verbindt wie mee wil blijven bewegen


In het najaar 2015 verscheen een studieschrift van Annelies Sysmans over Embryologie. Er is al eerder een werk van haar hand verschenen over embryologie, ‘De levensgebaren van de ongeborenen’. In dit schrift beschrijft Annelies Sysmans beelden uit de embryonale ontwikkeling die zij in relatie brengt met de ontwikkeling van het jonge kind. Voor dit artikel is ook gebruik gemaakt van het levenswerk van Jaap van der Wal. Hij is als embryoloog werkzaam geweest aan de universiteit van Maastricht. Ook van zijn grote kennis over de embryonale ontwikkeling is voor dit artikel gebruik gemaakt. De redactie van Vrije Opvoedkunst wil Annelies Sysmans en Jaap van der Wal van harte bedanken voor het met ons delen van hun levenswerk.

Waar begint het menselijk leven?

Wie gaat lezen over de embryonale ontwikkeling, ontmoet de vraag: ‘Waar begint het menselijk leven’? Bij de bevruchting? Bij de verwekking? Bij de geslachtsrijpheid van een jongen en een meisje? Bij het voelen van een kinderwens?

Het antwoord op deze vraag is mede afhankelijk van de visie die de mens heeft op het leven, mens worden, ontwikkeling, sterven en het leven met de karmagedachte. Vanuit het mensbeeld dat aansluit bij de visie op de ontwikkeling van het kind, de vrije opvoedkunst en de antroposofie, blijkt er geen begin en geen eind te komen aan leven. Het is een keer op keer gaande cyclus van geboren worden in de ene wereld en sterven in de andere wereld…

Om toch ergens een begin te maken, is in dit artikel gekozen te beginnen met schrijven op het moment dat het kind aarderijp is, ongeveer aan het eind van de tweede, aan het begin van de derde zevenjaarsfase.

Meisjes

In de ontwikkeling van het meisje van 12 à 13 jaar, zien wij op het moment dat zij aarderijp aan het worden is, dat eens per maan-maand een eicel uitrijpt en de eierstok verlaat. Dit gebeurt alleen als de eicel werkelijk rijp is, dus niet te vroeg en niet te laat. Wat een wijsheid ligt er besloten in het lichaam om te ‘weten‘ wanneer de tijd rijp is voor de grote sprong! De grote sprong van een enkele eicel…

De eicel van een meisje/vrouw bestaat uit een celkern, celplasma en de celwand. Als het eitje rijpt, groeit er om de eicel een ei-blaasjesvlies. Dit eiblaasje begint flink te groeien. Hoe rijper het eitje binnenin wordt, hoe meer het zich naar één kant schuift van het eiblaasje. De rest van het eiblaasje vult zich nu met vocht (het is nu +/- 20 mm). Dit is een eerste omhullingslaag. Uiteindelijk zal het ongeboren kind door zeven omhullingslagen omhuld worden.

De baarmoeder van een meisje van 12 à 13 jaar is fysiologisch gezien volgroeid om een bevruchte eicel een plekje voor verdere ontwikkeling te geven. De eicel die tijdens deze maand ‘gesprongen’ is, wacht en rijpt na in het buitenste deel van de eileider waar de eicel naar toe is gebracht na de eisprong. De eicel neemt pauze. Het rust. Het wacht. Het rijpt na en rijpt uit. Omhullingscellen en voedingscellen groeien verder bij de eicel aan.

Het jonge kind

Als wij naar het jonge kind kijken, dan kunnen wij zien dat ook kinderen tijd nemen voor pauze, voor ‘niets doen’. Tenminste, als wij als opvoeders kinderen ook werkelijk tijd gunnen om pauze te nemen. Kinderen nemen een pauze om bijvoorbeeld indrukken te verteren. Dit kan er uitzien als niets doen of zich vervelen. Pauzes nemen is voor het jonge kind nodig om te verteren, te regenereren, te leren (af)wachten, overschotskrachten op te bouwen, te werken aan gezondheid of inspiratie op te doen. Voor de zelfopvoeding kan de volwassene zich afvragen: hoe ga ik als volwassene zelf om met wachten, rijpen en uitrijpen van bijvoorbeeld vragen op mijn eigen levenspad?

De sprong wagen

We gaan terug naar de eicel. De eicel rijpt in het eiblaasje. De eikern is omgeven door een voedingscellenkrans, voedingsstoffen die nodig zijn voor de reis die de eicel gaat afleggen naar de baarmoederwand. Plots… barst het blaasje open, hiermee ook de wand van de eierstok waarin de eicel groeide en 10 à 15 ml vocht ontsnapt aan het blaasje en de eierstok. Het eitje bevindt zich nu te midden van een enorme massa voedingscellen, die zich als een krans om hem heen scharen (corona radiata). De rijpe eicel ontdoet zich van het blaasje en wordt nu onvoorwaardelijk ‘opgevangen’ door de trouwe wachters: dan de linkse, dan de rechtse buigzame, als een ‘vleugel’ uitziende eileidertrechter, die op de eicel trouw heeft liggen wachten. Dit is de eisprong. Een meisje krijgt in het algemeen vanaf het ogenblik van de aarderijpheid, iedere maan-maand (28 dagen) haar eisprong. Alvorens het eitje dus ‘veilig’ in de eileider terecht komt, springt het eerst in het ijle.

In de pedagogiek kunnen wij ook beelden zien van sprongen die een kind maakt of waagt. Hoe vaak gebeurt het dat een kind opeens iets kan: na een kinderziekte kan het opeens wél touwtje springen, kan het kind wél woordjes spreken. Als beeld zien wij dat ook in de ontwikkeling van het jonge kind sprake kan zijn van een ‘opeens losbarsten of springen’, net als de rijpe eicel. De tijd was rijp voor een nieuwe ontwikkelingsstap.

Als de eicel gesprongen is, dan wordt zij ook weer opgevangen! De eileidervleugels vangen iedere eicel die springt op om deze verder te leiden naar de baarmoeder. De eileidervleugels moeten over een groot intuïtiegevoel beschikken om precies te weten wanneer zij een eicel op moeten vangen. Dit intuïtiegevoel heeft ook iedere opvoeder nodig om precies te ‘weten’ of aan te voelen wanneer er ‘iets’ in de ontwikkeling van het kind vraagt om ‘opgevangen’ te worden. Dit kan ‘een gebaar van opvangen’ zijn als het kind ziek is en jouw troost en geborgenheid nodig heeft. Dit kan een gebaar van opvangen zijn bij het begroeten van het kind aan het begin van een nieuwe dag. Het gebaar van opvangen toont aan het kind: ‘ik ben er voor jou, altijd (soms moet je wachten, maar ik ben er!) Ik sta borg voor jou, ik ben jou trouw!’

Jongens

De aarderijpheid bij een jongen vindt plaats tussen 11 en 16 jaar. Het proces van zaadlozing kan vanaf dat moment beginnen. De zaadcellen worden gevormd in de kronkelende kanaaltjes van de testikels. De rijping van het zaad duurt ongeveer 70 dagen, langer dus dan de rijpingstijd van de eicel bij een meisje. Een zaadcel in aanleg bestaat uit vier zaadcellen, het aanwezige cytoplasma wordt uitgescheiden. De cel wordt steeds kleiner. Een rijpe zaadcel heeft een kopje, aan de buitenkant van dit kopje zit een receptor voor Hyaluronzuur. Hyaluron is ook de stof waaruit de huid bestaat die de eicel omgeeft. Deze stof maakt het mogelijk dat de eicel en de zaadcel zich aan elkaar kunnen hechten. Slechts één zaadcel uit vele zaadcellen gaat de eicel binnen. Wie werkelijk, in alle rust en met aandacht kijkt naar het proces van bevruchting, ziet dat dit geen wedstrijdje of race is.

Ik weet niet welk beeld u als lezer heeft bij de bevruchting. Ik heb vroeger op school geleerd dat de zaadcellen in grote vaart op de eicel ‘afstormen’, een zaadcel dringt de eicel binnen, deze sluit zich en de bevruchting is daar. Jarenlang heb ik met dit beeld geleefd. Door de boeken van Annelies Sysmans en de lezingen van Jaap van der Wal leerde ik een ander beeld kennen. Bij werkelijk waarnemen wat vlak voor de bevruchting plaats vindt, is een geheel ander beeld zichtbaar. Duizenden zaadcellen gaan onderweg naar de eicel. In kindertekeningen zien wij vaak stralen om de zon. Dat kan als beeld in de kindertekening van de eicel met de dansende zaadcellen gezien worden. Onderweg offeren zaadcellen zich op als ‘voeding’ voor zaadcellen die hun reis vervolgen. Dan komen de zaadcellen aan bij de eicel die in rust ligt te wachten. Duizenden zaadcellen dansen om die ene eicel heen. Een dans die uren kan duren. De eicel maakt op een plekje een gebaar van openen naar de zaadcellen. Een zaadcel scheidt een stofje af die de huid van de eicel doorlaatbaar maakt. Dit gebaar van openen en doorlaatbaar maken kan gezien worden als een gesprek om het juiste moment te vinden om ‘ja ‘ tegen elkaar te zeggen en tot samensmelting of eenwording over te gaan.

Zodra die ene zaadcel naar binnen is gegaan, sluit de eicel haar wand. Er begint een proces van meer worden zonder dat de eicel groter wordt. De cellen differentiëren zich. Het volume van de bevruchte eicel blijft gelijk. Na de bevruchting gaat de bevruchte eicel, de blastocyste, op reis. Het zweeft door de baarmoederholte en zoekt een plekje waar het zich kan gaan aanhechten.

Dit dwalen en onderweg zijn, is dit voor ons mensen een beeld dat wij kennen? Zijn wij ergens als mensen niet altijd op weg, onderweg en dwalen wij rond op ons levenspad op zoek naar een plek om aan te hechten, een thuis te vinden? Opvallend is dat kleuters en jonge lagere school kinderen het kringspel ‘k Moet dwalen’ zo graag spelen. Zouden zij onbewust ergens diep van binnen voelen dat zij dit dwalen kennen?

‘k Moet dwalen
‘k Moet dwalen,
‘k moet dwalen
Langs bergen en langs dalen
Daar kwam een kleine springer in het veld
Hij zwaaide met zijn hoed
Hij stampte met zijn voet
Kom laten wij nu dansen gaan, dansen gaan
En de and’ren moeten blijven staan

Dansen gaan, dansen gaan, En de and’ren moeten blijven staan    Zaadcellen dansen om de eicel heen  ‘De eicel sluit zich’ Kinderen weten het nog… Heeft een kleuter in deze tekening zichtbaar gemaakt hoe de zaadcel de eicel binnen gaat?

Hechten

Na het dwalen door de baarmoederholte, komt de blastocyste bij het baarmoederslijmvlies. Dit is een slijmvlies vol voedingsstoffen. In de plantenwereld zien wij dat overal waar de plant neigt naar verharding, er slijmprocessen op gaan treden. Bij de Calendula Officinalis is dit bijvoorbeeld waarneembaar.

Bij het jonge kind kunnen we ook het slijmen en inslijmen waarnemen. Kinderen kunnen zich zo heerlijk op de bank of op schoot bij een volwassene ‘in-nestelen’ en op hun duim of vinger(s) gaan zuigen. Ook zijn er kinderen die het heerlijk vinden om het slijm uit hun neusje aan het knuffelpopje of knuffeldoekje te vegen. Deze (‘ingeslijmde’) popjes hebben voor de kinderen een geur, die hen rust geeft en een gevoel van geborgenheid.

De blastocyste is bij de baarmoederwand aangekomen. Vanaf nu heet het ‘embryo’. Ook hier kunnen wij wederom een ‘gesprek’ waarnemen. De blastocyste/het embryo zendt signalen uit naar de baarmoederwand met als vraag: maak holten zodat ik mij kan voeden. Als dit gebeurt, laat de embryo chorionvlokken los. Deze vlokken tasten als kleine vingertjes de baarmoederwand af. Als antwoord op dit tasten, ontwikkelt zich de hechtsteel die zich later ontwikkelt tot navelstreng en placenta.

Wat doen kinderen later in hun leven allemaal met ‘hun vingertjes’? Zij blijven nog jaren lang (af)tasten ‘aan het leven’.

Verlost worden

Wij maken een sprong naar het geboortemoment van het kind en wat kinderen later in hun spel spelen. Veel kinderen verkleden zich graag, wikkelen zichzelf of elkaar in, in doeken. Hoe vaak spelen zij gevangenisje, boefje en verlossertje, om zich los te rukken van degene die hen vasthoudt en zo ‘verlost’ te worden? Vroeger werd ‘bevallen’, verlossen genoemd. In Nederland heet de vroedvrouw vaak, ‘verloskundige’. De vliezen scheuren en de moeder wordt verlost van haar ongeboren kind. Het kind wordt verlost van zijn vooraardse bestaan en gaat over naar het aardse bestaan.

Bij de geboorte verliest het kind ongeveer de helft van zijn voorgeboortelijke bestaan: het amnionvlies, het vruchtwater, de navelsnoer (dooierzak, allantois en de hechtsteel/navelstreng), chorionvlies en de placenta. Dit weefsel sterft bij de geboorte. Weefsel, dat het ongeboren kind op eigen initiatief vormde en tot een samenwerkende eenheid maakte. Zou dit een beeld kunnen zijn voor het grote zoeken naar eenheid en eenwording, dat wij mensen in ons leven ook kennen?

Misschien is de grote vraag die kinderen aan hun opvoeders stellen: help mij de omhulling, voeding en geborgenheid op aarde terug te vinden opdat ik later als volwassen mens ‘zwanger kan zijn van een kostbare, teruggevonden schat, die ik eens kende’. Een ieder die meer wil lezen over de grootsheid van de embryonale beelden in relatie tot de pedagogiek, verwijzen wij graag naar Annelies Sysmans.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van actualiteiten uit de regio.

Selecteer plaatsen

Meer achtergronden

  • vsb_97

    Leer kinderen duurzaam denken: besteed aandacht aan kunst en cultuur

    Hoe doe je dat: een verbindend leraar zijn?


  • vsb_43

    Hechten

    Het kind speelt de sterren van de hemel omdat het kind zichzelf ook als een ster aan een rijk firmament ervaart te midden van vele andere sterren, een gouden zon die verwarmend het leven schenkt en een zilveren maan die in de nacht waakt.


  • vsb_22

    Embryologie en de pedagogische beelden

    Ik weet niet welk beeld u als lezer heeft bij de bevruchting. Míj geven Sysmans en Van de Wal een heel ander beeld dan ik had.


  • kv

    Nieuwe relatie tot de kleuren

    De ervaringen van de auteur werken inspirerend en animerend om de eerste stappen op het meditatieve pad te zetten.


Alle achtergronden 

Meer activiteiten

Volledige agenda