Inspiratieboekje vrijeschoolse mediapedagogiek
Hoe kom je tot een mediapedagogiek die aansluit bij het vrijeschoolonderwijs? Hoe meer vrijescholen zich gaan verhouden tot dit vraagstuk, hoe sneller er bruikbare visies en praktijken zijn die iedereen kan inzetten.
Tags: BVS-schooladvies / Vereniging van vrijescholen / Vrijeschool Pabo
Het inspiratieboekje is gemaakt in opdracht van: Vrijeschool Pabo, BVS-schooladvies en de Vereniging van vrijescholen. Met dit boekje hopen we de vrijescholen in Nederland te ondersteunen bij hun zoektocht. Het is bedoeld om te inspireren en bij te dragen aan meningsvorming en bewustwording. We nodigen jullie daarbij uit de dialoog aan te gaan. Met elkaar in de teams, tussen scholen onderling én met ouders en kinderen.
Freek Zwanenberg, de auteur van dit inspiratieboekje, is zelf oud vrijeschoolleerling en sinds 2007 werkzaam op het vlak van mediaopvoeding en media-educatie. Voor Bureau Jeugd & Media verzorgt hij presentaties, lerarenworkshops en gastlessen op scholen in heel Nederland, en schreef hij met Justine Pardoen het ‘Handboek mediawijsheid op school’ (2010). Sinds 2013 houdt Freek zich bezig met het thema ‘vrijeschoolse mediaopvoeding’, waardoor hij weer in contact kwam met de vrijeschoolwereld en voor het eerst met het werk van Rudolf Steiner. Als muzikant maakt hij zelf enthousiast gebruik van sociale media.
Inhoud
Voorwoord
Inleiding
Hoofdstuk 1: Antroposofie, technologie en media
1.1 Antroposofische overwegingen
1.2 Mediapedagogiek als antroposofische uitdaging
1.3 Mogelijke aspecten van een vrijeschoolse mediapedagogiek
Hoofdstuk 2: Vorm en inhoud geven aan mediapedagogiek
2.1 Oriëntatie en visie ontwikkeling
2.2 Plan van aanpak en beleid
Hoofdstuk 3: Mediapedagogiek én didactiek in de klas
3.1 Bruikbare digitale leermiddelen
3.2 Inspiratie voor mediawijsheidlessen
Voorwoord
Ik wil twee voorbeelden uit de praktijk van mijn school met jullie delen.
Ik loop door de gang en in klas 5 zijn ze bezig een multimediaal toneelstuk over Odysseus voor te bereiden. Eén groepje is aan het zingen en één groepje werkt met digitale opnameapparatuur en een green screen om later bij de opvoering een bewegend, filmisch decor te hebben. Ze acteren in hun eigen schilderingen. Ik zie rode hoofden en groot enthousiasme.
Ik loop wat verder naar klas 6. Ze hebben een mediawijsheidles die gaat over communiceren via Whatsapp. Geanimeerd zijn ze met elkaar en de leerkracht in gesprek over hun ervaringen, omgangsvormen en wat de voor- en nadelen zijn van communiceren via de app. Ik loop door de gang en zie schilderingen van de leerlingen van klas 6 in. Ik vind ze prachtig in hun kleur, diversiteit en compositie. Ik complimenteer de leerkracht en hij legt mij uit dat hij de kinderen had gevraagd om geluid te schilderen. Hij had zelf ook meegedaan en had zichzelf verrast met de uitkomst. De volgende dag loopt er zonder aankondiging een kolonne van geconcentreerde zesde klas leerlingen door mijn kantoor. Ze zeggen niets maar in een soort processie blazen ze op flesjes en blokfluiten en slaan op al dan niet zelfgemaakte instrumenten. Een vreemde en fascinerende stroom van klanken vult de school. Wat een feest van zintuigen, verbeelding en onderzoek. De maatschappij verandert in steeds rapper tempo als gevolg van de automatisering, robotisering en digitalisering. Het is een gegeven dat heel veel leerlingen naast een fysieke en geestelijke wereld tegenwoordig ook in een virtuele wereld vertoeven.
Als professionele opvoeders in vrijescholen willen we bewust in de wereld van onze leerlingen staan én zijn we steeds op zoek naar het verrijken van ons onderwijs. Ik ben van mening dat we daarom de opdracht hebben deze digitale en virtuele wereld open en vrij onderzoekend tegemoet dienen te treden. Waar kan het middel ICT, net als destijds de technologie van de boekdrukkunst en het schoolbord, ons onderwijs versterken? Wanneer heeft het geen meerwaarde in ons onderwijs en kunnen we het gerust negeren? En hoe kunnen we ervoor waken dat deze nieuwe technologie niet ten koste gaat van de wilskracht, de verbeeldingskracht, de fysieke, sociale en persoonlijke ontwikkeling van het jonge kind?
Met dit boekje hopen we de vrijescholen in Nederland te ondersteunen bij hun zoektocht. Het is bedoeld om te inspireren en bij te dragen aan meningsvorming en bewustwording. We nodigen jullie daarbij uit de dialoog aan te gaan. Met elkaar in de teams, tussen scholen onderling én met ouders en kinderen.
Namens de werkgroep Conferentie ‘Vrijeschoolse Mediapedagogiek”, Wim den Blanken, Directeur vrijeschool de Kleine Johannes, Deventer
Inleiding
De laatste tien jaar heeft het mediagebruik onder jonge kinderen een enorme vlucht genomen. Smartphones en tablets hebben in bijna elk gezin een plek gekregen, naast tv, computer en gameconsoles. Kinderen van deze tijd zijn letterlijk omgeven door beeldschermen en maken al vroeg kennis met games, televisie, apps en sociale media. Ook vrijeschoolkinderen. De samenleving als geheel is ‘gemedialiseerd’. Het gebruik van sociale online netwerken is geëxplodeerd, maar ook tal van burgerzaken worden online geregeld: overheidsdiensten, bankieren, reizen boeken, winkelen, navigeren etc. Oudere media zoals televisie spelen daarnaast ook nog steeds een grote rol in het leven van kinderen.
Vrijescholen hebben zich lang afzijdig gehouden van ICT in het onderwijs en staan overwegend bekend om hun kritische houding tegenover moderne media. Voor veel ouders is dit een pluspunt voor de schoolkeuze, een verademing ten opzichte van basisscholen vol ipad’s, digitale lesmethodes en kleuter-tv.
De aanwezigheid van digitale media in de leefwereld van kinderen is echter zozeer toegenomen, dat ook vrijescholen zich inmiddels aan het beraden zijn op hun pedagogische verantwoordelijkheid ten opzichte van de digitale geletterdheid van hun leerlingen.
- Kinderen voorbereiden op de toekomstige maatschappij kan eigenlijk niet meer zonder ook aandacht aan ICT en media te besteden.
- Kinderen op een bewuste, een creatieve en vooral een menselijke manier met media leren omgaan is een belangrijke uitdaging in deze tijd, ook vanuit antroposofisch perspectief.
- Juist in de basisschoolleeftijd staan kinderen nog open voor een krachtige en positieve begeleiding bij hun kennismaking met technologie en media.
- Vanuit de overheid is er een vraag naar duidelijk mediawijsheidbeleid en medialessen in de klas.
Maar waar te beginnen? Hoe kom je tot een bewuste inzet van media in de klas zonder de identiteit van de vrijeschool te verliezen? Een gezamenlijke zoektocht naar een weloverwogen mediapedagogiek die aansluit bij het vrijeschoolonderwijs. Dát is het doel van de conferentie en dit bijbehorende inspiratieboekje. Hoe meer vrijescholen zich gaan verhouden tot dit vraagstuk, hoe sneller er bruikbare visies en praktijken zijn die iedereen kan inzetten.
Het begrip ‘mediapedagogiek‘ is in de aanloop naar de conferentie vanuit twee aspecten benaderd:
1. Digitalisering: de inzet van digitale middelen als instrumenten om te leren en te creëren, eigenlijk mediadidactiek. Bijvoorbeeld digiborden, digitale lesmethodes, camera’s of 3d printers.
2. Mediawijsheid: het leren reflecteren op het eigen mediagedrag en digitale identiteit. Bijvoorbeeld aandacht besteden aan online vriendschap, privacy, zelfbeheersing, of beeldtaal leren begrijpen.
De drie hoofdstukken van dit boekje kunnen afzonderlijk van elkaar gelezen worden. Hoofdstuk 1 belicht de verhouding van antroposofie tot technologie en media, resulterend in een aanzet tot een genuanceerde mediapedagogiek voor de vrijeschool. Hoofdstuk 2 biedt handvatten voor de school omtrent de ontwikkeling van een eigen visie en een helder mediabeleid. Hoofdstuk 3 toont een aantal praktische mogelijkheden op het gebied van digitale leermiddelen en mediawijsheidlessen in de klas. Het verhaal biedt ook verdiepingsmogelijkheden: in de tekst vindt men regelmatig links, die direct verwijzen naar een specifieke online bron. Aan het eind van elk hoofdstuk zijn algemene referenties te vinden, die verwijzen naar relevante boeken, artikelen of websites.
Hoofdstuk 1: Antroposofie, technologie en media
Antroposofische pedagogen staan bekend om hun kritische houding ten opzichte van technologie en ICT. Waar komt die gespannen verhouding vandaan? En in hoeverre zou die leidend moeten zijn voor vrijescholen die zich willen verhouden tot dit onderwerp? In dit hoofdstuk wordt een korte schets gegeven van een aantal antroposofische overwegingen. Vervolgens wordt bepleit dat mediapedagogiek voor de vrijeschool juist als antroposofische uitdaging beschouwd kan worden. Het laatste deel omschrijft een aantal mogelijke aspecten van een vrijeschoolse mediapedagogiek.
1.1 Antroposofie: technologie en media verzwakken de mens
De antroposofische terughoudendheid tegenover ICT lijkt zijn wortels te hebben in één van de kernelementen van de geesteswetenschap zoals keer op keer uiteengezet door Rudolf Steiner: de mensheid bevindt zich momenteel in haar meest materialistisch georiënteerde fase ooit. Onder invloed van de zich snel ontwikkelende (natuur)wetenschap en technologie is de mens steeds meer overtuigd van het feit dat slechts wat met zintuigen waargenomen kan worden, werkelijkheid is. Zo raakt de mens steeds verder verwijderd van zijn geestelijke bron. Dit is geen toeval volgens Steiner; volgens hem zijn er reële krachten aan het werk die als doel hebben de mens materialistischer te maken. Deze krachten werken onder andere via technologie. Veel contact met technologie en de virtuele wereld wordt door antroposofen dan ook gezien als obstakel voor een vrije geestelijke ontwikkeling.
ICT wordt gezien als ondernatuur: de menselijke omgang ermee trekt ons ‘naar beneden’ en verlamt onze wil, fantasie en scheppend denkvermogen. Ook de tegenpolen van Ahriman, de luciferische krachten die de mens juist illusies en verstrooiing brengen, hebben een invloed via de moderne media. En dat in een tijdperk waarin juist de geestelijke ontwikkeling cruciaal is voor de mens en de bewustzijnsziel, die zich volgens Steiner zou moeten kunnen ontwikkelen. In plaats daarvan overhandigen we in wezen ons eigen oordeelsvermogen, geheugen en moraliteit aan machines. Binnen de antroposofie wordt deze thematiek heel serieus genomen, hetgeen leidt tot een aantal overwegingen aangaande technologie en media.
De media als bedenkelijke opvoeder
Hoe meer tijd kinderen doorbrengen voor de televisie of in de virtuele wereld, hoe groter de opvoedende rol van deze media is. Wat leren kinderen van tv kijken, van online zijn, van games? Zijn dat menselijke waarden, of creatieve impulsen? Of is het een eenzijdige nadruk op seks, geld, macht, geweld? Welke (fantasie)figuren worden tot voorbeeld om na te bootsen? Antroposofen hechten een groot belang aan een daadwerkelijke verbinding tussen opvoeder en kind, en zijn sceptisch over de rol die media als opvoeder spelen.
Nadelige effecten op lichaam, ziel en geest
Het antroposofische mensbeeld kent vier niveaus of ‘lichamen’, die volgens o.a. Schoorel (zie aanbevolen literatuur) alle vier nadelig beïnvloed worden door een teveel aan beeldschermen en digitale media.
Het fysieke lichaam: niet alleen vanuit de antroposofische maar ook vanuit de medisch wetenschappelijke hoek is de laatste jaren uitgebreid gewaarschuwd voor lichamelijke ongemakken die kunnen voortkomen uit intensief beeldschermgebruik. Er wordt gewezen op het kromgroeien van de rug, oogproblemen, overgewicht, maar ook een verstoorde hersenontwikkeling.
Het levenslichaam: media en beeldschermen hebben als kenmerk dat ze de bioritmes van mensen verstoren. Zo brengt veel mediagebruik ongezond eten en drinken teweeg, en zuigt het eerder energie dan dat het energie geeft. Ook raakt het natuurlijke slaapritme in de war door de afname van het slaaphormoon melatonine. Er treedt geheugenzwakte op, terwijl juist de ontwikkeling van het geheugen zo belangrijk is bij de geesteswetenschap. De menselijke stofwisseling blijkt zelfs langzamer te werken tijdens tv kijken dan tijdens het slapen.
De ziel: Het waarnemings-, gedachten- en gevoelsleven van de mens wordt niet versterkt door intensief mediagebruik, vinden antroposofen. Zij wijzen onder andere op verslaving en agressie die ontstaan door games, oppervlakkigheid en eenzaamheid door contacten via sociale media, en apathie door televisie programma’s.
Het ik: het ervaren van – en uitdrukking geven aan het ik, precies datgene wat ons een menselijk individu maakt, is nog niet zo makkelijk. Zowel de spraak ontwikkeling, het fantasievol spelen en een mate van 6 terughoudendheid zijn essentieel voor dit proces van jezelf worden (zie Schoorel). Een teveel aan media kan deze aspecten van de ik-ontwikkeling verstoren, waardoor kinderen zich mogelijk ontwikkelen tot oppervlakkige stereotypes in plaats van unieke individuen.
Beeldschermbeelden in plaats van eigen beeldvorming
Het scheppende denkvermogen, beeldend vermogen en het openstaan voor de eigen intuïtie zijn kernelementen binnen de antroposofie. Kan dit wel ontwikkeld worden als kinderen dagelijks blootgesteld zijn aan een bombardement van snelle beelden op tv en in games? Antroposofische pedagogen maken zich zorgen over kinderhoofden gevuld met onrealistische beelden, die zo snel binnenkomen dat kinderen ze niet meer kunnen verwerken.
Sociale media – verarming van menselijk contact?
Kun je daadwerkelijk verbinding voelen met iemand via sociale media? Antroposofen wijzen op de oppervlakkigheid en eenzaamheid die juist kunnen ontstaan door het 24/7 verbonden zijn via online netwerken. Mensen kunnen zich digitaal minder goed uiten, baseren hun mening makkelijk op die van anderen, en raken makkelijk verslaafd.
Zorgen over elektromagnetische straling – wifi, het nieuwe asbest?
Bij de antroposofie staat de verbinding van de mens met de natuur centraal. De komst van krachtige wifi netwerken wordt als verstorend gezien voor deze verbinding. Er zijn belangenorganisaties die via onder andere burgerpetities pleiten voor onafhankelijke onderzoeken en een heroverweging van ons gebruik van wifi. Programma’s als Zembla hebben er aandacht aan besteed en het lijkt erop dat er inderdaad van een kwalijke invloed gesproken kan worden.
1.2 Mediapedagogiek als antroposofische uitdaging
Met het oog op bovenstaande overwegingen is de terughoudendheid jegens ICT binnen vrijescholen niet zo vreemd. Het is zo beschouwd inderdaad cruciaal dat kinderen in deze tijd nog leren om contact te maken met de natuur, dat ze zich kunstzinnig leren uit te drukken met natuurlijke materialen. Een kritische houding jegens de inzet van ICT in het onderwijs is eveneens zinvol, omdat de positieve leereffecten nog niet altijd even duidelijk waarneembaar zijn. Daarnaast worden veel van de overwegingen in stijgende mate ook gestaafd door hersenwetenschap en medisch specialisten, zoals: het onvermogen tot multitasking, verslavingsgevoeligheid, geheugenzwakte en allerlei fysieke kwalen die ontstaan door veel beeldschermtijd. In dat opzicht vindt er rondom dit thema een interessante convergentie plaats van antroposofie en (medische) wetenschap.
Steiner
Sluit je niet af van het moderne bestaan
Een nadere bestudering van Steiners’ visie op technologie en het moderne bestaan levert echter ook een ander inzicht op. Ook al zijn er bepaalde kwade krachten aan het werk in technologie, ook al heeft het moderne bestaan een bepaalde ‘oppervlakkig-makende’ invloed op de mens, toch is dit allemaal precies de bedoeling volgens Steiner.
Ten eerste leren we als mensheid heel veel over onszelf door zo op intellect en ‘computer-denken’ gericht te zijn. Steiner pleitte ook voor een naast elkaar bestaan van wetenschap en antroposofie. De antroposofie was bedoeld als aanvulling op de wetenschappelijke praktijk, een extra laag van begrip omtrent de (moeilijk waarneembare) krachten die werkzaam zijn onder/achter de fysieke werkelijkheid.
Ten tweede was het volgens Steiner precies de bedoeling van deze tijd (karma) om zich juist in contact met al deze moderne invloeden geestelijk weerbaar en krachtig te maken. Hij omschreef dit zelfs als een strijd, omdat de materialistische krachten alleen maar sterker zullen worden de komende tijd. Steiner waarschuwt dan ook herhaaldelijk op krachtige wijze voor de neiging om zich af te willen sluiten voor technologie en het moderne bestaan, zoals hier tijdens een lezing in 1914:
Het zou de grootst mogelijke fout zijn om te zeggen dat we ons zouden moeten verweren tegen datgene wat technologie in het moderne leven gebracht heeft, dat we ons moeten beschermen tegen Ahriman door onszelf af te snijden van het moderne bestaan. In zekere zin zou dit spirituele lafheid zijn. De ware remedie hiervoor is niet om de krachten van de moderne ziel te laten verzwakken, en zichzelf af te zonderen van het moderne leven, maar het versterken van de zielenkrachten zodat zij er juist tegen opgewassen zijn. Een onverschrokken benadering van het moderne bestaan is noodzakelijk voor het wereld karma, en daarom bezit de ware geesteswetenschap het kenmerk van moeite moeten doen door de ziel, van daadwerkelijk moeite moeten doen.
Dus ook al zijn er kwade invloeden en schadelijke effecten, daar moeten we juist mee leren werken. Niet ervoor weglopen, ook al is die neiging begrijpelijk. Steiner stelt dat de mens juist in contact met technologie en met beide voeten in het moderne bestaan zich innerlijk genoeg weerbaar dient te maken en positieve zielenkrachten ontwikkelen.
Van weerstand naar verantwoordelijkheid
Met deze inzichten en overwegingen in gedachten zou je kunnen stellen dat een menselijke, wilskrachtige omgang met technologie en media misschien wel dé uitdaging van de 21e eeuw is. Als de mens inderdaad juist in contact met alles wat de moderniteit brengt, zijn eigen geestelijke ontwikkelingspad dient te gaan, dan is bewust leren werken met al die ICT tools noodzakelijk. Vanuit deze invalshoek is het niet per se meer vanzelfsprekend om de basisschool ‘ICT-vrij’ te houden. Net zo goed kan gezegd worden
wij zien het juist als een belangrijke taak om bij kinderen een fundament te creëren voor een bewuste, menselijke omgang met technologie en media.
Basisscholen observeren dat kinderen steeds jonger in aanraking komen met digitale media, en dat de toekomstige omgeving van kinderen volledig gemedialiseerd zal zijn. Zonder een duidelijke begeleiding, gericht op het versterken van de menselijke en geestelijke aspecten, hebben de krachten vanuit technologie vrij spel.
ICT is niet alleen maar slecht
Door sterk te focussen op de negatieve invloed van digitale media, kan het gevaar ontstaan niet meer naar de kansen en mogelijkheden ervan te willen of kunnen kijken. Hedendaagse digitale media bieden eindeloze mogelijkheden om jezelf te verdiepen in elk onderwerp, in contact te staan met mensen over de hele wereld, je creatieve kwaliteiten te uiten en te delen. Door digitale media buiten de klas te houden wordt wellicht de schadelijke invloed ervan verminderd. Echter, kinderen zullen alsnog van media gebruik maken, en zonder begeleiding van school wellicht niet leren om ze op een gezonde manier in te leren zetten.
De beschreven nadelige effecten van media gelden bovendien niet per se voor elk kind, en gaan vaak over een overdreven intensief gebruik. Bij vrijeschoolkinderen, wiens ouders vaak al behoorlijk bewust met dingen omgaan, valt dan ook te verwachten dat de meesten in principe geen blijvende schade ondervinden van hun mediagebruik. Bovendien, kinderen van nu zijn niet voor niks in deze tijd geboren; zij groeien op in verschillende werelden: fysieke wereld, geestelijke wereld, virtuele wereld. Het leren werken met hedendaagse instrumenten, ook de digitale en virtuele, zou een logisch onderdeel van hun opvoeding moeten zijn.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt daarbij dat effecten van mediagebruik zeer lastig te meten zijn, en altijd samenhangen met de context waarin een kind zich bevindt, en diens temperament.
Voor Steiner was de ontwikkeling en stimulering van de bovennatuur een belangrijke tegenkracht jegens de invloeden van technologie. Zo bezien is de vrijeschool al een plek bij uitstek waar kinderen wat dat betreft weerbaar worden gemaakt!
Mediapedagogiek vanuit antroposofisch perspectief neemt alle overwegingen heel serieus, én zoekt vanuit een gevoelde verantwoordelijkheid naar een positieve en constructieve benadering. Een benadering die mediagebruik niet uitsluit, maar juist laat aansluiten bij het stimuleren van het denken, voelen en willen. Een bewuste omgang met media vanuit hart, hoofd en handen. Met aandacht voor een respectvolle omgang met elkaar, bezinning, creativiteit en nieuwsgierigheid.
1.3 Mogelijke aspecten van vrijeschoolse mediapedagogiek
Het integreren van de virtuele wereld in het vrijeschoolonderwijs kan dus gezien worden als een belangrijke uitdaging. Het aangaan van deze uitdaging vergt een omdenken van oorspronkelijke bezwaren naar positieve doelstellingen. Nadenken over wat we juist wél willen dat kinderen met media doen. Nadenken over hoe ICT op kunstzinnige wijze in het vrijeschoolonderwijs geïntegreerd kan worden. Wat is het doel van mediapedagogiek die past bij een vrijeschool? Hieronder een voorstel voor een definitie:
Vrijeschoolse mediapedagogiek = ‘Leren de media en technologie bewust in te zetten als gereedschap en instrumenten voor eigen ontwikkeling en welzijn, en dat van anderen.
In deze definitie zit de menselijke omgang met ICT verwerkt, en wordt ICT precies beschreven zoals het zou moeten zijn: gereedschap en instrumenten. Ook is duidelijk dat ze te gebruiken zijn voor het helpen van jezelf en anderen.
En wat willen we kinderen dan leren? Hieronder volgen een paar mogelijke aspecten van deze mediapedagogiek.
Focus & zelfbeheersing
Dat beeldschermen en media een aanzuigende werking hebben is duidelijk. Ze bieden ook veel afleiding, en nodigen uit tot multitasking. Het is voor hedendaagse opvoeders dan ook een belangrijke taak om kinderen te helpen de media gefocust en doelgericht in te zetten. Bewust in plaats van bewusteloos, met discipline en de terughoudendheid die zo belangrijk is voor een gezonde ik-ontwikkeling. In het onderwijs wordt over het algemeen nog niet zoveel aandacht aan dit thema besteed, maar dat verandert snel nu duidelijk wordt hoezeer mensen afgeleid raken door mediagebruik, en hoeveel kinderen fysieke klachten ontwikkelen.
De digitale instrumenten met focus en zelfbeheersing leren inzetten past goed bij de vrijeschoolvisie om kinderen op te voeden tot zelfstandige en vrije individuen. Leer kinderen dat je het mobieltje ook eens kunt wegleggen of uitzetten, of er slechts bepaalde tijdvensters gebruik van maken. Huiswerk maken zonder te veel afgeleid te worden. Er kan ook gedacht worden aan ademhaling- en aandachtoefeningen in de klas.
Leren en exploreren
Dat beeldschermen en media een aanzuigende werking hebben is duidelijk. Ze bieden ook veel Leren en exploreren Het internet biedt een oneindige bron van informatie. Binnen school kan het internet ingezet worden om een levendige nieuwsgierigheid voor mens, dier en wereld aan te wakkeren bij de leerlingen. De leerkracht kan deze nieuwsgierigheid voeden door tijdens de les bepaalde vragen van leerlingen gezamenlijk te beantwoorden met een online zoektocht.
Samen op avontuur in de virtuele wereld, met de leerkracht aan het roer. De leerkracht laat zien hoe je efficiënt kunt zoeken, wat waardevolle informatie is, maar kan bijvoorbeeld ook demonstreren hoe je inspirerende mensen kunt volgen op sociale media. Ondertussen leren kinderen ook dat bepaalde informatie niet geschikt is voor hen, en hoe ze die kunnen blokkeren of wegklikken. Een ander aspect is het op basale wijze leren programmeren, of ‘computer-denken’. Kennis van computertaal geeft kinderen inzicht in de werking van computers in het algemeen. Dit bevordert mogelijk de autonome omgang met digitale technologie (zie ook hoofdstuk 3.1).
Sociaal en respectvol
Vanaf ongeveer tien jaar bevinden veel kinderen zich op online sociale netwerken als Whatsapp, Instagram of Facebook. Op deze virtuele ontmoetingsplekken kletsen kinderen met elkaar, delen informatie, worden verliefd, leren over de wereld. Er wordt echter ook gepest, er is uitsluiting, contact met onbekenden en grof taalgebruik. Kinderen hebben begeleiding nodig bij het zich leren uiten in deze sociale netwerken. Hoe behandel je anderen met respect online? Hoe kun je helpen online een ruzie op te lossen? Wat laat je wel en 9 niet van jezelf zien, als persoonlijke informatie makkelijk verspreid kan worden? Dit aspect van mediapedagogiek gaat voornamelijk over het in gesprek gaan met kinderen over hun sociale media ervaringen, en hen leren te reflecteren hierop (zie hoofdstuk 3.2).
Creatief en kunstzinnig
Het stimuleren van een creatief en kunstzinnig gebruik van media is zowel binnen vrijeschool- als regulier onderwijs nog grotendeels afwezig. Toch is het zeker voor een vrijeschool een logische redenering om kinderen te leren de digitale instrumenten in te zetten voor hun creatieve expressie: leren om mooie foto’s en video’s te maken, via online zoektochten leren wat mooi en kunstzinnig is, of waar instructiefilmpjes (tutorials) te vinden zijn waarmee je bijvoorbeeld een muziekinstrument kunt leren spelen. Er kan ook gedacht worden aan het leren schrijven van een (blog)artikel, het houden en verwerken van interviews, het opnemen en bewerken van geluiden. De hele klas kan ook samen een goed doel steunen met behulp van een zelfbedachte sociale media campagne (zie hoofdstuk 3.2). Zo leren kinderen meteen een scala aan mogelijkheden voor een menselijke en originele inzet van media.
Een andere interessante ontwikkeling is de ‘maker beweging’: steeds vaker creëren scholen een ‘makerslab’ waarin kinderen kunnen experimenteren met 3d printer, het maken van robots en andere nieuwe technologieën. Creatief denken en het zelf scheppend vermogen staan hierbij centraal.
Aanbevolen literatuur
Boeken en artikelen ‘antroposofie en media’
Schoorel, E. – Beeldschermbeelden: opvoeden in het digitale tijdperk (2014)
Patzlaff, R. – Bevroren blik (2005)
Hammer, D. – ‘Omgaan met denktechnologie’ & ‘Sociale media: aanslag op ons denken’
Neider, A. – Der Mensch zwischen Über- und Unternatur, Das Erwachen des Bewusstseins im Ätherischen und
die Gefährdung der freien Kräfte (2012)
Wetenschappelijke invalshoek
- Valkenburg, P. – Schermgaande Jeugd (2014)
- Spitzer, M. – Digitale Dementie (2012)
- Compernolle, T. – Ontketen je brein (2015)
- Landsmeer, N. e.a. – ‘Kind en beeldscherm, een te hecht koppel’ (2014)
Rudolf Steiner over technologie en het moderne bestaan (rsa.org)
- ‘Technology and art’ (1914)
- ‘The Ahrimanic Deception’ (1919)
Websites
Hoofdstuk 2: Vorm geven aan mediapedagogiek
Voor vrijescholen die hun leerlingen willen gaan begeleiden bij hun omgang met ICT, begint een zoektocht naar een bewuste mediapedagogiek. Maar waar begin je als school en als lerarenteam? Hoe ontwikkel je visie, lessen, en een helder mediabeleid? Dit hoofdstuk biedt een aantal praktische inzichten en tips om dit proces op gang te brengen.
2.1 Oriëntatie en visie ontwikkeling
Geef het goede voorbeeld: een open houding ten opzichte van ICT-gebruik
De zoektocht naar een vrijeschoolse mediapedagogiek begint met een bewuste keuze: wij gaan als schoolteam met een open vizier deze uitdaging aan. Dit is nog niet zo makkelijk gezien de decennia van terughoudendheid binnen het vrijeschoolonderwijs. Toch is een mentaliteitsverandering nodig, voor een onbevangen verhouding tot dit vraagstuk. Om leerlingen op constructieve wijze te begeleiden bij hun kennismaking met de virtuele wereld, is minimaal een neutrale houding ten opzichte dit thema nodig. Laat als schoolteam zien dat je er genuanceerd over nadenkt, dat je zowel kansen als risico’s ziet. Kinderen zijn erg gevoelig voor het voorbeeld dat volwassenen geven wat betreft houding en gedrag, dus er is al veel winst te behalen door het onderwerp in ieder geval neutraal te beschouwen.
Ontwikkel als school je eigen visie
Elke vrijeschool kan haar eigen visie op mediapedagogiek ontwikkelen, en daarbij zijn veel mogelijkheden. Je hoeft niet meteen alle leerlingen een tablet te geven om toch aandacht aan moderne media te besteden. Het kan ook op allerlei subtiele manieren, aansluitend bij het bestaande onderwijs. Juist van een vrijeschool kan verwacht worden dat zorgvuldig gekeken wordt naar welke digitale thema’s, – tools, en morele kwesties passen binnen het bestaande onderwijs. Als zodanig kunnen vrijescholen zelfs een voorbeeld zijn voor andere scholen in Nederland die ook op zoek zijn naar een weldoordachte mediapedagogiek.
Integreer de virtuele wereld in je visie op opvoeding en onderwijs
In wezen gaat dit vraagstuk over het bij kinderen in balans brengen van drie werelden: de fysieke wereld, de geestelijke wereld én de virtuele wereld. Formuleer samen antwoorden op vragen als:
- Hoe willen wij graag dat kinderen wél met media omgaan?
- Welke effecten van mediagebruik nemen wij zelf waar bij de leerlingen, en wat vinden we daarvan?
- Hoe kunnen we leerlingen op sociale, creatieve en kunstzinnige manier leren omgaan met media?
- Wat zijn juist de online risico’s en gevaren waarvoor we leerlingen willen behoeden?
- Welke bestaande lessen kunnen we aanvullen met digitale leermiddelen of inzichten omtrent
media?
Probeer aan de hand van deze zoektocht ook een visiedocument te schrijven dat eveneens geschikt is om aan ouders te laten lezen en/of op de schoolwebsite te plaatsen.
Betrek leerlingen en ouders erbij
Hoe denken leerlingen en hun ouders over media in het algemeen, en hoe staan ze tegenover de inzet en bespreking ervan op school? Het kan heel verhelderend en verdiepend zijn om deze vragen ook daadwerkelijk aan hen te stellen. Door een gezamenlijk gesprek op gang te brengen, in de klas of tijdens een ouderavond, laat je als school zien dat je op zoek bent naar een weloverwogen mediapedagogiek.
Verdiep je in de virtuele wereld van kinderen
Om tot een mediapedagogiek te komen, is het essentieel om je te verhouden tot de virtuele wereld van de leerlingen. Wat doen ze precies online? Welke apps gebruiken ze veel, welke sites, en waarom? Welke sociale dynamiek vindt er plaats in whatsappgroepen of op Facebook? De meest efficiënte manier om hierachter te komen, is door de juiste vragen te stellen aan de leerlingen zelf (zie hoofdstuk 3.2). Er is ook niks mis mee om op de hoogte te blijven van actuele ontwikkelingen op gebied van technologie en media. Immers, in de nabije toekomst van de leerlingen zullen robots, nanotechnologie, 3d printers, en zelfrijdende auto’s een onvermijdelijke dagelijkse realiteit zijn. De grens tussen mens en machine vervaagt, en de nieuwe ‘intieme technologie’ roept allerlei nieuwe ethische vraagstukken op.
Leer van andere vrijescholen
Er is een aantal vrije basisscholen al wat langer bezig met de zoektocht naar een vrijeschoolse mediapedagogiek. Welke concrete keuzes hebben zij gemaakt ten aanzien van digitale leermiddelen en mediawijsheidlessen? Des te meer vrijescholen onderling contact onderhouden over vraagstukken als deze, des te meer kans er is op een breed gedeelde visie en praktijk.
Verdiep je in mediawijsheid-literatuur
Sinds 2005 is er een groeiend aantal publicaties met betrekking tot mediawijsheid en digitale geletterdheid in het onderwijs uitgebracht. Op veel scholen is geëxperimenteerd met digitale leermiddelen, en er zijn hier en daar ook al leerlijnen mediawijsheid ontwikkeld. De bevindingen kunnen tot inspiratie dienen voor de eigen visie ontwikkeling en nadenken over lesinhoud (zie aanbevolen literatuur).
Bestudeer het ‘mediawijsheid competentiemodel’
Steeds meer scholen werken met het door Mediawijzer.net gepresenteerde competentiemodel. Aan de hand van de 10 competenties, behorende bij 4 categorieën ‘begrip’, ‘analyse’, ‘communicatie’ en ‘strategie’, kunnen medialessen ontwikkeld en getoetst worden. Het is interessant om dit competentiemodel te bestuderen, en zo een indruk te krijgen van hoe veel scholen hun mediawijsheidcurriculum vormgeven.
De 10 competenties zijn:
1. Inzicht hebben in medialisering van de samenleving
2. Begrijpen hoe media worden gemaakt
3. Zien hoe media de werkelijkheid kleuren
4. Apparaten, software en toepassingen gebruiken
5. Oriënteren binnen mediaomgevingen
6. Informatie vinden en verwerken
7. Content creëren
8. Participeren in sociale netwerken
9. Reflecteren op het eigen mediagebruik
10. Doelen realiseren met media
2.2 Plan van aanpak en beleid
De zoektocht naar een vrijeschoolse mediapedagogiek resulteert idealiter in een helder plan van aanpak, en duidelijk beleid. Welke keuzes en overwegingen zijn relevant? Er zijn verschillende mogelijkheden waaruit gekozen kan worden:
1 Helemaal geen inzet van digitalisering en mediawijsheid
Een bewuste keuze. Kinderen kunnen in principe ook op de middelbare school nog leren met ICT om te gaan. Ze worden zo op de basisschool behoed voor de eventuele negatieve gevolgen van veel mediagebruik. Er worden echter ook kansen gemist om kinderen juist krachtig te begeleiden bij de eerste kennismaking met deze instrumenten, op een leeftijd dat zij er (nog) voor open staan.
2 Geen inzet van digitale leermiddelen, maar wel aandacht besteden aan mediawijsheid
De school blijft nog steeds ‘apparaat-vrij’, maar er wordt wel door middel van klassengesprekken aandacht besteed aan de persoonlijke omgang met (sociale) media.
3 Zowel digitale leermiddelen als mediawijsheidlessen
De meest uitgebreide optie. Op weldoordachte manier worden digitale leermiddelen toegevoegd aan het onderwijs. Ook is er structurele aandacht voor de ontwikkeling van mediawijsheid onder leerlingen.
Indien gekozen wordt voor strategie twee of drie is het aan te raden om een leerlijn mediapedagogiek te ontwikkelen, ofwel: een kader waarin staat welke zaken in welke klassen behandeld zouden moeten worden. Er kan ook gedacht worden aan een periode mediawijsheid, waarin leerlingen elk jaar meteen in een keer een heleboel kennis, houding en vaardigheden omtrent media meekrijgen.
Als gekozen wordt voor de inzet van digitale leermiddelen, probeer dan zo goed mogelijk af te wegen welke dat worden, bij welke leeftijd ze passen, en op welke wijze die ingezet worden in de lessen (zie ook hoofdstuk 3.1).
Geef enthousiaste leerkrachten extra tijd voor ontwikkeling mediapedagogiek
Voorbeelden van succesvolle implementatie van mediapedagogiek vind je vaak op scholen waar een of twee enthousiaste leerkrachten de kar trekken. Kijk wie er in het schoolteam deze rol op zich willen nemen, en maak tijd (en geld) vrij voor de ontwikkeling van nieuwe medialessen, het experimenteren met digitale leermiddelen, en uitwisseling met andere scholen. Uiteraard is het prettig als directie, bestuur en liefst ook de leerlingen en ouders achter het project staan.
Externe expertise en bijscholing
Het kan moeilijk zijn om alles zelf te initiëren, zeker als er nog weinig persoonlijke ervaring is met inzet van media en ICT. Naast enthousiaste leerkrachten aan het werk zetten, kan ook gedacht worden aan het uitnodigen van externe experts voor een solide implementatie van mediapedagogiek. Er kunnen bijscholingscursussen gevolgd worden.
Een helder mobieltjesbeleid
Wel of geen mobieltjes op school? Aan of uit in de broekzak, of toch inleveren bij de leerkracht aan het begin van de les? Wel of niet in de pauze? Des te duidelijker het mobieltjesbeleid, des te meer rust het geeft bij leerlingen en ouders. Er kan zelfs gedacht worden aan een advies vanuit de school om kinderen nog geen smartphone te geven vóór de middelbare school, aangezien dat vaak al tot complexe sociale (online) situaties leidt.
Een helder mediaprotocol
Helaas komt digitaal pesten op elke school voor, en het kan snel uit de hand lopen. Telkens blijkt dat een school die direct reageert, het meest effectief kan inspelen op online ruzies of rondgestuurde nare foto’s. Het is vruchtbaar om een mediaprotocol te hebben met een duidelijk stappenplan voor zowel offline als online pesten. Bespreek dit aan het begin van het schooljaar met de leerlingen, en stel ouders ervan op de hoogte. Het beleid omtrent mobieltjes kan ook onderdeel zijn van het algemene mediaprotocol.
Een helder online communicatiebeleid
Wel of niet een facebookpagina voor de school? En zo ja, wat zet je er wel/niet op? Wie beheert de facebookpagina, en met welke frequentie? Aanwezig zijn op sociale media maakt een school beter zichtbaar, en vergroot vaak de ouderbetrokkenheid. Het dient wel met bezinning te gebeuren. Dat geldt ook voor de schoolwebsite. Met name het wel of niet publiceren van foto’s van kinderen is een gevoelige zaak, en dient met zorgvuldigheid te worden behandeld. Hanteer je wel of geen beveiligd gedeelte op de schoolwebsite voor foto’s? Hoe en wanneer vraag je aan ouders toestemming om eventuele foto’s van leerlingen online te zetten?
Wel of geen wifi-netwerk?
Zoals bleek in hoofdstuk 1.1 zijn de zorgen over de schadelijke invloed van wifi-netwerken op de gezondheid van kinderen waarschijnlijk terecht. Vrijescholen dienen zich goed te verhouden tot dit thema, en een weloverwogen beslissing te nemen of zij wel of niet een draadloos netwerk (laten) aanleggen. Het is wel zo dat vrijwel elk kind momenteel hoe dan ook overal omgeven is door elektromagnetische straling. Beter nog dan het kind erbij weg willen houden, is wellicht het kind zo sterk in zijn/haar schoenen leren staan dat het weerbaar is tegen deze schadelijke invloeden. Aan de andere kant kan misschien juist een vrijeschool de ouders wijzen op dit thema, en tips geven voor een verantwoord gebruik van mobieltjes met internetverbinding.
Aanbevolen publicaties & websites
- Zwanenberg F., Pardoen J. – Handboek mediawijsheid op school (2010)
- Rathenau Instituut – ‘Intieme technologie, de slag om ons lichaam en ons gedrag’ (2014)
- Mediawijzer.net – Mediawijsheid competentiemodel (2012)
- Cubiss e.a – Eigenwijs? Mediawijs! Een praktische aanpak om mediawijsheid te implementeren in het primair
onderwijs - Mijn Kind Online – Inspiratieboek sociale media in het basisonderwijs
- Rijksoverheid – Kabinetsvisie mediawijsheid (2008)
- Mijn Kind Online – Sociale media op school (2013)
- Kennisnet – Privacy in 10 stappen, een praktische gids voor privacy op school (2015)
Hoofdstuk 3: Mediapedagogiek én didactiek in de klas
We hebben nu gezien hoe vrijescholen het vraagstuk van mediapedagogiek op weldoordachte wijze aan kunnen gaan. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Wat kunnen leerkrachten concreet in de klas doen? Daarover gaat dit hoofdstuk, mede geschreven door W. Blanken.
3.1 Bruikbare digitale leermiddelen
Iedereen is het er over eens dat ICT geen doel maar een middel is. Een middel dat het onderwijs in de klas mogelijk zou kunnen versterken. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de interesses van de leerlingen. Of doordat het kan ondersteunen bij het gedifferentieerd en gepersonaliseerd leren. Het is zaak steeds te blijven kijken in hoeverre digitale middelen een meerwaarde hebben en kunnen bijdragen aan het behalen van de doelen. En hoe dat zich verhoudt tot de eventuele nadelen van het werken ermee. Er is een stijgend aantal digitale leermiddelen dat ook voor vrijescholen interessant kan zijn. Hieronder een paar ideeën.
Interactieve beeldschermen
De kwaliteit en bruikbaarheid van digitale schoolborden wordt steeds beter. De zogenaamde digiborden die werkten met een beamer worden steeds meer vervangen door touchscreens. Deze hebben een veel scherper beeld en zijn kleiner. Ze kunnen in combinatie met krijtbordpanelen worden geleverd. Er zijn verrijdbare opties of je kunt ervoor kiezen een digitaal bord in één ICT-lokaal plaatsen. Mogelijke voordelen kunnen zijn:
Steeds meer lesmethodes maken gebruik van digitaal instructie- en lesmateriaal. Als je gebruik maakt van methodes kan het handig zijn de bijgeleverde software te gebruiken op je digitale bord.
Het met filmpjes en beelden illustreren van je lessen
Je eigen, digitaal voorbereide lessen presenteren. Je kunt de lessen altijd makkelijk terughalen.
ICT om te differentiëren
Laptops, pc’s, tablets en software kunnen ingezet worden om meer aan te sluiten bij de individuele leerbehoeftes van kinderen. Dat kan bij de instructie en het werken in drie niveaus en ook remediërend. Programma’s als Snappet en Rekentuin sluiten in hun opdrachten aan bij het individuele niveau van kinderen, geven direct feedback op de gemaakte opdrachten en voorzien de leerkracht snel en digitaal van informatie over de klas en leerling.
Digitale beeldtechniek en internet inzetten
Leren hoe je kwalitatief hoogstaande foto’s maakt is een hele kunst, maar het wordt niet als vanzelfsprekend aan kinderen onderwezen. Het creëren van een video is zelfs een heel project waarbij allerlei zinvolle vaardigheden worden opgedaan: storyboard maken, nadenken over cameraperspectieven, werken met regie en acteurs, en dan nog het bewerken naderhand. Het kan heel leuk zijn om bij bepaalde praktijklessen in de hoogste klassen een paar leerlingen ook een foto/video verslag te laten maken. Of een interactieve blog of schoolkrant laten maken op het net. Dit is net zo goed een vorm van lesstof verwerking als schrijven en tekenen. Door zelf foto’s en filmpjes te maken en die te bespreken, leren kinderen ook hoe ze beeldtaal kunnen interpreteren.
Quizzen en gamen
Er is een stijgend aantal digitale tools waarmee kinderen kunnen leren. Je gebruikt de quiz en gamedenken, gametechnieken en spelelementen om bepaalde taken leuker, uitdagender en effectiever te maken. Het doel is om spelenderwijs te leren of gedrag te veranderen, betrokkenheid te creëren en kennis over te dragen (zie aanbevolen bronnen).
De maker movement
Wat is een betere manier om technologie te leren begrijpen dan er zelf mee aan de slag te gaan? De makerbeweging is in opkomst, en ook interessant voor het vrijeschoolonderwijs. De creativiteit, onderzoek, ondernemerschapskwaliteiten en probleemoplossend vermogen van leerlingen worden ontwikkeld, terwijl kinderen met hun handen bezig zijn. Voorbeelden hiervan zijn 3D-printen, Arduino’s, Lego-League.
Webquest
Digitaal met je periodeonderwijs aan de slag. Die mogelijkheid is er met webquest. Een paar vrijescholen hebben hier ook ervaring mee opgedaan. Het is een activerende werkvorm waarbij je je periode kunt invullen en ondersteunen door de kinderen te begeleiden bij een onderzoek over jouw periodeonderwerp op het internet. Leerlingen verwerken op een kritische manier informatie, zijn verantwoordelijk voor hun eigen proces, werken samen en leren digitale vaardigheden aan. Het is minder kennisoverdracht en meer kennisontwikkeling.
Programmeren en computational thinking
In verscheidene landen is het leren programmeren al een vast onderdeel binnen het onderwijs. Het idee is dat de leerlingen door middel van programmeertaal de werking van computers leren begrijpen. Het programmeren op zichzelf is een mogelijke verwerkingsvorm van het onderliggende computational thinking. Maar er zijn veel meer soorten output. Het gaat om: logisch redeneren, algoritmisch denken, commando’s formuleren, automatiseren, ontwerpen, prototypes maken. Sommige concepten overlappen elkaar (gedeeltelijk), maar er zijn ook onderscheidende verschillen aan te wijzen. In breilessen gebeurt dit voor een deel maar ook via ICT kunnen dit soort vaardigheden geleerd en geoefend worden.
Aanbevolen bronnen
Over digitaal lesmateriaal
/ / /
http://ambrasoft.nl /
Over quizzen en gamen
(Kahoot)
(Socrative)
Over makers in het onderwijs
http://waag.org/nl/project/fabschool
Over webquest
Over programmeren
https://scratch.mit.edu
3.2 Inspiratie voor mediawijsheidlessen
Onder mediawijsheid wordt niet zozeer de inzet van digitale instrumenten bedoeld zoals hierboven beschreven, maar meer de persoonlijke verhouding tot media. Mediawijze kinderen reflecteren op hun eigen mediagedrag en digitale identiteit, met respect voor anderen in de virtuele wereld. Dit is voornamelijk geschikt voor leerlingen die al actief zijn op sociale media, bijvoorbeeld uit klas 5 en 6.
Ga het gesprek aan
Lesgeven in mediawijsheid bestaat in eerste instantie uit het aangaan van het gesprek met leerlingen; je hebt er ook niet per se digitale leermiddelen bij nodig. Door open te staan voor hun ervaringen in de virtuele wereld, wordt aan de kinderen de ruimte geboden om die ervaringen reëel te maken en er een plek aan te geven. In tweede instantie kan de leerkracht kinderen helpen om zich ook op moreel verantwoorde wijze te gaan gedragen online. Een respectvolle omgang met elkaar in een whatsappgroep kan op een zelfde manier aangemoedigd worden als harmonie op het schoolplein. Het rekening houden met elkaars grenzen evenzeer.
Als er in bestaande lessen aandacht wordt besteed aan thema’s als vriendschap, respect voor anderen, pesten, kan de virtuele wereld daarbij betrokken worden.
Echte Vragen stellen
De beste manier om kinderen te leren afstand te nemen van hun eigen mediagebruik, en er op beschouwende wijze naar te kijken, is door ze de juiste vragen te stellen. Echte Vragen (zie J. Pardoen bij literatuur) zijn vragen waarop niet zomaar ‘ja’ of ‘nee’ geantwoord kan worden, maar die het reflectievermogen activeren. Echte Vragen nodigen uit tot een daadwerkelijk gesprek zonder voorgekauwde antwoorden, en dat kan heel goed met een hele klas. Uiteraard dient de leerkracht die dit gesprek op gang brengt, niet te veel te oordelen over wat de kinderen naar voren brengen. Beter is het om door te vragen, en ook andere kinderen te laten reageren. Zo kun je kinderen helpen bij het zichzelf verhouden tot hun eigen mediagedrag en dat van anderen.
Bestaande lespakketten gebruiken
Het lespakket Diploma Veilig Internet wordt door basisscholen in heel Nederland succesvol gebruikt. Ook door een paar vrijescholen. Allerlei facetten van mediawijsheid passeren de revue. Een ander populair project dat elk jaar in de herfst wordt uitgevoerd is het spel ‘Mediamasters’. De hele klas doet eraan mee, en ook hierbij passeren allerlei facetten van mediawijsheid de revue.
Serieuze mediawijsheidthema’s
Ook al hebben veel kinderen voornamelijk positieve ervaringen met digitale media, ze krijgen hoe dan ook te maken met een aantal keerzijdes van het internet. Deze thema’s verdienen ook een plek in mediawijsheidlessen zodat kinderen zich ertoe kunnen leren verhouden in gesprek met elkaar:
Privacy en online imago: elke handeling in apps, websites en games wordt opgeslagen door bedrijven, en ook de overheid houdt het online gedrag van burgers sterk in de gaten. Hoe kunnen kinderen zich hiertoe leren verhouden? Hoe kunnen ze zelfbewust keuzes maken wat ze wel en niet online doen en laten zien van zichzelf? Hoe gaan ze om met het doorsturen van beledigende foto’s?
Online pesten: het komt helaas op elke school voor, en dient zeker een plek te krijgen in klassengesprekken of themalessen. Zonder begeleiding doen kinderen vooral na wat ze anderen zien doen op sociale media, en dat is vaak reageren vanuit onderbuikgevoelens. Samen omgangsregels afspreken, en regelmatig terugkomen op de online sociale dynamiek van een klas, werkt het best om kinderen bewust te maken van gezond sociale mediagedrag.
Gruwelbeelden in de media: de hoeveelheid oorlogsbeelden en soms zelfs regelrechte martelfilmpjes die voorbij komen op sociale media, is verontrustend. Ook kinderen in basisschoolleeftijd worden ermee geconfronteerd en het is belangrijk dat ze zich hiertoe leren verhouden. Door zich erover uit te kunnen spreken in de klas, maar ook door gezamenlijke afspraken te maken om dit soort beelden niet meer naar elkaar door te sturen.
Online seksualiteit: het is een vervelend dilemma, want je wilt niet te vroeg met kinderen over seksualiteit praten. Kinderen van 10-12 jaar krijgen echter online zowel te maken met hardcore porno als met seksueel getinte communicatie, al dan niet met vreemden. Voor ouders is het vaak ook nog een lastig thema, maar het dient wel op een of andere manier besproken te worden met kinderen. Anders ontstaat bij hen een heel vertekend beeld van seks, verliefdheid en intimiteit.
Met de hele klas Sociaal met Media?
Je kunt ook als klas zelf aan de slag met het inzetten van sociale media om iets goeds te doen voor de wereld. ‘Sociaal met media’ was een project van Mijn Kind Online, waarbij klassen via zelfbedachte sociale mediacampagnes een goed doel steunden. Dat kon iets voor bejaarden in de eigen wijk zijn, of voor een project in Afrika. Juist het experimenteren met sociale media kan een mooi contact met de buitenwereld opleveren, en allerlei positieve en menselijke mediavaardigheden bevorderen. Skypen met een klas in een ander land, dingen proberen te regelen bij goede doelenorganisaties, een leuk promofilmpje produceren, via Twitter reclame maken voor een goed doel; de mogelijkheden zijn onbegrensd.
Aanbevolen literatuur
- Pardoen, J. – Focus! Over sociale media als grote afleider (2012)
- Mijn Kind Online – Goed Doen 2.0 (2013)
- Mijn Kind Online – Oorlog in de sociale media (2014)
Websites
.nl
http://diplomaveiliginternet.kennisnet.nl
