Vernieuwd Driekoningenspel in Tiel – sterke beelden die iets meegeven op een dieper niveau
Thy light is in all forms, Thy love in all beings
Tags: jaarfeesten / Johannesschool / Tiel
Op 8 januari 2016 wordt op de Johannesschool in Tiel het Driekoningenspel opgevoerd, zoals op bijna alle vrijescholen in binnen- en buitenland. Over het bijzondere karakter van dit spel had Joke de Jonge een gesprek met de twee bevlogen regisseurs Kasper Heineke en Willem Beekman.
Jullie zijn ouders van het eerste uur. Vanwaar jullie enthousiasme voor het Driekoningenspel? Zijn die spelen langzamerhand niet een beetje uit de tijd?
KH: De drie van oorsprong laatmiddeleeuwse spelen, Paradijsspel, Kerstspel en Driekoningenspel, worden al opgevoerd sinds de oprichting van de eerste vrijeschool. Het Driekoningenspel gaat over drie wijze koningen die op weg gaan om de pasgeboren Jezus te kunnen aanbidden, over de wrede koning Herodes, de kindermoord en over de vlucht van Jozef en Maria met hun kindje. Het biedt kinderen sterke beelden die aan hen iets meegeven op een dieper niveau, het appelleert aan hun nog onbewuste geweten. Dat is de meerwaarde ervan. Het past bij de pedagogie van vrijescholen die hecht aan het vertellen van sprookjes en verhalen uit de mythologie, vanwege de rijke beeldentaal. ‘Driekoningen’ is van oudsher een christelijk feest dat elk jaar op 6 januari wordt gevierd. Ons Driekoningenspel is ingebed in een lange traditie die we graag koesteren, al mag er langzamerhand wel wat veranderen.
WB: De spelen vinden hun oorsprong in Oberufer, het grensgebied tussen Hongarije en Oostenrijk. Ze passen bij onze Europese cultuur. En ja, de maatschappelijke ontwikkelingen schrijden snel voort. Het risico dat de spelen een anachronisme worden is er zeker en dat zou er de reden van kunnen zijn dat sommige vrijescholen er van af zien. Maar met name het Driekoningenspel heeft een moderne component. Het gaat over de strijd tussen goed en kwaad. Als je kijkt naar voormalige en huidige wereldleiders zoals Saddam Hussein, Kadhaffi en Assad, dan zie je vergelijkbaar gedrag als dat van Herodes. Het actuele van het Driekoningenspel zit hem er in juist die strijd te laten zien. Enerzijds zijn er de kwade machtswellustelingen, die anderen hun wil opleggen en willekeurige mensen van het leven beroven. Anderzijds is er het goede, waarvan het Kind de ultieme exponent is : de liefde en het licht. Dat willen de drie koningen aanbidden.
Hoe is het initiatief om het Driekoningenspel op te voeren ontstaan? Hoe hebben jullie het aangepakt?
KH: Het was fijn dat de laatste zeven jaar het Driekoningenspel met veel enthousiasme door leerkrachten van Gouda hier in Tiel is opgevoerd. Zij brachten het op een traditionele manier, wij wilden vernieuwing inbrengen.
WB: Wij merkten dat de quasi middeleeuwse taal ons het meest stoorde. Het is een soort verzonnen oud-Nederlands dat voor de spelers moeilijk te doorgronden is, dus ook voor het publiek en zeker voor de kinderen. Zo zegt bijvoorbeeld een koning in de oude versie:
Myn gattercompas ende instrumenten goet, haestelyc, pagie, hende bringhen doet, der heemlengloria reickt boven dien.
Er wordt een weids gebaar bij gemaakt langs de hemel. Terwijl een heemlengloria niets anders is dan een soort globe waarop de sterren staan afgebeeld. En wie weet nu wat met gattercompas bedoeld wordt? Omdat we beiden jarenlange ervaring hebben als spelers en als regisseurs, besloten we het anders te gaan doen.
KH: We wilden eerst zeker weten of we voldoende bezetting konden vinden voor de vijftien rollen. Daarvoor benaderden we ouders, ex-ouders en andere betrokken relaties (Thedinghsweert, Caetshaege), want we wilden het niet op de schouders van de leerkrachten leggen. We vonden snel voldoende mensen die er echt zin in hadden, zodat Willem en ik er al meteen in januari mee aan de slag zijn gegaan.
WB: Eerst hebben we het spel herschreven naar gewoon alledaags Nederlands. Dat was best lastig, omdat we de tekst rijmend wilden houden zoals in de oude versie. We hebben er een beetje in gesneden en een ander begin en eind bedacht. Daarna hebben we de rollen in gezamenlijk overleg verdeeld en zijn we over andere toneelbeelden, kleding en muziek gaan nadenken. We zien het als een spel in ontwikkeling en als een experiment dat we na afloop moeten evalueren.
Waar komt jullie passie voor het Driekoningenspel vandaan?
KH: Toen ik als ouder voor het eerst het Kerstspel zag, voelde ik zoveel ontroering en was er zoveel herkenning, dat ik dacht: als je dan íets met het kerstverhaal wil doen, dan zo! Dat gevoel had ik nog nooit eerder ergens ervaren. Het ging zo diep naar binnen. En dat is nooit meer overgegaan. Ik ben altijd op zoek geweest naar een manier waarop ik geraakt kan worden door het religieuze, zonder al die kerkelijke poppenkast. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de geboortescene in het Kerstspel. Het is dan altijd ongelooflijk stil in de zaal. Op zo’n moment komt er een glimp van het licht naar binnen.
In het Driekoningenspel zie je, dat als er in iemand geen liefde of gevoel meer aanwezig is, egoïsme en wraakzucht kunnen toeslaan. Ik speel de lakei van Herodes, die gewoon maar doet en niet zo nadenkt, waardoor hij onbewust het slechte gaat doen. De lakei laat geen transformatie zien in zijn ontwikkeling. Hij is een meeloper, net als de hele groep die aan de duistere kant naast Herodes staat, behalve dan de ene soldatenhoofdman die uiteindelijk tot inkeer komt. Hij ziet dat hij een keuze heeft en handelt er naar.
WB: Ik vind dat de strijd tussen goed en kwaad behalve over het wereldtoneel, in even sterke mate gaat over de strijd die in ieders ziel gaande is, namelijk om het goede te doen en je niet te laten regeren door angst en hebzucht. Dat betekent kwetsbaar durven zijn, in dialoog durven gaan, en liefde en empathie in te brengen, waardoor genezing kan ontstaan in jezelf en in relaties met anderen. Daarom ben ik blij dat ik nog een keer Herodes mag spelen die het meest ‘fout’ is, om de angst en tweestrijd te ervaren en het kwade dat hij vertegenwoordigt.
Er is een opvallend verschil tussen de herders in het Kerstspel en de koningen in het Driekoningenspel: de herders zoeken het Kind vanuit hun hart, de intellectuele koningen beginnen de zoektocht naar het Kind door waar te nemen en na te denken. Zij zijn niet zo spontaan als de herders. Alles staat onder druk in het Driekoningenspel, ook het gevoel wordt bedreigd. Daarin moet het Kind, het goede, maar zien te overleven.
Jullie zitten midden in de repetities, er zijn twee regisseurs, hoe gaat dat?
KH: We vinden het leuk om als regisseurs samen te werken, we vullen elkaar aan. Als de één stokt, heeft de ander wel weer een idee of een oplossing. Het begint bij de spelers langzamerhand duidelijk te worden waar het om gaat. Het is het mooist als de repetities energie geven in plaats van dat ze energie kosten. Dat gebeurt op momenten waarop spelers beseffen wat ze doen of waarom.
WB: Er is een enorme inzet van de spelers, waar we veel bewondering voor hebben. Dat is op zich al een prestatie, want ouders hebben het knetterdruk. Ze voelen het als een eer om mee te mogen doen, net zoals de dorpsbewoners het in Oberufer als een eer beschouwden om gevraagd te worden. We hadden al voor de zomervakantie onze eerste bijeenkomst. In september zijn we met de repetities begonnen. Met de drie musici en de mensen die achter de schermen aan het decor en de kleding werken hebben we ook regelmatig overleg. Al met al is het een flinke productie.
En dan komt de uitvoering in januari. Is dat niet mosterd na de maaltijd?
WB: Na de warme sfeer van de kersttijd en de vrijheid van de kerstvakantie, als je alle feestelijkheden hebt gehad, wordt het kaal in januari. De romantiek is weg. In die tijd voeren we het Driekoningenspel op. De warme deken ontbreekt, waardoor de strijd tussen goed en kwaad extra rauw overkomt.
KH: Het is de afsluiting van de twaalf heilige nachten. Soms hoor je: ‘O, nou krijgen we dat Driekoningenspel ook nog!’ Ik vind het gaaf dat je dat meekrijgt als het nieuwe jaar nog voor je ligt. Precies op het moment dat je plannen maakt en over goede voornemens nadenkt. Kijken naar en meedoen met het Driekoningenspel haalt je nog even uit de gekte van de tijd, weg van de file, de radio, de sms’jes, de smartphone, computers en facebook, die je beletten je eigen gedachten te volgen. Je krijgt als het ware een duw, even bij de materiële wereld vandaan.
