontwikkeld tot wat het vandaag de dag is. Een nieuwe generatie mensen binnen een veranderende maatschappelijke omgeving zal het vrijeschoolonderwijs verder ontwikkelen. De uitkomst daarvan kennen we niet. Wel kunnen we de historie, de grondslagen en de pedagogische uitgangspunten van het vrijeschoolonderwijs schetsen. Zij vormen de fundamenten waarop de nieuwe generatie het vrijeschoolonderwijs van de toekomst vormgeeft.

In 2013 beschreef de landelijke Vereniging van vrijescholen in de publicatie Wat maakt de vrijeschool uniek? tien van deze kenmerken.

Tien kenmerken van het vrijeschoolonderwijs

1. Vrijescholen bereiden kinderen voor op de maatschappij van de toekomst
2. Vrijescholen zoeken de uitdaging in de realiteit zoals die is
3. Vrijescholen bieden onderwijs in leeftijdsfasen
4. Op vrijescholen volgen we de seizoenen en het ritme van de natuur
5. Euritmie als vak dat alle vakken ondersteunt
6. Bij vrijescholen is ieder leren een creatief proces
7. Periode-onderwijs biedt de mogelijkheid lesstof te verdiepen
8. Vrijeschoolleerkrachten zijn zich bewust van hun voorbeeldfunctie
9. Vrijescholen ontwikkelen de natuurlijke ontvankelijkheid van het kind
10. Vrijescholen creëren een vertrouwensbasis

In het betreffende document worden deze kenmerken nader uitgewerkt.

Evenals de publicatie Wat maakt vrijeschool onderwijs uniek? is dít een werkdocument in een dynamisch proces. Het maakt duidelijk waar de vrijeschool voor staat en aan werkt: voor antroposofisch geïnspireerd onderwijs dat kinderen leert zelf betekenis en richting aan het leven te geven. Zodat kinderen uitgroeien tot sterke persoonlijkheden, die hun plek kunnen vinden in de toekomstige maatschappij en die maatschappij vormgeven.

Historie

De vrijeschoolpedagogie is gebaseerd op het mensbeeld in de antroposofie. De grondslag van de antroposofie is ontwikkeld door de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner (1862-1925). In 1919 stichtte hij de eerste Waldorfschule in Stuttgart. In 1923 gaf hij zijn medewerking aan de oprichting van de eerste vrijeschool in Nederland, in Den Haag. Lange tijd is het vrijeschoolonderwijs in Nederland beperkt gebleven tot enkele vrijescholen. In de jaren zeventig is een golf van vrijeschoolstichtingen geweest die geleid heeft tot het huidige aantal van 88 vrijescholen (74 basisscholen en 14 scholen voor voortgezet onderwijs). Vele jaren waren de vrijescholen relatief vrij in het inrichten van het onderwijs. Kleuterschool en lagere school hadden hun eigen karakter, leerlingen bleven tot en met klas 7 in de basisschool en aan het einde van de schoolloopbaan deden leerlingen in een dertiende jaar een (staats)examen.

In 1985 werden de kleuterschool en de lagere school samengevoegd tot basisonderwijs. In 2000 is de inrichting van het vrijeschoolonderwijs in Nederland door de overheid gewijzigd: de 7e klas verhuisde van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en het voortgezet onderwijs verkreeg licenties voor VMBO, Havo en VWO met een examenafsluiting , respectievelijk in klas 4, 5 en 6. Ofschoon dat door velen als een verarming van het vrijeschoolonderwijs werd gezien, heeft deze inpassing in het onderwijsbestel het voor leerlingen uit het reguliere basisonderwijs makkelijker gemaakt om in te stromen in het voortgezet vrijeschoolonderwijs. Dat is één van de verklaringen van de sterke groei die het voortgezet vrijeschoolonderwijs de afgelopen vijftien jaar heeft doorgemaakt. In de laatste jaren zien we de groei ook in het primair vrijeschoolonderwijs.

De vrijescholen in Nederland geven invulling aan hun identiteit binnen de algemene kaders en verantwoordingseisen die gelden voor het door de overheid bekostigd onderwijs en zoals die worden bewaakt door de onderwijsinspectie.

Grondslag

De psychologie, de pedagogie en de didactiek van het vrijeschoolonderwijs zijn gebaseerd op het antroposofisch mensbeeld. Daarin ligt de kern van het vrijeschoolonderwijs: iedere mens heeft een eigen unieke levensweg en laat zich daarbij leiden door allerlei motieven, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Vrijeschoolonderwijs wil de opgroeiende mens helpen om deze motieven te verhelderen en te ontwikkelen. Deze basis vanuit het antroposofische mensbeeld geeft vrijescholen van overheidswege de erkenning als richting of denominatie, die vooral in het primair onderwijs bijzondere rechten geeft ten aanzien van stichting en instandhouding van scholen.

Pedagogisch-didactisch

Het vrijeschoolonderwijs gaat uit van de totaalontwikkeling van het kind. Het doel is om kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling tot vrije en moreel verantwoordelijke individuen die bekwaam en vaardig zijn om hun idealen na te streven. Wij willen kinderen niet kneden zodat ze naadloos in de bestaande maatschappij passen. De belangrijke vraag die in het vrijeschoolonderwijs centraal staat is: hoe kunnen kinderen zich dusdanig ontplooien, dat ze als vrije en zelfbewuste mensen in staat zullen zijn vanuit zichzelf de samenleving vorm te geven én te vernieuwen. In antwoord op deze vraag willen vrijescholen onderwijs bieden dat ten dienste staat van een harmonieuze persoonlijkheidsvorming.

Eigen aan het vrijeschoolonderwijs is dat wij kinderen vanuit hun totale ontwikkeling benaderen: hoofd, hart en handen. Wij kiezen als uitgangspunt datgene waartoe het kind op een bepaalde leeftijd in staat is, en niet een van buitenaf opgelegde norm over wat kinderen op een gegeven moment zouden moeten kunnen. Dat betekent niet dat kinderen zelf kiezen wat ze doen. Het betekent dat leraren enerzijds de ontplooiing van elk kind volgens zijn eigen aanleg begeleiden en het anderzijds de nodige kennis en vaardigheden bijbrengen om in de samenleving van morgen zijn weg te kunnen gaan.

De levensbeschouwelijk geïnspireerde pedagogie kent spiritualiteit en zinsbeleving een belangrijke plaats toe. Het uitgangspunt daarbij is een antroposofisch mensbeeld dat voortkomt uit een grotere levensbeschouwing. Het is niet het doel van het vrijeschoolonderwijs om kinderen vanuit deze levensbeschouwing een bepaalde religieuze overtuiging mee te geven. Wel trachten wij de spirituele dynamiek en de ethisch-religieuze en menselijke waarden die in verschillende culturen herkenbaar zijn, voor kinderen beleefbaar te maken. Zo stimuleren wij dat kinderen hun bewustzijn en zinsbeleving verder ontwikkelen, wat hun persoonlijkheid en engagement mede vormt.

Kenmerken van het vrijeschoolonderwijs

De kenmerken van het vrijeschoolonderwijs zijn in het navolgende uitgewerkt in vier voor de vrijescholen karakteristieke onderdelen:

– De leerling
– De medewerker en de werkvormen
– De pedagogische evaluatie
– De organisatie van de school

Per onderdeel is er een korte beschrijving en een kijkwijzer die aangeeft hoe een vrijeschool op het betreffende onderdeel herkend en erkend kan worden.

De leerling

De kleuterschool: in vertrouwen nabootsen

In de kleuterschool ontplooien kinderen zich vooral door na te bootsen in een veilige, vertrouwde omgeving. Dit basisvertrouwen creëren wij door de klassen een huiselijke sfeer te geven, en in de persoon van de leraar, die een een belangrijke voorbeeldfunctie vervult voor de kinderen. Hij geeft geen instructies, maar doet de dingen samen met de kinderen. Die voelen dat het veilig is dat voorbeeld te volgen. Dit levensvertrouwen op heel jonge leeftijd ervaren is belangrijk voor de ontwikkeling van de wil om tot betrokken mensen uit te groeien. Het fantasierijke spel en de zintuiglijke beleving gelden in de kleuterperiode als belangrijkste leervorm, in verbondenheid met de natuur en met speelgoed van natuurlijke materialen. Voorgestructureerd, niet-spontaan leren vermijden we. Na twee jaar nemen we een schoolrijpheidstest af waaruit blijkt waar het kind in zijn algemene ontwikkeling staat en of het rijp is voor de overstap naar klas 1. Een kind kan het beste pas de overstap maken wanneer zijn sociale, emotionele, motorische en cognitieve ontwikkeling klaar is voor het schoolse leren.

De lagere school (de onderbouw): de leraar als liefdevolle autoriteit ervaren en navolgen

De stap naar de eerste klas betekent dat het kind klaar is voor gestructureerd leren. Dat betekent niet dat kinderen op die leeftijd de wereld zouden kunnen begrijpen in abstracte begrippen. Hun verhouding tot de wereld is op deze leeftijd nog altijd sterk gevoelsgebonden. Het vrijeschoolonderwijs biedt daarom een in eerste instantie een belevingsgerichte en kunstzinnige benadering. Die spreekt niet alleen het verstand aan, maar ook het gevoel en de wil. Zo komt het dat men veel beweging en tegelijk een sterke concentratie ziet: bijvoorbeeld zangspelletjes, handgeklap en voetgestamp bij het rekenen, kinderen die zelf hun leerboek schrijven en tekenen en zich zo de grote verhalen uit de wereldgeschiedenis eigen maken. Wanneer een kind op deze manier inzichten integreert, is het in staat om in een latere stap cognitief te abstraheren. Op de meeste vrijescholen blijft de leraar meerdere jaren bij dezelfde klas. Hoe lang dat is, is afhankelijk van de keuze en mogelijkheden van de school. De bedoeling is dat er een diepe band tussen leerling en leraar ontstaat. De leraar kan de kinderen als geen ander volgen, rekening houdend met de tijd en de aanpak die elk specifiek kind nodig heeft.

Het voortgezet onderwijs: stapsgewijs verzelfstandigen

Na het primair onderwijs trekken wij in voortgezet onderwijs de pedagogische lijn door. In het begin wordt de klas vaak nog begeleid door een vaste, meegroeiende leerkracht, die bij voorkeur zoveel mogelijk vakken zelf geeft. Het beeldend denken en het inlevingsvermogen wordt aangesproken. Pedagogisch sluiten we in het begin van het voortgezet onderwijs een beschouwelijke periode af en bereiden we een onderzoekende voor. Het causale denken (in oorzaak en gevolg) gaat overheersen en wordt aangesproken. Daarnaast blijft de samenhang tussen hart, hoofd, handen hier het uitgangspunt bij uitstek voor een gezonde ontwikkeling. Al is het zo dat we nu het zelfstandig denken stimuleren, het voelen en het willen blijven belangrijk. Om de verbinding van de leerlingen met de leerprocessen zo groot mogelijk te maken blijven we alle vakken op een kunstzinnige wijze benaderen. In de ervaringsgerichte werkweken en de kunstzinnige projecten zoals toneel- en muziekprojecten bieden wij veel kansen om verschillende leerprocessen te integreren. Leerlingen oefenen zowel praktische als sociale aspecten: ze moeten zich inleven, zelf organiseren, spelen verschillende rollen, plegen overleg en zoeken een esthetische benadering.

Kijkwijzer 1: De leerling

 De leerling wordt gezien in zijn unieke eigenheid, zijn voornemens en zijn kwaliteiten.
 De pedagogiek, didactiek en de omgang met de leerlingen zijn gebaseerd op de
ontwikkeling en ontplooiingsmogelijkheden van de jonge mens.
 Het verbinden van denken, voelen en willen van de leerling heeft een centrale plaats in de
opbouw van het onderwijsprogramma en de gebruikte didactiek.
 De leerling leert in verbondenheid met de buitenwereld.

De medewerker en de werkvormen

In het vrijeschoolonderwijs draagt de leraar een grote verantwoordelijkheid, wat zich uit in een uitgesproken engagement. De leraar generert een omgeving van vertrouwen, dat is de voornaamste basisvereiste om tot uitwisseling en leren of ontwikkeling te komen. Het is de leraar die in de klaspraktijk ritme en structuur brengt maar tegelijk ruimte laat voor expressie. Bij hem ligt het professioneel pedagogisch eigenaarschap. De leraar ontwerpt het onderwijs en maakt of kiest werkvormen en methoden die bijdragen aan de verwezenlijking van nader omschreven kerndoelen. Zodoende is het de taak van elke leraar om het onderwijs zelf vorm te geven aan en in de klaspraktijk. Hij heeft daarin de vrije hand en kan putten uit de rijke vrijeschooltraditie.

Ritmes en werkvormen uit de vrijeschooltraditie

Al vanaf de kleuterklas heeft een dag een vaste indeling, die begint met de ochtendspreuk. Verder is er een week-, maand- en jaarritme. Dat laatste wordt mede bepaald door de seizoenen. Zo beleven jonge kinderen samen met hun leraar bijvoorbeeld het uitbotten van de bomen in de lente. Ook het vieren van de jaarfeesten (Sint Maarten, Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Sint Jan) is een gebeuren dat heel de school met elkaar deelt en waar elke klas intensief aan meewerkt, met veel ruimte voor expressie.

Periodeonderwijs en vaklessen

In het vrijeschoolonderwijs komen in de ochtend de belangrijkste vakken thematisch aan bod in periodes van enkele weken. Dat laat kinderen toe zich intensief te verdiepen in het thema. Daarna volgt een periode van bezinking. Zo hebben de nieuwe inzichten tijd om beter geïntegreerd te worden. Als na een periode van bezinking blijkt dat bepaalde kinderen de inhoud niet voldoende geïntegreerd hebben, kan de leraar daarop terugkomen. Naast het periodeonderwijs krijgen de leerlingen wekelijkse vaklessen die omwille van hun oefenkarakter regelmatig onderwezen worden.

Schriften en werkstukken

Om hun zelfstandig denkvermogen en de manier waarop ze leerstof zinvol verwerken te stimuleren, hechten we groot belang aan de schriften van onze leerlingen. De leerlingen verwerken zelf op een eigen manier de leerstof in periodeschriften: het zijn persoonlijke werkstukken, met eigen samenvattingen, illustraties en creatieve vormgeving. Dat gaat veel dieper dan zuiver cognitief opnemen van kennis. Een andere aanzet tot zelfstandig leren en werken zijn de jaarwerkstukken in het voortgezet onderwijs. Rond zelf gekozen thema’s doen de leerlingen aan zelfstandig onderzoek, zowel praktisch en kunstzinnig als theoretisch. De afronding van het jaarwerkstuk bestaat veelal uit een presentatie, meestal voor de klas en de eigen leraren.

 

De hierboven beschreven ritmes en werkvormen zijn illustratief voor vrijeschoolonderwijs. Ze vormen echter geen keurslijf. Elke school en elke klas kent eigen ritmes, structuren en werkvormen. Waar we ons bewust voor hoeden, is dat leraren uitvoerders worden van modellen, methoden en systemen. Hoe per school en per klas de lessen vorm krijgen, is de verantwoordelijkheid van de leraren, individueel en als team. De vormgeving en inrichting van het onderwijs wordt ordentelijk vastgelegd in leerplannen, toetsroosters en andere kaderstellende documenten waarin de leraar en de school zich verantwoorden ten aanzien van de pedagogische opdracht, de wettelijke bepalingen en de schoolafspraken.

Kijkwijzer 2: De medewerker en de werkvormen van de vrijescholen

 De leerkracht heeft een vertrouwenwekkende voorbeeldfunctie.
 De leerkrachten zijn de ontwerpers en uitvoerders van het onderwijsprogramma en de
werkvormen, waarbij zij de rimtes van de tijd volgen.
 De leerkrachten zijn geëngageerd met en bekwaam in het vrijeschoolonderwijs en hebben
een applicatiecursus vrijeschoolonderwijs gevolgd.
 De leerkrachten onderhouden hun vrijeschooldeskundigheid door gerichte studie en
scholing en voldoen aan de kwalificaties zoals die door de gezamelijke vrijescholen
worden vastgelegd.
 Het periodeonderwijs vormt een onderdeel van het lesprogramma.
 Op de PO vrijeschool zijn de leerkrachten bekend met de uitwerking van de kerndoelen
zoals gepubliceerd op de website van de Vereniging onder Ik zie rond in de wereld.

De pedagogische evaluatie

In de toetsing en beoordeling werken vrijescholen binnen door de overheid gestelde kaders. Een hoog cijfers is voor ons echter geen doel op zich. Het doel is ontwikkeling, leerstof is middel. Wij volgen kinderen in hun ontwikkeling nauwgezet aan de hand van observaties van hun gezondheid, welbevinden en sociale gedrag en aan de hand van werkstukken en toetsen. In de leerlingbesprekingen verdiepen wij ons, mede aan de hand van de observaties en de evaluatiegegevens, in de vraag die het kind ons stelt en het pedagogische en didactische antwoord dat wij hierop kunnen geven. Elk schooljaar ontvangen de leerlingen een getuigschrift. Hierin beschrijft de leraar hoe hij het kind heeft zien ontwikkelen in de loop van het jaar op sociaal, emotioneel, cognitief en motorisch vlak.

Kijkwijzer 3: De pedagogische evaluatie

 Leerkrachten bespreken de ontwikkeling van de kinderen in de pedagogische vergadering.
 Leerlingen krijgen jaarlijks een getuigschrift waarin de leerkracht de integrale
ontwikkeling van het kind beschrijft.
 De leerkracht legt over de ontwikkeling van het kind -waarvan ook de ontwikkeling op de
algemeen gehanteerde resultaatgebieden (o.a. taal en rekenen) onderdeel uitmaaktverantwoording
af aan ouders, medewerkers, bestuur en inspectie en is hier transparant
over.

De organisatie van de school

Ouders, medewerkers en leerlingen vormen een gemeenschap die de verantwoordelijkheid voor de school neemt. Het primaat van het onderwijs ligt bij de leraren. Zij werken niet solitair. In de zogenaamde pedagogische vergadering bestuderen zij de pedagogische achtergronden, in relatie tot de ontwikkelvragen die de kinderen met zich meebrengen. Zo werken zij samen aan de fundamenten van het onderwijs. Hoe de school het formele leiderschap vormgeeft is aan de school, zolang dat gebeurt vanuit de voorgaande notie. De dagelijkse leiding is bij de meeste vrijescholen belegd bij een schoolleider of directeur.

Vrijescholen hebben een antroposofische grondslag en staan in contact met andere (vrije)scholen, nationaal en mogelijk internationaal. Medewerkers nemen deel aan scholing, cursussen en conferenties binnen en buiten de eigen school. De school maakt actief deel uit van de eigen sociale en maatschappelijke omgeving en biedt in het onderwijs contexten aan waarin verbindingen gelegd worden tussen de school en de buitenwereld. De omgang tussen de mensen die bij de school zijn betrokken gaat uit van het waarderen van ieders kwaliteiten en tekortkomingen. Ouders werken op de vrijeschool actief mee in de school, bijvoorbeeld bij het vieren van de jaarfeesten en evenementen. Ook blijkt de ouderbetrokkenheid uit de financiële bijdragen en schenkingen die door ouders worden gegeven ter invulling van de specifiek vrijeschoolse invulling van het onderwijs.

De verhouding tussen verwezenlijking van de doelen en recht doen aan de huidige realiteit vraagt om samenwerking en overleg. Binnen de vrijeschoolbeweging en daarbuiten vindt dan ook een constante uitwisseling plaats over idealen, ideeën en kennis. Vrijescholen vormen samen de Vereniging van vrijescholen die zich in vier punten laat karakteriseren:

1. een pedagogische vereniging die aandacht geeft aan de pedagogie van het kind van 0 tot 18 jaar
2. een belangenvereniging die aandacht geeft aan bestuurlijke- en managementvraagstukken van vrijescholen
3. een vernieuwende vereniging die aandacht geeft aan ontwikkeling en onderzoek van het vrijeschoolonderwijs
4. een vereniging in een groot veld van spelers die aandacht geeft aan relaties met haar nationale en internationale ‘partners in pedagogie’ en die aandacht geeft aan relaties met partners in het onderwijs en het onderwijsbestel

Kijkwijzer 4: De organisatie

 De omgang tussen de deelnemers van de school (leerlingen, onderwijzend- en
ondersteunend personeel, ouders) is gelijkwaardig, respectvol en met wederzijdse
aandacht en waardering van ieders kwaliteiten en tekortkomingen.
 Leerlingen en hun ouders hebben een aantoonbare inbreng in de school.
 De personeelsleden zijn actief betrokken bij de school en leren en ontwikkelen zich
daar waar mogelijk in gezamenlijkheid.
 Leerkrachten, directie en bestuur bepalen gezamenlijk het pedagogisch en
didactisch beleid en zijn hierover transparant naar de omgeving.
 In de statuten van het schoolbestuur is de antroposofische grondslag vastgelegd.
 De school is lid van de landelijke Vereniging van vrijescholen.
 De school en de leerkrachten onderschrijven het identiteitsdocument Wat maakt
de vrijeschool uniek.
 De school en de leerkrachten onderschrijven de non-discriminatiecode van de
landelijke Vereniging van vrijescholen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

  • ec3

    Een andere economie is mogelijk!

    streven naar verdere efficiency (minimale verspilling) en effectiviteit (schaalvergroting en innovatie) zonder afbreuk te doen aan mens en natuur.


  • Kunstzinnig onderwijs: typisch vrijeschool

    Wanneer een drukke en bewegelijke leerling de rustige rol van Boeddha moet spelen, vraagt dat een heel andere houding en kan in de loop van de weken zelfkennis groeien die het kind kan helpen.


  • Wolken

    Hemelvaart

    Christus is in de ruimte tussen hemel en aarde gebleven: op wolkenhoogten


  • d24

    Spijkerschrift in Dordrecht

    Het leerplan herhaalt belangrijk stadia in de wereldgeschiedenis, zowel in de onderbouw (gevoelsmatig, beeldend) als in de bovenbouw (bewust, congnitief)


Alle achtergronden 

Meer nieuws

  • ggc8

    22 mei 2016

    Wolken zijn de voetstappen van God – verhalen geïnspireerd door Laurens van der Graaff


  • bvs

    17 mei 2016

    Conferentie – Inleven, invoelen, inzien


  • z36

    17 mei 2016

    Feestelijke opening Helicongebouw groot succes


  • lans

    08 mei 2016

    School de Lans probeert ‘thuiszitters’ in de wijde regio weer naar school te krijgen


Nieuwsarchief 

Meer activiteiten

Volledige agenda