Geplaatst op woensdag 9 december 2015
Wonen in het organisch gebouwde ING-hoofdkantoor in de Bijlmer? Het kan over een jaar of vijf!
Het Financieel Dagblad meldt: “Het kolossale hoofdkantoor van ING in Amsterdam-Zuidoost, beter bekend als het ‘Zandkasteel’ of de ‘Apenrots’, gaat een toekomst tegemoet als appartementencomplex. In het antroposofische gebouw komen 500 woningen en verschillende voorzieningen. Een consortium van G&S Vastgoed, VolkerWessels en OVG Real Estate heeft het pand gekocht en gaat het transformeren. De koopprijs is niet bekendgemaakt.”
ING gaat een veel kleiner hoofdkantoor bouwen aan de Zuidas. Een ander kantoor daar is al afgestoten. In totaal heeft de bank ca. 50.000 m3 minder ruimte nodig vanwege automatisering, flexwerken, het afstoten van bedrijfsonderdelen en het verplaatsen van werk naar lagelonenlanden.
Beschrijving door ING
Het gebouw Amsterdamse Poort ligt in het hart van het gelijknamige winkelcentrum in Amsterdam-Zuidoost en werd ontworpen door het Amsterdamse Architectenbureau Alberts en Van Huut. De natuur die verbonden is met de organische architectuur was de inspiratiebron voor architect Ton Alberts. Een belangrijke eis voor het definitieve ontwerp was dat het gebouw de medewerkers een prettige werkomgeving moest bieden. Binnen de opdracht om een in technisch en organisatorisch opzicht doelmatig gebouw te ontwikkelen, stond daarom de menselijke maat centraal. Door de unieke vormgeving maakt het gebouw, ondanks het grote aantal mensen dat er werkt, geen massale indruk.
De tien torens zijn, in twee series van elk vijf, verbonden door een interne straat met een lengte van 350 meter. De torens variëren in hoogte van drie tot maximaal zes verdiepingen. De hellende wanden van de torens zijn karakteristiek voor het gebouw. Om deze te realiseren, werden – naast 2 miljoen normale – ook 600.000 bakstenen van 54 afwijkende formaten gefabriceerd. Diverse kleuren steen zijn in het gebouw verwerkt.
Water, planten en natuurlijke materialen spelen een belangrijke rol in het gebouw. De interne straat biedt door zijn lengte en lichtinval een mooie plaats aan veel schilderijen en beelden uit ING’s kunstcollectie en aan geïntegreerde kunst, zoals kunst in glas. De Engelse, Finse en Japanse tuinen maken onderdeel uit van de geïntegreerde kunst.
Bekend voorbeeld van organische architectuur
Met het hoofdkantoor van de NMB-bank in Amsterdam Zuidoost (1987) ontwikkelde het jonge architectenbureau Alberts & Van Huut, geïnspireerd door de antroposofie, haar kenmerkende organische stijl. Voor het kleine kantoor van architect Ton Alberts was dit gebouw de eerste grote opdracht. Met een extravagant ontwerp voor woningbouwcomplex de Kiphof, dat uiteindelijk niet gerealiseerd is, wisten Ton Alberts de directie van de NMB te interesseren. Omdat het bureau op het moment van het verkrijgen van de opdracht slechts uit zeven mensen bestond, werden vele externe adviseurs ingeschakeld. Tijdens het ontwerpproces werd Max van Huut partner, en ging het bureau verder onder de naam Alberts en van Huut.
Ontwerp
Hoofdkantoor NMB AmsterdamTijdens het ontwerp is de vorm van het gebouw vaak veranderd: Aanvankelijk bestond het ontwerp uit een langgerekt gebouw, later veranderde dat in een T-vormig ontwerp en uiteindelijk de vorm van een S kreeg. Ook ontstond gaandeweg het idee om het gebouw schuine wanden te geven; eerst vanuit esthetisch oogpunt, later bleek dit ook gunstig te zijn voor de akoestische eigenschappen. Bovendien vergemakkelijkt het de daglichttoetreding. De schuine kolomstructuur ontstond toen bleek dat dit bij een schuine gevel goedkoper was dan traditionele rechte kolommen. De constructie van het gebouw werd begin jaren tachtig al volledig met de computer doorgerekend. Vanwege de grillige vorm zijn voor de buitenkant van het gebouw bakstenen in allerlei niet-standaard afmetingen gebruikt.
Gebouw
Het uiteindelijke ontwerp bestaat uit tien torens van zes tot acht verdiepingen die door een S-vormige binnenstraat verbonden worden. Het gebouw bevat 50.000 m2 kantoorruimte en 28.000 m2 parkeerruimte en is tussen een winkelcentrum en een vierbaansweg gelegen. Iedere toren heeft een atrium waardoor licht naar binnen valt. Een wandelroute doorsnijdt het langgerekte complex.
In de centrale hal bevindt zich een groot trappenhuis, wat we in veel gebouwen van Alberts en Van Huut terugzien. Het gebruik van de trap in plaats van de lift werd niet alleen als gezonder gezien, het zou ook beter zijn voor de communicatie tussen de medewerkers.
Gesamtkunstwerk
Hoofdkantoor NMB AmsterdamDoor de schuine wanden en de weinig rechte hoeken heeft het gebouw een grillige, sprookjesachtige vorm gekregen en staat hiermee in groot contrast tot de omliggende Bijlmer. Volgens Alberts is deze organische vorm de meest rationele oplossing voor de gestelde eisen. Het gebouw is te zien als een Gesamtkunstwerk, waarbij het exterieur, het interieur en de omgeving op elkaar aansluiten en gezamenlijk een geheel vormen. Het interieur is dan ook door Alberts en van Huut zelf ontworpen. Licht speelt een grote rol in het ontwerp. Het interieur kent grote kristalvormige lichtelementen en in elk van de atria is een lichtkunstwerk van Joost van Santen en Judith Gor aangebracht. Elk van de torens heeft een andere oriëntatie en daardoor een andere lichtinval. Goudkleurige reflecterende reliëfs moeten in combinatie met het zonlicht en sculpturen versmelten tot een kunstwerk. Het gebouw moet harmonie en verbondenheid met de natuur uitdrukken. Een directe relatie met de natuur heeft gestalte gekregen in de vorm van een wilde daktuin die op de laagbouw is aangelegd.
Tegenwoordig
Voortbouwend op het NMB-gebouw heeft Alberts en van Huut vele gebouwen ontworpen met een vergelijkbaar karakter, waaronder de het Gasuniegebouw in Groningen en het KPMG-gebouw in Amstelveen. Tegenwoordig staat het gebouw bekend als het hoofdgebouw van de ING.
Bron: Architectenweb
Organische architectuur
Organische architectuur is een stroming in de architectuur die rond 1900 opkwam. De stroming komt voort uit een zoektocht naar een nieuwe ‘stijl’ die moest passen bij de eigen tijd, zonder dat werd teruggegrepen op stijlkenmerken uit het verleden. Daarnaast probeert de organische architectuur een oplossing te bieden voor de sterke industrialisering en het gebruik van nieuwe materialen. Al sinds de zeventiger jaren is er vanuit de organische architectuur veel aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid.
Belangrijke grondleggers van de organische architectuur zijn Antoni Gaudí, Friedensreich Hundertwasser, Rudolf Steiner, Frank Lloyd Wright, Imre Makovecz en Louis Sullivan.
Organische architectuur heeft geen gemeenschappelijke uiterlijke kenmerken, omdat het in organische architectuur gaat om een werkwijze en achterliggende principes, in plaats van een vooraf bepaald beeld. Organische architectuur wordt om die reden bijna nooit als samenhangende stijl beschreven.
Een van de uitgangspunten is dat de functie de vorm bepaalt, ook wel het principe Form Follows Function (FFF) geheten.
Voorbeelden van organische architectuur:
- Fallingwater in Mill Runn, Pennsylvania
- De Sagrada Família in Barcelona (Spanje)
- Het Goetheanum in Dornach (Zwitserland)
- Het Gasuniegebouw in Groningen
- Het hoofdkantoor van ING Bank in Amsterdam
- Het Museum De Buitenplaats in Eelde
- De woonwijk Waterakkers-Lunetten in Heemskerk
Bron: Wikipedia
